Verslaggever Iris Koppe communiceert met de Oekraïense Elena (70), bij wie ze studeerde in Kyiv. Elena zat eerst ondergedoken, vluchtte enkele keren naar Hongarije en keerde terug naar Kyiv. De berichten zijn vertaald vanuit het Russisch.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over Oekraïne en Oekraïners in Nederland.
‘We verlieten Kyiv een dag voordat burgemeester Klitsjko alle inwoners opriep de stad tijdelijk te verlaten. De aanhoudende bombardementen op de energiecentrales hadden van Kyiv een duistere, ijskoude plek gemaakt. Ik stond in de donkere hal van onze flat, met de buurvrouw in mijn armen. Ze huilde.
‘‘Ga nou mee, Veraatje’, fluisterde ik, terwijl de ademwolkjes uit mijn mond kwamen. ‘Verlaat de stad alsjeblieft. Toe nou Vera. Wees verstandig. Je kunt niet blijven. Je kunt met de andere buren mee. Wees niet eigenwijs. Buiten Kyiv is het beter. Ik weet zeker dat je zoon het met me eens is.
‘Akos stond naast me, hoestend en vol ongeduld. Hij wilde weg. Weg van deze plek, waar we steeds maar verkouden waren, waar we de keuken niet konden gebruiken, waar het licht het niet deed, waar de kou tot diep in onze spieren en botten was gedrongen, waar Akos zijn puzzels niet meer kon maken omdat de vorst in zijn vingertoppen was gaan zitten en waar we continu aangeschoten waren.
‘Om de paar uur namen we een klein glaasje wodka, met honing en stukjes hete peper, om het vuurtje in onze ziel aan te steken. We kauwden op stukken desembrood, besprenkeld met zout en we probeerden plannen te maken voor de dag. Wat konden we doen? Hoe lang zou het duren? En als het luchtalarm klonk? Schuilen in de ondergrondse parkeergarage was geen optie meer. Ook daar lag de temperatuur onder nul.
‘Ik liet mijn buurvrouw Vera achter met een knoop in mijn maag. Toen Akos en ik buiten stonden, zagen we tussen de flats door even een zwak winterzonnetje. Daarna verdween de stad weer in de mist. De sneeuw knisperde onder onze voeten. Het was in tijden niet zo’n koude winter geweest, ’s nachts had het steeds zo’n 15 graden gevroren en ook overdag bleef het vaak zo’n 10 graden onder nul.
‘Met de metro wisten we het station te bereiken en pakten we de trein naar Moekachevo, in West-Oekraïne. Akos sliep vrijwel de hele reis. Het was warm in de trein, zo warm, dat ik koorts leek te krijgen. Mijn voeten zwollen op en begonnen te jeuken. Mijn wangen werden zo rood als glanzende appels.
‘Ik huilde omdat ik Maks zo miste. Ik had mijn zoon al een tijd niet gesproken. Met gevouwen handen vroeg ik God om hem te beschermen. Op 11 januari was Kramatorsk, de plek waar Maks naar mijn weten gestationeerd was, gebombardeerd en zat nu zonder stroom. ‘Hou hem warm, alstublieft’, prevelde ik.
‘Nu, hier in dit huisje in de Karpaten, met mijn lieve kleindochters bij me, probeer ik Kyiv te vergeten. Al veel vaker deze oorlog voelde ik mij een geluksvogel, omdat ik door Akos de kans heb om te reizen en om in Hongarije te verblijven. Maar nooit eerder voelde het zo oneerlijk. Ik dacht aan mijn buurvrouw. En ik dacht aan al die oude mensen daar in de kou. Ze kunnen geen kant op.’
Meer afleveringen van De Schuilkelder vindt u in dit dossier over de oorlog in Oekraïne.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant