Home

Een minderheidskabinet geeft de politiek wellicht nieuw elan

Kabinetsformatie

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

„Het wordt hard werken”, zei D66-leider Rob Jetten vrijdagavond, toen hij samen met medeonderhandelaars Henri Bontenbal (CDA) en Dilan Yesilgöz (VVD) bekendmaakte een minderheidskabinet te willen vormen. Het klonk als een waarschuwing vooraf, maar kan even goed een aanmoediging zijn. Voor de drie partijen die de coalitie zullen gaan vormen – als ze er komende weken ook financieel uitkomen – en voor de Tweede en Eerste Kamer.

Want na twee jaar waarin ‘Den Haag’ vooral stilstond, ruziede en bezig was met de waan van de dag, is de behoefte aan energie en daadkracht groot. Aan het dubbeldemissionaire kabinet-Schoof, dat nog maar rust op twee partijen, moet zo snel mogelijk een einde komen. De grote opgaven waar Nederland voor staat – van woningbouw en stikstof, tot vergrijzing en defensie – vragen erom.

Het is daarom bemoedigend dat de drie partijen snel een knoop hebben doorgehakt. Ze hadden nog eindeloos kunnen doorpraten over een meerderheidskabinet met JA21 en een vijfde kleinere partij. Dat was vooral problematisch geweest vanwege de radicaal-rechtse opvattingen van JA21 over bijvoorbeeld migratie, die zich moeizaam verhouden tot de rechtsstaat, en haar ideeën over klimaat, die diametraal tegenover die van D66 staan.

D66 en CDA hadden VVD-leider Yesilgöz kunnen dwingen te heroverwegen om met GroenLinks-PvdA een coalitie te vormen. Dat zij haar hakken in het zand stak, wekte terecht irritatie op. Elke partij mag andere partijen op ideologische basis uitsluiten. Maar telkens weer herhaalde suggestie dat de achterban van GroenLinks-PvdA te geradicaliseerd is om mee samen te werken, doet geen recht aan de werkelijkheid nóch de geschiedenis van twee paarse kabinetten en het kabinet-Rutte II.

De VVD zal de komende tijd bovendien een andere toon moeten aanslaan. Want het gevolg van de keuze voor een minderheidskabinet is dat de coalitie voor elk wetsvoorstel, en vooral voor elke begroting, ándere partijen moet overtuigen. De compromissen die aan de onderhandelingstafel gesloten hadden kunnen worden, moeten nu in het parlement worden gesloten.

Dat maakt kwetsbaar: om bijvoorbeeld aan de defensie-uitgaven te voldoen, zal er op andere terreinen moeten worden bezuinigd. Wat gaan de oppositiepartijen als wisselgeld vragen? Het is te hopen dat zij daarbij niet blijven hangen in partijpolitieke verongelijktheid of oppositie om de oppositie. En vooral is het aan de coalitiepartijen om écht te luisteren naar de wensen van de volksvertegenwoordiging. Het landsbelang telt.

Dat kan, zo laat de recente parlementaire geschiedenis zien. Het woonakkoord van 2013 tussen kabinet-Rutte II (dat als titel van het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ had) en D66, ChristenUnie en SGP laat dat zien. Net als de steun voor het Europese beleid tijdens de eurocrisis van de oppositie in 2012 omdat ‘gedoogpartner’ PVV die weigerde. Al ruim vijftien jaar hebben achtereenvolgende kabinetten bovendien geen meerderheid gehad in de Eerste Kamer.

Het dualisme dat zich op papier nu aftekent, kán de stroperige politiek van de afgelopen jaren nieuw elan geven. De Tweede en Eerste Kamer krijgen een grotere rol, volksvertegenwoordigers meer invloed en partijen hopelijk meer politieke kleur op de wangen als zij duidelijk moeten maken waarom zij wel of niet steun geven aan kabinetsbeleid. Bijkomend voordeel is hopelijk dat de kiezer ziet dat ‘Den Haag’ wel degelijk kan samenwerken.

Source: NRC

Previous

Next