Straattaal die populair was onder jongeren in de jaren negentig behoort opvallend vaak nog steeds tot het lexicon van de moderne jeugd. Dit blijkt uit onderzoek onder scholieren in Nederland, Vlaanderen en op Curaçao.
Van ‘patta’s’ (schoenen) tot ‘fittie’ (ruzie): hedendaagse jongeren herkennen én gebruiken opvallend vaak straattaal die in de jaren negentig ook al in zwang was. Verrassend, want veel taalwetenschappers dachten destijds dat straattaal vluchtiger zou zijn, onder het motto ‘wat vandaag in is, kan morgen weer uit zijn’.
Volgens onderzoekers van het Meertens Instituut is voor straattaal de afgelopen vijfentwintig jaar dan ook ‘een soort basiswoordenschat ontstaan’, schrijven ze in de nieuwste editie van Onze Taal.
Het nieuwe onderzoek is een vervolg op het eerste onderzoek naar straattaal in Nederland, eind jaren negentig, toen straattaal ook nog wel bekend stond onder de denigrerende term ‘smurfentaal’. Uit dat onderzoek bleek destijds dat jongeren woorden uit andere talen gebruikten en mengden ter vervanging van Nederlandse woorden, veelal omdat het ‘grappig’ of ‘stoer’ was. Toen vermoedde een enkele onderzochte jongere ook dat woorden wel eens snel zouden kunnen verdwijnen. Zo gaf een respondent aan dat hij het woord ‘das’ – met de betekenis weg of afwezig – al niet meer gebruikte, ‘want dat zegt iedereen al, en dan is het niet leuk meer’.
Om die hypothese te testen, legden de onderzoekers een lijst met populaire straattaalwoorden uit de jaren negentig voor aan hedendaagse jongeren van 16 jaar en ouder. Ruim 570 scholieren deden mee, met name havo- en vwo-leeringen. Wat bleek? Sommige woorden zijn helemaal niet verdwenen, ze zijn juist verspreid over het hele land. Waar in de jaren negentig straattaal voornamelijk in de grote steden voorkwam, kennen jongeren in kleine plaatsen de betekenissen van woorden als ‘doekoe’ (geld) en ‘chickie’ (meisje) nu ook.
Wel veranderde door de jaren heen de betekenis van sommige woorden. Zo betekent ‘scotten’ nu ‘overslaan’ in plaats van ‘vernederen’ en gebruiken jongeren ‘loesoe’ vaker om iets losgeslagen of wilds te beschrijven dan ‘weg’, waar het in de jaren negentig voor gebruikt werd.
Een woord dat zijn status als straattaal helemaal is verloren is ‘standaard’. Dat kon eind jaren negentig nog betekenen dat iets tof of zeker was, nu betekent het volgens de onderzochte jongeren ‘gewoon’ of ‘basic’ of dat ‘waar je je fiets op laat steunen’. Ook het woord voor gulden – gila – is zijn oude betekenis verloren, maar blijkt wel gerecycled te zijn. Jongeren gaven aan dat het ‘meisje’ of ‘geil’ betekent.
Andere definities volgens de jongeren: ‘doekoe’: daar ‘betaal je je shisha (waterpijp, red.) mee’, ‘osso’ (thuis, red.) is ‘gwn je crib (thuis, red.) man’. ‘Tatta’ is volgens de meesten een Nederlander en volgens een enkeling ‘toch die staalfabriek?’. Jongeren herkennen straattaal overigens vaker dan dat ze die woorden ook zelf gebruiken.
De motivatie om straattaal te gebruiken is nog hetzelfde als in de jaren negentig, aldus de onderzoekers. Jongens doen het om stoer te zijn, meiden eerder voor de lol. Jongens met een niet-westerse, meertalige achtergrond gebruiken relatief vaker straattaal, bij de meiden zagen de wetenschappers zo’n verband niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant