Woningmarkt Volgens het Centraal Planbureau zouden de huurders van 12.000 corporatiewoningen er zelf ook een koopwoning op nahouden, en die verhuren.
De L-flat in de buurt Vollenhove in Zeist-Noord. Het is de grootste flat van Nederland.
Zelf voor een paar honderd euro per maand een corporatiewoning huren, terwijl je intussen ook de eigenaar bent van één of meerdere koopwoningen: het is bepaald niet de bedoeling, maar het gebeurt toch. In 2024 maakten de huurders van bijna 12.000 corporatiewoningen zich hier schuldig aan, zo stellen onderzoekers van het Centraal Planbureau vast in een rapport dat dinsdag verschijnt.
Deze huurders zijn (deels) eigenaar van een koopwoning en verhuren die in veel gevallen ook, soms in strijd met de regels van hun corporatie. Zo’n 1.200 huurders hebben zelfs meer dan één woning – sommigen tot wel zes en een enkeling tien of meer. Het CPB spreekt van een „bijzondere vorm van scheefwonen” die niet strookt met het maatschappelijke belang van woningcorporaties: mensen met een lager inkomen betaalbare huisvesting bieden.
Wie deze huurders-annex-huisbazen zijn, is niet bekend. De onderzoekers kwamen op hun resultaten door geanonimiseerde datasets van het CBS te combineren met de gemeentelijke basisadministratie. Zo konden ze zien of een bepaald persoon stond ingeschreven bij een woningcorporatie én of diegene tegelijk een koopwoning op zijn of haar naam heeft. Of dat een huurder mede-eigenaar was van een koopwoning waar nog iemand anders woonde. Naam en adres van diegene waren daarbij niet zichtbaar.
Bij een op de zes van deze 12.000 huurders-eigenaars is er sprake van bijzondere omstandigheden. Bijvoorbeeld een scheiding, waarbij een van de ex-partners achterblijft in de koopwoning en dat die nog niet verkocht is. Ook zou er sprake kunnen zijn van een erfenis, waarbij één van de ouders nog in leven is en in de woning zit maar een van de kinderen deels eigenaar wordt van het huis.
Maar bij de overgrote meerderheid spelen zulke omstandigheden niet. Deze groep bleek volgens de onderzoekers een relatief hoog inkomen te hebben en in aantrekkelijke corporatiewoningen te wonen, bijvoorbeeld in de buurt van voorzieningen of een gewilde locatie.
Een scenario is een stel dat na een paar jaar huren een eigen huis koopt, maar de corporatiewoning aanhoudt om die – tegen de regels – onder te verhuren. Een van de twee blijft op papier in de corporatiewoning wonen, terwijl de ander zich inschrijft in de koopwoning. Intussen wordt de corporatiewoning onderverhuurd, buiten de corporatie om.
Andersom kan ook: een huurder die in een corporatiewoning zit maar ondertussen één of meerdere koopwoningen verhuurt als huisbaas. In 1.193 gevallen bleek een huurder in het bezit te zijn van twee of meer koopwoningen – en daar waarschijnlijk huurinkomsten mee op te strijken die niet passen bij een sociale huurwoning. Bij 33 huurders ging het om tien woningen of meer. In 2021 bleek uit onderzoek van het Kadaster, op verzoek van NRC, dat één huurder in de gemeente Súdwest-Fryslân maar liefst 59 huizen had.
Hoewel het niet uitdrukkelijk bij wet verboden is, proberen woningcorporaties streng tegen deze praktijk op te treden. Vorig jaar kwam het tot een rechtszaak tussen Ymere en een huurder, waarbij de rechter in het voordeel van de Amsterdamse corporatie oordeelde. Die zegde het huurcontract op van een huurder die verderop in Amsterdam drie koopwoningen bleek te hebben. „Het maatschappelijk belang van woningzoekenden speelde daar zwaarder dan het privébelang van de huurder. Deze uitspraak was voor ons reden om hier dieper in te duiken”, zo zegt Rob Aalbers, sectorhoofd Klimaat en Gebouwde omgeving bij het CPB en betrokken bij het onderzoek.
Hoewel het om maar een half procent van alle 2,3 miljoen corporatiehuishoudens gaat, is het volgens het de onderzoekers genoeg reden om hier verder onderzoek naar te doen. „Dit fenomeen is daarmee niet wijdverspreid, maar is vanwege de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen en de duidelijke spanning met de doelstelling van corporaties desalniettemin relevant.”
Veel corporaties proberen deze praktijk aan te pakken door bij elke nieuwe huurder vooraf te vragen of zij al woningeigenaar zijn, of in clausules vast te leggen dat huurders het moeten melden als zij een woning in bezit krijgen. Het komt soms voor dat een corporatie vraagt om een verkoopakte of een verkoopopdracht aan een makelaar.
Maar voor wie al langer in een corporatiewoning huurt, is er vaak geen beleid bij corporaties. „Op het moment dat een nieuwe huurder een woning betrekt, worden zaken als inkomen getoetst. Daarna niet meer. Je kunt je voorstellen dat woningcorporaties periodiek willen toetsen of hun huurders nog altijd onder de doelgroep vallen”, aldus Aalbers. „En daarbij: deze mensen huren bij corporaties, waar lange wachtlijsten zijn, maar hebben intussen zelf een woning waar ze in zouden kunnen. Je kunt zo 12.000 corporatiewoningen vrijspelen voor mensen die ze echt nodig hebben.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC