Stikstof Ondanks honderden miljoenen aan stopsubsidie slaagde de overheid er onvoldoende in om veehouderijen met veel stikstofbelasting te overtuigen hun bedrijf te staken. Dat maakt het vrijwillig uitkopen van veehouderijen duur en ineffectief.
De overheid kocht honderden veehouderijen op om de stikstofuitstoot van de landbouw te reduceren.
De grote uitkoopregeling voor de zwaarste belastende veehouderijen (‘piekbelasters’) had tot drie keer meer stikstofwinst kunnen opleveren. De regeling had ook – met dezelfde stikstofwinst – honderden miljoenen euro’s goedkoper gekund. In het meest optimale scenario had het 1,5 miljard euro kunnen schelen. Dan hadden honderden boerenbedrijven minder uitgekocht hoeven worden voor dezelfde stikstofreductie.
Dat blijkt uit onderzoek van NRC, Follow The Money en Omroep Gelderland.
De media berekenden op basis van uitstootgegevens de stikstofbelasting van de circa drieduizend veehouders die in aanmerking kwamen voor de uitkoopregeling. Ook werd het bedrag dat het ministerie van Landbouw over had voor de uitkoop van elk van hen ingeschat (zie kader). Zo kon worden berekend hoe kostenefficiënt het zou zijn een veehouder uit te kopen – ofwel hoeveel euro een gereduceerde gram stikstof zou kosten.
De overheid is er niet in geslaagd om voldoende zware belasters te overtuigen om te stoppen, blijkt uit het onderzoek. Volledig vrijwillig uitkopen is daardoor duur en ineffectief.
Het uitkopen van veehouders is de belangrijkste maatregel waarmee de overheid de stikstofuitstoot wil reduceren. Het ministerie van Landbouw trok zo’n 2 miljard euro uit om de zwaarste belastende veehouders te verleiden om te stoppen.
Door het stikstofoverschot kan de overheid amper vergunningen verlenen. Dat hindert de woningbouw en de energietransitie. In 2019 bepaalde de Raad van State dat de stikstofuitstoot fors naar beneden moet, voor er weer méér stikstof bij kan komen.
De opbrengst van de uitkoopregeling valt tegen omdat er binnen de 3.000 piekbelasters grote verschillen zijn in hun natuurbelasting. Verreweg de meeste stikstofreductie is te halen bij een relatief kleine groep veehouderijen. Met het uitkopen van een kleine kopgroep van de 130 grootste piekbelasters was hetzelfde resultaat behaald als het ministerie nu boekt met een grotere groep van ruim zevenhonderd bedrijven: ruim 33 ‘mol’ (14 gram) stikstof per hectare natuur per jaar. De kosten van dit optimale scenario zijn veel lager – ruim 325 miljoen, blijkt uit dit onderzoek.
In een reactie stelt het ministerie van Landbouw dat de uitkoopregeling wél „zeer gericht en doelmatig” is. „Het gaat immers om een selecte groep bedrijven met hoge berekende stikstofneerslag op nabijgelegen natuur (circa 3.000 bedrijven van alle veehouderijen in Nederland).” De optimale scenario’s noemt een woordvoerder „theoretisch”. „Het is geen scenario dat in de praktijk daadwerkelijk mogelijk was geweest om efficiënter beleid te voeren.”
Grote piekbelasters zijn niet per definitie grote veehouderijen, het kan ook gaan om kleinere bedrijven in de buurt van grote Natura 2000-gebieden. Bedrijven met veel vee kunnen óók piekbelasters zijn als ze verder weg van de natuur zitten, omdat ze nu eenmaal veel stikstof uitstoten.
„Na 600 á 700 piekbelasters kom je op een kantelpunt, waarna uitkopen steeds duurder wordt en steeds minder oplevert”, zegt hoogleraar Milieu en Duurzaamheid Jan Willem Erisman (Universiteit Leiden). „Uitkopen – zeker vrijwillig – is duur en ineffectief.”
Het ministerie kocht bedrijven met zowel relatief lage, als met relatief hoge stikstofbelasting. Zo liet de grootste piekbelaster van Nederland zich uitkopen voor ongeveer een miljoen euro, omdat het een klein bedrijf was met oudere stallen. Vanwege zijn locatie, direct naast de Veluwe, is zijn natuurbelasting toch bijzonder hoog: zestien keer groter dan die van een gemiddelde piekbelaster. Per gereduceerde gram stikstof betaalde het ministerie daarom slechts 60 cent, berekende NRC. Het is daarmee een van de meest kostenefficiënte bedrijven die het ministerie kon uitkopen.
Kalkoenhouders Jelle en Marianne Bakker bevestigen het berekende uitkoopbedrag schriftelijk. Ze schrijven na lang twijfelen „de zwaar verliesgevende regeling” te hebben geaccepteerd. „De enige reden dat wij meedoen met de uitkoopregeling is omdat wij op de langere termijn geen toekomst zien voor ons bedrijf op deze locatie, vanwege de Nederlandse regelgeving en de steeds verdere verstedelijking van Nederland. Een regel- en wetgeving die gebaseerd is op modellen.”
Een gesloopte stal in de gemeente Venray
Tegenover dit succes van het ministerie staat de koop van een groot fok- en melkveebedrijf in Limburg met zo’n achthonderd dieren op een paar kilometer van natuurgebied De Peel. De overheid betaalde daar zo’n 11 miljoen euro voor, bijna 200 euro per gereduceerde gram stikstof. Per gereduceerde gram stikstof is het één van de duurste bedrijven die de overheid had kunnen uitkopen. Bedrijfsleider Gerard Scheepens meldt dat het bedrag ongeveer klopt. „Het besluit om te stoppen was een puur rationele keuze, maar emotioneel zwaar. Ons bedrijf is net verbouwd, maar we zitten tussen elf natuurgebieden in.”
Het is niet bekend welke veehouderijen zich uit hebben laten kopen. Toch is van sommige boeren te achterhalen of ze zich hebben aangemeld, bijvoorbeeld omdat zij al geld hebben gekregen of hun vergunning introkken. NRC en partners achterhaalden zo ruim 200 piekbelasters die zich hebben aangemeld voor de uitkoopregeling. Daaruit blijkt dat het ministerie er niet in geslaagd is om de zwaarste belasters te overtuigen. De tweehonderd veehouders staan lukraak – hoog én laag – op de lijst met piekbelasters.
„De overheid kan ook niet zomaar bepalen welke bedrijven moeten stoppen”, stelt een woordvoerder van Landbouw. Er zijn geen gesprekken geweest met de grootste piekbelasters, omdat dat niet mag volgens Europese regels voor staatssteun. Boeren verleiden om te stoppen, boekt sneller resultaat dan onteigenen, zegt de woordvoerder. „Een vrijwillige regeling maakt snellere uitvoering mogelijk. Verplichtende maatregelen leiden vaak tot lange juridische procedures, waar ook veel geld mee gemoeid kan zijn.”
Het ministerie stelt „heel bewust voor vrijwilligheid” te kiezen, en „absoluut niemand verplichten om met het boerenbedrijf te stoppen”. Dat heeft tot gevolg dat veehouders er zelf achter moesten komen of zij piekbelaster waren. Een royale stopsubsidie – 120 procent van de bedrijfswaarde – moest al het werk doen.
„Het was niet doeltreffend, maar hopen op het beste”, constateert hoogleraar Onteigeningsrecht Jacques Sluysmans (Radboud Universiteit). Hoogleraar Hens Runhaar (Universiteit Utrecht), die voor de Tweede Kamer onderzoek deed naar een andere uitkoopregeling, is het daar mee eens: „De uitkoopregeling was te weinig gericht en te vrijblijvend.”
Aanvankelijk was het plan om veel harder én gerichter in te grijpen in de intensieve veehouderij.
Na maanden van massale boerenprotesten stelde regeringsadviseur Johan Remkes eind 2022 „met een bezwaard hart” voor om de stikstofuitstoot van een zo klein mogelijke groep boerenbedrijven te „binnen een jaar” te reduceren, om Nederland van het slot te halen. Dat sloeg op 500 á 600 boeren: de Nederlandse landbouwsector, de intensieve veehouderij voorop, is verantwoordelijk voor de helft van de stikstofneerslag op kwetsbare natuur. Als een vrijwillige piekbelastersaanpak niet voldoende zou opleveren, moest volgens Remkes „verplichtend instrumentarium” worden ingezet.
Toenmalig minister Christianne van der Wal (Stikstof en Natuur, VVD) zette de uitkoopregeling, vergezeld van een „woest aantrekkelijk bod”, vervolgens open voor 3.000 veehouders, die zélf mochten bepalen of ze meededen. Wel hield ze de mogelijkheid tot dwang open, mocht de opbrengst tegenvallen. Onder haar opvolger Femke Wiersma (Landbouw, BBB) verdween vervolgens iedere suggestie van dwang. Afgelopen voorjaar zei ze tegen NRC: „Ik stuur niet op een bepaald percentage of aantal boeren dat moet stoppen. Sterker nog, ik wil juist zoveel mogelijk boeren perspectief bieden, zodat zij door kunnen met het mooie werk dat zij doen.”
De uitkoopregelingen ontstonden in een tijd waarin een boerenopstand dreigde, zegt hoogleraar Erisman. Verplichtende maatregelen lagen bijzonder gevoelig. „Dat risico wilde men niet nemen, denk ik. Nog steeds niet, het hele beleid is tot nu toe alleen nog maar vrijwillig.” Zonder stok achter de deur verloor de regeling geloofwaardigheid, zegt Hens Runhaar. „De grote jongens hadden sneller meegedaan als duidelijker was geworden dat hun verdienmodel op langere termijn niet meer houdbaar is.”
Van der Wal formuleerde nog „een inspanningsverplichting” om met de piekbelastersaanpak de overbelasting van de natuur met een kwart terug te dringen (een jaarlijkse reductie van gemiddeld 100 mol per hectare). Onder het kabinet-Schoof verdween die doelstelling helemaal. Minister Wiersma noemde het „een ambitie van het vorige kabinet”.
Sinds maart zijn ongeveer tweehonderd boeren die interesse in de uitkoopregeling toonden alsnog afgehaakt en uit de piekbelastersregeling gestapt. Volgens de recentste cijfers van het ministerie van Landbouw uit november gaat het Rijk nu zo’n 550 veehouderijen beëindigen voor een bedrag van 1.344 miljard euro. Een nieuwe raming van de stikstofreductie is daarna niet meer gemaakt, laat een woordvoerder weten.
Dat zijn toevalligerwijs evenveel bedrijven als Remkes voorstelde, maar omdat het niet om de zwaarste belasters valt de opbrengst tegen. Volgens berekeningen van NRC zal de reductie landelijk gezien rond de 30 mol per hectare komen te liggen. Bij het plan van Remkes was de stikstofopbrengst ruim twee keer hoger geweest.
Lokaal, als veel boeren in hetzelfde gebied stoppen, kan het effect van uitkopen wel groter zijn, zegt het ministerie. In 2024 per hectare gemiddeld zo’n 400 mol stikstof (een mol stikstof is 14 gram) meer dan kwetsbare natuurgebieden aankonden.
Gesloopte stallen in Ede. In gemeenten als Ede en Venray stoppen tientallen veehouderijen.
Deelnemers aan de uitkoopregeling twijfelen alom aan het ecologische effect. Veehouders spreken over rationele, zakelijke besluiten met grote persoonlijke gevolgen. Stoppers voelen de druk van provincie en het Rijk op de agrarische sector om te krimpen toenemen. Ze vertellen Follow the Money, Omroep Gelderland en NRC dat ze al tegen hun pensioen aan zaten zonder bedrijfsopvolgers, kampten met gezondheidsklachten, of bedrijfsmatig waren vastgelopen, met bijvoorbeeld verouderde stallen zonder financieringsruimte om te investeren.
„De meerderheid van veehouders zal ondanks dit ‘woest aantrekkelijke’ bod door willen”, zegt hoogleraar Onteigeningsrecht Sluysmans. „Dat soort vergoedingen zijn niet genoeg om ze te overtuigen. Veel kan direct naar de bank om schulden af te betalen. Wat hou je dan nog over?”
Uitkoopregelingen zijn alleen nuttig om een eerste klapper te maken, stelt hoogleraar Runhaar. „Om aan de rechtbank te laten zien: we zijn echt serieus bezig.” Maar voor de lange termijn moet je heel andere maatregelen nemen. „Dan moet je de kaart van Nederland opnieuw tekenen”, zegt Runhaar, „waar kan welke vorm van landbouw wel en waar niet?” Collega hoogleraar Erisman zegt dat de miljarden die gespendeerd worden aan individuele boerenbedrijven beter ingezet kunnen worden. „Voor landbouwhervormingen die aantrekkelijker zijn voor álle boeren.”
De LTO, de grootste belangenorganisatie van boeren, vindt het vrijwillige uitkopen van veehouders ook ineffectief. „Er liggen ook alternatieven. Remkes zei: maak als hele sector nou de bocht. Dat kan, met innovatie, met stalmaatregelen. Maar daar is geen beleid voor, nog altijd niet.”
De overheid wil het roer omgooien – op termijn krijgen boeren uitstootdoelen voor hun bedrijf – om de emissie van de landbouw fors te reduceren. De enige concrete maatregel is vooralsnog een nieuwe uitkoopregeling, het concept daarvan werd maandag gepubliceerd. In eerste instantie wordt 715 miljoen uitgetrokken, maar als de belangstelling groot is, kunnen de kosten oplopen tot 6 miljard euro, blijkt uit een ambtelijke notitie.
Elke veehouder mag aan deze uitkoopregeling meedoen. Veehouders die binnen een kilometer van een Natura 2000-gebied zitten, krijgen 10 procent extra. „Dit komt de doeltreffendheid van de regeling ten goede”, schrijft het ministerie in een toelichting.
Deelname aan de regeling, wordt benadrukt, is vrijwillig.
NRC, Follow The Money en Omroep Gelderland rekenden voor elke veehouder uit wat de stikstofbelasting op de natuur is. Daarvoor zijn de uitstootgegevens van veehouders uit 2021 gebruikt, die na een Woo-procedure van bijna drie jaar zijn verkregen. Daaruit ontleenden we de locaties van de stallen, het aantal dieren, de stalsystemen en het jaar waarop deze in gebruik genomen zijn.
De stikstofuitstoot van veehouders is berekend aan de hand van gestandaardiseerde emissiefactoren. Om te berekenen hoeveel van die uitstoot in gevoelige natuurgebieden valt, is het rekenmodel OPS gebruikt. OPS is eveneens het rekenhart van Aerius, het rekenmodel van het RIVM dat wettelijk verplicht is voor onder meer vergunningsaanvragen.
De hoogte van het uitkoopbedrag is berekend aan de hand van een rekentool van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de uitvoerder van de regeling. Het bedrag bestaat uit een compensatie voor de opgekochte dierrechten, de productiecapaciteit en sloopkostenvergoeding.
De berekening van NRC kan afwijken van het daadwerkelijke uitkoopbedrag, als andere jaartallen, dieraantallen of de staloppervlakten gebruikt worden. De hoogte van het subsidiebedrag wordt „casusspecifiek” vastgesteld, stelt de RVO. Op individueel niveau kunnen de afwijkingen groot zijn, als bijvoorbeeld een ander jaartal gebruikt wordt.
De depositieberekening van NRC wijkt ook af van die van het RIVM. Zo rekende de krant niet met zogenoemde subreceptoren – die berekeningen betrouwbaarder maken op heel korte afstand – en gebruikte standaardwaarden voor de hoogte, verspreiding en warmte-inhoud van de uitstoot. Een willekeurige steekproef van 300 veehouders liet zien dat de verschillen met de berekeningen van Aerius kleiner dan 0,01 procent zijn. Landelijk gezien kloppen de depositieberekeningen goed met de berekeningen van de achtergronddepositie van het RIVM.
De vergoeding voor de dierrechten is gebaseerd op de dieraantallen uit 2021 – dat is ook het uitgangspunt in de uitkoopregeling. In het geval van fosfaatrechten, die melkveehouders nodig hebben om koeien te houden, is uitgegaan van de gemiddelde eigenschappen van een melkkoe in 2021. Pluimvee- en varkensrechten zijn berekend aan de hand van de gebruikte stalsystemen. De vergoeding verschilt per regio, die NRC afleidde van de locatie van de stal.
De compensatie voor de productiecapaciteit is ingeschat op basis van het aantal vierkante meters staloppervlakte. Op basis van luchtfoto’s en het kadaster zijn de stallen van de 3.000 boeren die in aanmerking komen voor de uitkoopregeling in kaart gebracht. Van die stallen is de oppervlakte berekend. Als NRC geen stallen kon vinden, is het bedrijf uit de inventarisatie geschrapt. Stallen met meerdere verdiepingen zijn moeilijk te onderscheiden, daarvan is slechts één verdieping meegenomen.
De vierkante meter prijs is afhankelijk van het jaar van ingebruikname – hoe ouder de stal, hoe minder deze oplevert. In het Woo-verzoek zaten echter stalsystemen. Op basis van openbare gegevens is moeilijk in te schatten hoeveel vierkante staloppervlakte een stalsysteem omvat. De beschikbare vierkante meters zijn daarom aan de hand de dierrechten verhoudingsgewijs toegewezen. NRC gaat ervanuit dat alle gevonden gebouwen gesloopt worden.
Landelijk gezien kloppen de bedragen goed: het ministerie van Landbouw reserveerde in maart 1.81 miljard euro om maximaal 723 veehouderijen te kopen. Willekeurige selecties van hetzelfde aantal bedrijven uit de dataset van NRC telden op tot 1.79 miljard euro.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC