Konrad Kay en Mickey Down slaagden zelf niet in de financiële sector, maar veroverden wél de wereld met het geweldige Industry. De serie over de nietsontziende Londense City is nu terug met een vierde seizoen.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
‘Schrijf wat je weet’, luidt een van de vaakst gebezigde adviezen aan (beginnende) schrijvers. Nu levert dat lang niet altijd interessante materie op, maar in het geval van Mickey Down en Konrad Kay mogen we toch dankbaar zijn dat zij dit advies ter harte hebben genomen. Met de serie Industry, die deze week begint aan het vierde seizoen, maken ze tenslotte een van de betere series van dit moment.
Als twintigers werkten de twee Britse boezemvrienden een tijd voor een aantal banken in de Londense City, het financiële hoofdkwartier van de stad. Eenmaal daar ontdekten Down en Kay vrij snel dat dit niet hun wereld was. Down begon al tijdens werktijd stiekem scripts te schrijven en Kay begon na zijn ontslag met kleine klusjes in de filmwereld, onder andere als assistent van acteur Sacha Baron Cohen.
De ambitie om door te breken in de filmindustrie was er altijd al geweest, maar dat leek door hun gegoede afkomst geen logische carrièrestap. Toen er echter bij zender HBO interesse bleek te zijn in een serie over jonge, ambitieuze nieuwkomers in de City of London, kwam producent Jane Tranter snel uit bij Down en Kay. De behoefte aan series over (financiële) excessen was en is nu eenmaal groot, zeker na het succes van recente hits als Succession en The White Lotus.
Industry moest net even anders worden, door niet alleen naar de top te kijken, maar door juist aan de onderkant te beginnen, met jonge mensen die nog een heel pad hebben af te leggen naar onbegrensde rijkdom. Producent Tranter in gesprek met The New Yorker: ‘Ik kon maar niet begrijpen waarom jongeren na de kredietcrisis nog steeds massaal in de City wilden werken. Was dit niet de generatie die de wereld moest redden van de afschuwelijke fouten die mijn generatie had gemaakt?’
Down en Kay mochten als showrunners aan de slag met dat uitgangspunt, waarbij ze van HBO de opdracht kregen om een serie te maken die ook ‘jong en sexy’ moest zijn.
Industry begint met de eerste werkdag van een groep jongeren die zijn geselecteerd voor een prestigieus traineeship bij de grote (fictieve) Londense beleggingsbank Pierpoint. De concurrentiestrijd daar is hard en ongenadig, want er zijn uiteindelijk slechts een handjevol uitverkorenen die bij het bedrijf mogen blijven. De druk is daarbij zo groot dat het verloop enorm is. Al in de eerste aflevering zien we bijvoorbeeld hoe een van de trainees bezwijkt, omdat hij nachtenlang wakker blijft om maar zo hard mogelijk te werken.
In de serie ligt de nadruk op de paar trainees die het wél redden, zoals de Amerikaanse bluffer Harper (Myha’la), de sociale stijger Robert (Harry Lawtey) en de door haar gegoede afkomst extreem geprivilegieerde Yasmin (Marisa Abela). Maar de morele prijs die ze betalen voor hun ambitie is groot, omdat de financiële wereld in alle opzichten grenzeloos is, en verraad net zo normaal is als een salade bij de lunch. Zoals Harpers mentor Eric het samenvat: ‘Is het niet prachtig dat niemand in deze wereld ooit tevreden is?’
Hoewel de serie wel degelijk sexy, prikkelend en scherp was, kende Industry een bijzonder moeilijke start. In een artikel in The New Yorker vertelde showrunner Kay onlangs dat in 2020 slechts zeventigduizend kijkers live inschakelden voor de eerste aflevering van de serie. ‘Daarmee was het de op een na slechtst bekeken serie op HBO ooit.’
Maar Industry bleek een klassieke slow burn, want per seizoen stegen de kijkcijfers, en elk seizoen werden de recensies lyrischer. Bij de aanvang van het derde seizoen werd de serie door HBO zelfs gepromoveerd naar het prestigieuze zondagavondslot op tv, waar de zender vaak paradepaardjes als Succession en Game of Thrones uitzendt.
Daarmee is Industry toch ook vooral een productie die bewijst dat het vaak loont om een serie de tijd te geven. Industry is redelijk goedkoop om te maken, met locaties die veelal binnen zijn (de beursvloer) en acteurs die (nog) geen grote sterren zijn. Voor HBO waren de risico’s daarmee redelijk klein, en konden Down en Kay gaandeweg uitvogelen wat voor serie ze nu eigenlijk precies maakten.
Want de mannen hadden in eerste instantie geen idee wat ze nu precies aan het doen waren. In gesprek met The New Yorker gebruiken ze meermaals de vergelijking dat ze het vliegtuig bouwden terwijl ze al aan het vliegen waren. Het eerste seizoen bestond volgens de schrijvers meer uit vibes dan uit verhaal, en de tweede reeks had volgens de makers juist weer te véél plot.
In het derde, best ontvangen seizoen tot nu toe vond de serie definitief haar vorm. Industry werd een van de sterke verhalen van deze tijd over macht, klassenverschillen en het plafond waar sociale stijgers uiteindelijk altijd tegenaan knallen, hoeveel succes ze ook lijken te behalen.
Waar het in eerste instantie ging over de stress en excessen binnen de financiële sector, veranderde Industry steeds meer in een bijtende serie over (Britse) klassenverschillen en hoe het onmogelijk blijft om als nieuw geld in de gratie te komen bij oud geld. Aan het eind van het derde seizoen zagen we bijvoorbeeld hoe Yasmin níét koos voor grote liefde Robert, maar voor de aristocratische rijkeluiszoon Henry (Kit Harington). In de wereld van Industry gaat rijkdom maar al te vaak boven levensgeluk.
Ook hiervoor konden Down en Kay rijkelijk putten uit eigen ervaringen, als kinderen uit de hogere Britse klasse. Als tieners kregen ze peperduur privéonderwijs en later konden ze allebei zonder al te veel tegenslag terecht aan de Universiteit van Oxford (waar ze respectievelijk theologie en literatuur studeerden). Toen de twee elkaar in 2007 ontmoetten, raakten ze al snel bevriend.
Omdat grote financiële Britse bedrijven vaak rekruteren op elitaire universiteiten, belandden Kay en Down uiteindelijk in de financiële wereld, wat dus niet heel goed afliep. Down hield het slechts een jaar vol, naar eigen zeggen omdat je niet ‘gemiddeld kunt zijn in die financiële wereld’ en hij bepaald geen uitblinker was.
Voor Kay lag een carrière in de Londense City meer in de lijn der verwachting, daar zijn beide ouders jarenlang voor een prominente Londense bank werkten (Kays vader werkte als consultant mee aan de eerste reeks van de serie). Maar Kay bleek ‘dyslectisch met cijfers’, en begreep daarom nooit helemaal wat hij precies aan het doen was. Toen hij na ruim twee jaar werd ontslagen, was hij vooral ‘dankbaar’. Zijn baas noemde hem ‘een geweldige gast’, maar ook ‘de slechtste verkoper die hij ooit had ontmoet’.
Down en Kay hadden al snel door dat deze wereld ze uiteindelijk niet gelukkig ging maken en hebben die leegheid ook in de levens van hun hoofdpersonages verwerkt. Kay in The New Yorker: ‘Deze mensen hebben geld, ze hebben seks en er zijn drugs. Maar ze zijn ook totaal vervreemd en hyperindividualistisch. Ze zijn allemaal diep ongelukkig en worstelen met enorme trauma’s uit hun verleden. Seks, drugs en geld bieden slechts tijdelijke troost.’
Toch willen de showrunners niet mee in het narratief dat hun personages alleen maar onaangename vlerken zijn. Kay in een interview met The Guardian in 2022: ‘Egoïsme en zelfvernietiging zijn menselijke eigenschappen, en iedereen is tot beide in staat, zelfs als ze dat liever niet onder ogen willen zien.’
Bovendien levert al die misère óók gewoon heel goede televisie op. Verwacht in Industry daarom niet al te veel verlossing, ook niet in het vierde seizoen. Down in datzelfde interview: ‘Alle grote series van deze tijd gaan over het nastreven van succes, en hoe eenzaam je daarvan wordt. Dat is in principe waar onze serie ook over gaat. We zouden graag een soort verlossing zien voor onze personages, maar...’, waarna boezemvriend Kay lachend aanvult: ‘Dat is geen goede televisie!’
Van het vierde seizoen van Industry staat vanaf maandag 12 januari wekelijks een nieuwe aflevering op HBO Max.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Op zoek naar meer bingemateriaal? Op volkskrant.nl/series vindt u onze recensies van de beste én de slechtste series op alle streamingsdiensten. U kunt zoeken op aantal sterren, aanbieder en genre.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant