Korpschef Janny Knol en OM-baas Rinus Otte waarschuwen dat hun organisaties digitaal kwetsbaar zijn, terwijl de criminaliteit naar online verschuift en Nederland wordt geconfronteerd met hybride oorlogsvoering.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
De ict van de politie en het Openbaar Ministerie is verouderd en kwetsbaar voor aanvallen van buiten. Ook gebeuren steeds meer misdrijven online, terwijl de opsporing vooral ingericht is op traditionele criminaliteit. Daarom moet het nieuwe kabinet stevig investeren in informatie- en communicatietechnologie en een andere aanpak mogelijk maken.
Dat zeggen de korpschef van de Nationale Politie Janny Knol (55) en de baas van het Openbaar Ministerie Rinus Otte (64). Ze staan de Volkskrant bij wijze van uitzondering gezamenlijk te woord, om het belang van hun pleidooi te benadrukken.
Hun verhaal wordt onderbouwd door nieuwe, niet eerder gepubliceerde politiecijfers. Daaruit blijkt onder meer dat het aantal meldingen van online seksueel misbruik het afgelopen jaar met 46 procent is toegenomen, tot ruim drieduizend.
‘Ik maak me grote zorgen over die stijging’, zegt korpschef Janny Knol. ‘De laatste maanden hebben we meerdere verdachten opgepakt die betrokken waren bij zogeheten Com-platforms. Daar worden kinderen afgeperst met seksueel getinte beelden en gedwongen tot seksueel misbruik of sadistisch geweld. Ze worden binnengehaald via chatplatforms als Discord en gameplatforms als Roblox. Bij ten minste vijf meisjes uit Nederland heeft dit geleid tot een poging tot zelfdoding.’
Omdat lang niet altijd melding wordt gedaan van onlinemisbruik, is dit volgens haar het topje van de ijsberg. ‘In de fysieke wereld surveilleren politieagenten op straat, net als boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren, red.). Als kinderen elkaar slaan op het schoolplein, staat daar een juf die zegt: dat mag niet. Online doet eigenlijk niemand dat, daar is sprake van een moreel vacuüm.’
De pakkans is klein voor dit soort misdrijven, voegt Rinus Otte van het OM daaraan toe. ‘Volwassenen hebben vaak geen idee wat kinderen doen op internet. Als je daar als crimineel actief bent, houdt bijna niemand je tegen.
‘Soms kunnen we sites en apps uit de lucht laten halen. Maar voordat het zover is, moeten we weten wie erachter zit, wat verdachten precies gedaan hebben en dat kunnen bewijzen. Dat is niet eenvoudig, want dit soort criminaliteit houdt zich niet aan landsgrenzen. We zullen een omslag moeten maken in onze manier van werken, die nog in de kinderschoenen staat.’
Het politiebestel is nu vooral ingericht op de bestrijding van traditionele, lokale criminaliteit. Basisteams, die een groot deel van het opsporingswerk voor hun rekening nemen, besteden veel tijd aan noodhulp en op heterdaad betrapte verdachten. Dat gaat ten koste van zaken die op het eerste gezicht misschien minder dringend lijken, maar waarbij veel slachtoffers kunnen vallen.
‘Waar je vroeger een inbreker had die op pad ging en twaalf huizen bezocht op een avond’, zegt Knol, ‘zie je nu dat iemand met een druk op een toetsenbord tienduizend slachtoffers kan maken. Dat vraagt echt om een andere aanpak.’
Ongeveer de helft van de aangiften heeft nu te maken met digitale criminaliteit, zoals oplichting. Wordt daarvoor ook de helft van de Nederlandse opsporingscapaciteit ingezet?
Knol: ‘Nee, veel minder. Dat is helemaal uit balans. Zeker als je beseft dat in bijna alle vormen van misdaad een digitale factor zit. Al is het maar omdat via smartphones wordt gecommuniceerd.’
Tech-expert Dave Maasland zei tegen me: ‘Er zijn in Nederland een paar heel goede specialistische politieteams en individuele experts in regiokorpsen. Maar in de breedte is veel winst te behalen. Zeker bij basisteams is een digitaliseringsslag nodig die ze eigenlijk tien jaar geleden al hadden moeten maken.’
Knol: ‘Er is een slag te maken, ja. Maar terugkijken is altijd makkelijk. Tien jaar geleden kon ik niet goed overzien, en ik denk bijna niemand, wat digitalisering zou betekenen. Ik heb het idee dat we dat nu pas echt goed doorvoelen.’
