Home

Ooit waakte je moeder tot diep in de nacht, omdat ze dacht dat je anders geschept zou worden door een vrachtwagen

Terwijl buiten de wereld door de sneeuw bijna tot stilstand was gekomen – de ongewilde stilstand wordt altijd weer als een nederlaag ervaren – zat ik in theater Frascati naar een toneelstuk van Vanja Rukavina te kijken over een Bosnisch-Nederlandse toptennisser. Een van de beste toneelstukken die ik in tijden had gezien, maar ik geef toe dat ik weinig naar toneel ga. Wel ben ik dol op tennisspelers, op sommigen van hen althans, over iemand als Boris Becker zou je een boek kunnen schrijven maar dat heeft hij zelf al gedaan, dus blijf ik met mijn tengels van Becker af.

Denkend aan Rukovina liep ik naar café Bern op de Nieuwmarkt waar de kaasfondue nog net zo smaakte als in 1993, ietwat waterig, verder prima. En in een restaurant, wellicht ten overvloede, is het eten bijzaak. Hoofdzaak is de bediening en de bediening in Bern maakte zoveel meer dan alleen de waterige kaasfondue goed.

Door de sneeuw en de kaasfondue was ik laat thuis. Mijn zoontje was klaarwakker. Hij had gezegd: ‘Papa zou op zijn kussen moeten liggen. Waar is hij nu? Ik wil hem nu zien.’

Omdat hij het kennelijk niet vertrouwde dat ik zo lang wegbleef, had hij besloten wakker te blijven tot ik thuis was.

Ooit waakte je moeder tot diep in de nacht, omdat ze dacht dat je anders geschept zou worden door een vrachtwagen. Nu wacht je zoontje op je. De geschiedenis herhaalt zich. Ik ging maar zonder mijn tanden te poetsen naast hem liggen.

Toen de sneeuw regen was geworden reisde ik naar Parijs om de Zwitserse kunsthistoricus Hilar Stadler te ontmoeten. Een vriend had gezegd, ‘je moet hem ontmoeten.’

Stadler zei in Parijs: ‘Een museum is ook een sorteermachine.’

Hij zei nog veel meer, totdat we ons weer in verschillende metro’s stortten, andersoortige sorteermachines.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next