Home

Bijna twaalfduizend bewoners van een sociale huurwoning bezitten één of meerdere koopwoningen

Bijna twaalfduizend bewoners van een sociale huurwoning bezitten één of meerdere koopwoningen. Dat meldt het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag bij de publicatie van een onderzoek naar deze groep huurders. Het CPB spreekt van een ‘bijzondere vorm van scheefhuur’.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

In het overgrote deel van de gevallen botst het woningbezit van deze huurders met de maatschappelijke taak van woningcorporaties om betaalbare, sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor de groep mensen die zelf niet in zijn huisvesting kan voorzien.

Hoewel het slechts gaat om iets meer dan een half procent van alle corporatiehuurders in Nederland, zijn de bevindingen volgens het CPB relevant vanwege de grote schaarste aan sociale huurwoningen en de lange wachtlijsten voor dit type woning. In Nederland wonen zo’n 2,3 miljoen huishoudens in een sociale huurwoning.

Woningcorporaties zijn er volgens de wet voor mensen die zelf moeilijk aan een geschikte woning kunnen komen. Wie zelf huiseigenaar is, kan ogenschijnlijk in zijn of haar woonbehoefte voorzien. Dat geldt overigens niet per se voor alle geconstateerde gevallen.

Gedeeld eigendom

Bij ongeveer één op de zes van deze groep corporatiehuurders annex huiseigenaren is het woningbezit het gevolg van omstandigheden waar zij weinig invloed op hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om een gedeeld eigendom na een scheiding, waarbij de ex-partner in de koopwoning blijft wonen.

Ook komt het voor dat een huurder na het overlijden van een ouder een deel erft van de koopwoning van die ouder, terwijl de andere ouder in het huis blijft wonen. De huurder is dan wel juridisch mede-eigenaar van die woning, maar kan er zelf niet in wonen. Volgens het CPB is het in zulke gevallen logisch dat de huurder in de sociale huurwoning blijft wonen, omdat hij geen reëel alternatief heeft.

Voor circa tienduizend huishoudens lijkt die keuzevrijheid er echter wel te zijn. Zij bezitten een koopwoning waarin zij in principe zelf zouden kunnen wonen, toch blijven ze wonen in een sociale huurwoning. Volgens het CPB wordt de koopwoning in veel gevallen verhuurd, soms met winstoogmerk, of aangehouden als tweede woning. Ook komt het voor dat een naaste er wordt gehuisvest.

Bezitters van ruim tien huizen

De meeste sociale huurders annex huiseigenaren bezitten één koopwoning, maar ruim duizend huishoudens hebben meerdere eigen woningen. Voor een kleine groep sociale huurders loopt dat op tot meer dan tien koopwoningen. Volgens het CPB zijn er 33 corporatiehuurders die tien of meer koopwoningen op hun naam hebben staan.

De huurder-eigenaars met keuzevrijheid onderscheiden zich ook op andere punten. Hun inkomen ligt gemiddeld 76 procent hoger dan dat van andere corporatiehuurders. Meer dan de helft van hen heeft een inkomen boven de inkomensgrens voor sociale huur (44.000 euro voor alleenstaanden, 48.600 euro voor meerpersoonshuishoudens) – bij corporatiehuurders zónder koopwoning geldt dat ongeveer voor een derde van de huishoudens.

Veel van deze huurders voldeden aan de inkomenseisen toen zij de woning kregen, maar zijn later meer gaan verdienen of hebben een koopwoning verworven. Zittende huurders worden daarop niet standaard opnieuw getoetst.

Daarnaast wonen de huurder-eigenaars relatief vaak in aantrekkelijkere corporatiewoningen, op betere locaties en met een hogere woz-waarde: gemiddeld 17 procent hoger dan die van andere sociale huurwoningen. De woz-waarde zegt iets over de kwaliteit en ligging van de woning, niet over de huurprijs.

Volgens het CPB kan dit verklaren waarom huiseigenaren deze sociale huurwoningen aanhouden; de huizen zijn prettig om in te wonen en kunnen lucratief zijn bij (illegale) onderverhuur.

Niet strafbaar

Het bezitten van een koopwoning naast het bewonen van een sociale huurwoning is niet strafbaar. Huurders genieten in Nederland vergaande huurbescherming en kunnen niet zomaar uit hun woning worden gezet. Alleen een rechter kan een huurcontract beëindigen, na een belangenafweging.

Wanneer een huurder door woningbezit niet langer tot de doelgroep behoort, kan een woningcorporatie de huurovereenkomst opzeggen of ontbinding en ontruiming vragen.

Alleen bij bijkomende woonfraude, zoals verboden onderverhuur of het verstrekken van onjuiste gegevens, kunnen boetes volgen of strafrechtelijke vervolging. Hoe vaak dat gebeurt, is niet bekend; er bestaan geen landelijke cijfers over.

Corporaties hebben strikte regels om sociale huurwoningen niet toe te wijzen aan mensen die een koopwoning bezitten. Voor de groep van zittende huurders die tijdens hun huurperiode een eigen woning verwerven, bestaat echter nauwelijks beleid.

Doorstroming op de woningmarkt

Dit bemoeilijkt de doorstroming op een woningmarkt waar het tekort aan betaalbare huurwoningen structureel is. Woningcorporaties en de rijksoverheid hebben zich ten doel gesteld jaarlijks dertigduizend sociale huurwoningen bij te bouwen. In de praktijk blijft het aantal al jaren steken op zo’n zeventienduizend.

Het landelijke huurbeleid is de afgelopen jaren vooral gericht op het beteugelen van huurstijgingen en veel minder op actieve controle van zittende huurders op vermogen of woningbezit. Toezicht en handhaving liggen grotendeels bij woningcorporaties en gemeenten, die via prestatieafspraken en lokaal toezicht misbruik, zoals illegale onderhuur, moeten tegengaan.

Het Centraal Planbureau baseert zich in zijn onderzoek op geanonimiseerde microdata, waarin huur-, eigendoms- en inkomensgegevens zijn gekoppeld. Daardoor kan het instituut precies vaststellen hoeveel corporatiehuurders huiseigenaar zijn en hoeveel woningen zij bezitten.

Woningcorporaties zelf beschikken niet over zulke complete datasets en controleren woningbezit doorgaans alleen bij concrete signalen.

Individuele rechtszaken

In de praktijk worden de grenzen van het systeem vooral verkend via individuele rechtszaken. Zo kreeg de Amsterdamse woningcorporatie Ymere vorig jaar van de kantonrechter gelijk in een zaak tegen een huurder die in een sociale huurwoning woonde en daarnaast eigenaar was van meerdere koopwoningen – die hij verhuurde.

De rechter oordeelde dat het maatschappelijk belang van de corporatie in dit geval zwaarder woog dan het private belang van de huurder om het gunstige huurcontract te behouden. De huurovereenkomst werd beëindigd en de corporatiewoning moest worden ontruimd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next