Daar komt bij dat de politie de afgelopen jaren niet zomaar extra geld kon vrijmaken om te investeren in ict. ‘Het ministerie van Justitie en Veiligheid financiert ons op basis van een vastgesteld aantal fte’s. Blauw op straat, zeg maar. Op die manier worden we eigenlijk gedwongen bepaalde bureaus open te houden en vacatures in te vullen, terwijl technologie soms veel meer zou kunnen helpen.’
Het OM loopt tegen vergelijkbare problemen aan, aldus Rinus Otte. ‘Een voorbeeld: vorig jaar heeft de Tweede Kamer 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de strijd tegen femicide. Dit soort thematische gelden wordt verdeeld over organisaties die ermee te maken hebben. Het betekent dat er bij ons en de politie afdelingen zijn waar een deel van het personeel gefinancierd wordt met een tijdelijk, geoormerkt budget.
‘Ik vind het nobel dat sommige thema’s extra aandacht krijgen van de Kamer, maar het zou beter zijn om te investeren in de basisstructuur van het OM. Want onze ict is verouderd en niet toekomstbestendig.’
Hoe ernstig de situatie is, bleek afgelopen zomer, toen het OM slachtoffer werd van een ‘zeer ernstige ict-inbreuk’, zoals Otte het noemt. Volgens de inlichtingendiensten AIVD en MIVD is het zeer waarschijnlijk dat een statelijke actor achter de hack zat. Daarover wil de baas van het OM weinig kwijt, omdat er nog een strafrechtelijk onderzoek loopt. ‘Maar dit was niet het werk van een jongen op een zolderkamer in Bunnik’, zegt hij.
Na de hack koppelde het OM om veiligheidsredenen zijn ict-systemen los van internet. Gedurende enkele weken deelde het digitaal geen informatie met advocaten, rechtbanken en anderen. Nog altijd zijn er geregeld storingen.
Het leidt tot frustratie bij medewerkers van het OM. In november stuurden 2.850 personeelsleden een brandbrief naar het college van procureurs-generaal, waarvan Otte de voorzitter is. Hij heeft begrip voor de onvrede en vraagt de politiek om maatregelen.
‘Waar we onder meer tegenaan lopen, is dat het OM digitaal informatie en gegevens uitwisselt met 62 organisaties. Wij zijn de spin in het web. Dat is niet bevorderlijk voor de stabiliteit van onze ict. Kunnen we die informatie-uitwisseling niet beperken tot de politie, rechtspraak en Reclassering Nederland, en met de rest op een andere manier communiceren? Desnoods via de postbode?’
Nog even en u pleit voor de terugkeer van de fax.
Otte: ‘Haha, nee. Ik zeg het een beetje ironisch, maar ik zou graag willen dat het nieuwe kabinet scherpe keuzen maakt. Want het kan niet langer zo. Zolang onze ict-basis niet op orde is, kan het OM nieuw beleid en nieuwe wetgeving niet verwerken.’
Ook de ict van de Nationale Politie is kwetsbaar. In 2024 werden bij een hack namen en e-mailadressen van allerlei medewerkers buitgemaakt. Dat was volgens de AIVD en MIVD het werk van een hackgroep die vermoedelijk banden heeft met de Russische overheid.
In september arresteerde de politie twee Nederlandse jongens van 17 op verdenking van ‘statelijke inmenging’. Ze zouden door een Rus zijn geronseld voor spionageactiviteiten: het in kaart brengen van wifinetwerken in Den Haag.
Nederland wordt geregeld geconfronteerd met hybride oorlogsvoering, ook in de vorm van drones. Er is geopolitieke onrust, de Europese Unie kan minder leunen op Amerika. Maakt dit extra ict-investeringen urgenter?
Otte: ‘Absoluut. Het nieuwe kabinet moet niet alleen miljarden extra investeren in defensie, maar ook in de digitale verdediging van rechterlijke instanties en de politie. We zijn nu onvoldoende weerbaar tegen wat er op ons afkomt. Stel je voor dat bij die eerdere ict-inbreuken het systeem van de politie of het OM was geïnfiltreerd. Dat is godzijdank niet gebeurd, maar het had zomaar gekund, en we werken met heel gevoelige informatie.’
De wereld én de criminaliteit veranderen in een hoog tempo, is de boodschap van Otte en Knol. Om daar goed op in te spelen, hebben ze niet alleen hulp nodig van de politiek, maar ook van de rest van de samenleving.
