Home

‘Het geluid van schoten was constant’: Iraniërs die het land verlaten, spreken over het geweld tegen demonstranten

Protest in Iran Nog maar een handjevol Iraniërs verlaat het land per vliegtuig, blijkt op het vliegveld van Istanbul. Sinds het regime alle internet- en telefoonverkeer heeft afgesloten, hebben zij geen contact meer met het thuisfront. „Mijn moeder is doodsbang.”

Demonstranten tegen het Iraanse regime bij het Iraanse consulaat in Istanbul op zondag 11 januari.

Op het vliegveld van Istanbul staan Ali en Mohammad die net zijn aangekomen uit de Iraanse hoofdstad Teheran. Tijdens de vlucht zaten ze naast elkaar en maakten kennis. Maar pas na aankomst voelen zij zich comfortabel om vrijuit te praten met elkaar.

Sinds vrijdag heeft Turkish Airlines vluchten van en naar Teheran geannuleerd, officieel vanwege „regionale ontwikkelingen”. Slechts twee Iraanse vliegtuigmaatschappijen vliegen nog naar Istanbul. Ali en Mohammad (ze willen om veiligheidsredenen niet met achternaam in de krant, net als de andere Iraniërs in dit stuk) moesten hun vlucht omboeken om het land uit te kunnen komen.

Ali (30) reist door naar Italië waar hij aan een proefschrift gaat werken als elektrotechnisch ingenieur. Hij vertelt hoe gevaarlijk het is om in de avond de straat op te gaan in Iran. „We weten van voorgaande protesten dat demonstreren je je leven kan kosten. Dat risico durf ik niet te nemen.”

Het ergste vindt Ali dat hij zijn familie niet meer kan bereiken. De Iraanse regering heeft het internet- en telefoonverkeer afgesloten vanwege de massademonstraties die Iran al twee weken in de greep houden. Zo proberen de autoriteiten te voorkomen dat demonstranten onderling communiceren. „Normaal gesproken bericht je je ouders dat je bent aangekomen. Ik wil niet dat zij zich zorgen maken of ik veilig het land ben uitgekomen.”

Het Iraanse regime grijpt hard in tegen demonstraties. De Iraanse president Masoud Pezeshkian had aanvankelijk een sympathieke toon aangeslagen over mensen die hun onvrede uitten over de economie. Zondag maakte hij op de Iraanse staatstelevisie een draai. Hij zei te werken aan het oplossen van economische problemen, maar zwoer „de relschoppers niet toe te staan het land te destabiliseren”.

Politie treedt harder op

Mohammad (38) verruilde Iran tien jaar geleden voor Duitsland; hij spreekt Engels met een Duits accent. Hij ging voor het eerst een maand lang terug naar zijn geboorteland. Dat hij midden in de protesten belandde, vindt hij ironisch. „Tien jaar geleden protesteerde ik tijdens de groene revolutie”, vertelt hij. Toen protesteerden Iraniërs tegen de destijds gekozen ultraconservatieve president Mahmoud Ahmadinejad. „Nu ben ik weer de straat op gegaan om te demonstreren in Teheran. De politie had wapens en gebruikte veel traangas. Het geluid van schieten was constant te horen”, vertelt Mohammad. Hij heeft berichten verzameld van Iraniërs die hun familie in het buitenland willen laten weten dat het goed met ze gaat. „Ik voel me net een boodschapper in oorlogstijd.”

De politie treedt de laatste dagen harder op bij demonstraties met vele doden tot gevolg. Volgens Human Rights Activist News Agency (HRANA) ligt het dodental op meer dan vijfhonderd, en heeft het Iraanse regime meer dan tienduizend demonstranten gearresteerd.

Er circuleren geverifieerde video’s van mensenmassa’s bij een mortuarium buiten Teheran. Daarop zijn lijkzakken te zien die buiten op de grond liggen. Iraniërs proberen daar hun geliefden te zoeken waar ze geen contact meer mee kunnen krijgen.

Mohammad: „Er zijn ontelbaar veel video’s van mensen die zijn neergeschoten, gedood of gewond geraakt. Die beelden zullen pas later naar buiten komen, omdat het internet nu platligt. We zagen pick-up trucks met machinegeweren om mensen te intimideren. Ik weet niet hoeveel doden er zijn gevallen, maar het zijn er veel.”

‘Wees onze stem in Europa’

Basisschoolleraar Somayeh (43) uit Teheran maakt een tegengestelde beweging. Zij vliegt vanuit Istanbul naar Iran om weer contact te krijgen met haar ouders. „Mijn ouders zijn hartpatiënten, en ik maak me zorgen.” Zelf heeft ze nooit meegedaan aan anti-regeringsprotesten, maar ze steunt ze volop. „Ik haat dit regime. Na 47 jaar is het genoeg geweest.”

Sinds de protesten tegen de verplichte hoofddoek in 2022 na de dood van Mahsa Amini draagt ze geen hoofddoek meer op straat. „Ik protesteer door mijn leerlingen te leren dat ze hun eigen religie mogen kiezen of helemaal niet hoeven te geloven. Daar kan ik problemen mee krijgen, maar dat interesseert me niet”, lacht ze.

Beneden in de aankomsthal staat Mohammad E. (26) te wachten op zijn vriendin die hun koffers heeft. Ze reizen door naar Italië om in Bologna hernieuwbare energietechniek te studeren. Mohammad E. probeert tevergeefs zijn ouders te bereiken om ze te laten weten dat ze veilig zijn aangekomen. „Ik heb veel vrienden die demonstreren, maar ik kan ze niet bereiken. Ik maak me vooral zorgen om mijn familie. Mijn moeder is doodsbang.”

Terwijl zijn vriendin arriveert met de koffers merkt hij op dat ze de hele vlucht heeft gehuild, omdat ze geen contact meer kan krijgen met haar familie. Vlak daarna schiet ze weer vol. Mohammad E.: „Mijn vrienden en familie zeiden tegen mij: wees onze stem wanneer je in Europa bent.” En tegen de verslaggever zegt hij: „En ik wil jou vragen om de stem te zijn van de mensen in Iran.”

Source: NRC

Previous

Next