‘De politie en het OM willen graag dat het nieuwe kabinet een regeringsfunctionaris of een commissie instelt’, zegt de korpschef. ‘Die zou veel breder moeten kijken naar wat er de afgelopen tien jaar is veranderd op het gebied van criminaliteit en digitalisering. Hoe kunnen we bijvoorbeeld zorgen voor extra toezicht op wat onze kinderen op internet doen?’
Geef eens een voorzet?
Knol: ‘Ik zou willen dat scholen meer aandacht besteden aan de risico’s waarmee jongeren online te maken krijgen. Dat komt nu al aan de orde, maar ontwikkelingen op internet gaan razendsnel. En als het gaat om toezicht, zouden socialemediabedrijven en makers van gameplatforms als Roblox meer kunnen en moeten doen. Daar is wetgeving voor nodig. Nu kunnen we als politie eigenlijk niet veel meer doen dan vragen of ze ons willen helpen, als we informatie nodig hebben.’
De korpschef put inspiratie uit het werk van een adviescommissie onder leiding van PvdA-Kamerlid Hein Roethof, midden jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat leidde tot een omslag in de aanpak van criminaliteit en drugsoverlast.
Roethof maakte duidelijk dat veiligheid de verantwoordelijkheid is van de samenleving als geheel. Zijn pleidooi voor preventie leidde onder meer tot grootschalige methadonverstrekking aan heroïneverslaafden en de terugkeer van conducteurs in het openbaar vervoer.
Destijds worstelden de autoriteiten met een explosieve stijging van zwartrijden en autokraken, nu met internationale onrust, digitalisering en een ander probleem: de voortdurende toename van het aantal meldingen over mensen met verward gedrag.
Knol: ‘Het aantal politiemeldingen over ‘overlast van verwarde personen’ is afgelopen jaar met 12 procent gestegen naar bijna 169 duizend. Dat is een record. We roepen al minstens tien jaar: daar is de politie eigenlijk niet voor. Het is mooi dat agenten op acute momenten van betekenis kunnen zijn, maar dit is natuurlijk niet de oplossing. Ook daarover zou zo’n commissie moeten nadenken.’
Otte: ‘Als het gaat om verwarde personen, is er nu een ratjetoe aan regels, beleid en wetgeving. Concentreer dit op één plek. Liefst bij het ministerie van Volksgezondheid, in plaats van Justitie en Veiligheid. Dit probleem hoort thuis bij de geestelijke gezondheidszorg. Ik hoop dat het nieuwe kabinet de moed heeft om deze knoop door te hakken en verplichte opname in de ggz eenvoudiger maakt.’
Knol: ‘Als politie zijn we nu 20 procent van onze tijd bezig met verwarde personen. Het is bijna niet te geloven, maar we hebben afgelopen jaar meer geschoten op mensen met verward gedrag dan op criminelen. Dat zegt wel dat er iets structureel fout zit.’
Het aantal minderjarige verdachten van straatroof en overvallen neemt snel toe. In 2025 waren het er 1.457, dat is ruim 13 procent meer dan een jaar eerder en 24 procent meer dan in 2023. Van alle verdachten van deze misdrijven is 55 procent minderjarig. Tien jaar geleden was dat 35 procent.
‘Ook dit is zorgelijk’, zegt korpschef Janny Knol. Ze vindt het belangrijk om op de nieuwe cijfers te wijzen, in het licht van recente discussies onder wetenschappers. Die beklemtonen dat de jeugdcriminaliteit sinds begin deze eeuw flink is gedaald.
‘We moeten uitkijken dat we ons niet in slaap laten sussen door generieke trends’, waarschuwt ze. ‘Ons valt bijvoorbeeld op dat waar je voorheen zag dat jongeren geleidelijk carrière maakten in de criminaliteit, ze nu sneller de stap zetten naar ernstige misdrijven als straatroven en overvallen en heel gemakkelijk switchen tussen verschillende vormen van on- en offline criminaliteit.’
‘We weten niet precies hoe dat komt. Wat we in ieder geval zien, is dat veel verdachten in een vroeg stadium zijn benaderd door criminele netwerken, via sociale media. Ook hebben we de indruk dat sommige jongeren die worden geronseld het niet zozeer voor het geld doen, maar voor de eer. Zijn hun normen aan het verschuiven? Het zou interessant zijn als dat wordt onderzocht.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant