Home

Ginny heeft in 46 dagen 1.131 sigaretten níét gerookt en 720 euro níét uitgegeven

Rookverslaving Sinds 1 januari worden niet één maar drie pogingen tot stoppen met roken per jaar vergoed. Een goede zaak, vinden zorgverleners: van de verslaving afkomen is vaak een lange weg. En elke sigaret die minder wordt opgestoken is winst.

Ginny Bruijns stopt na 28 jaar met roken.

Ginny Bruijns voelt zich bevrijd. Dit is dag 46 zonder sigaretten. 28 jaar rookte ze, sinds haar zestiende. „Stoppen lukte nooit, ik was zo verslaafd. 25 sigaretten per dag. ’s Avonds dacht ik dan: oh shit, ik heb er nog maar één dus ik moet naar de benzinepomp. Anders heb ik morgenvroeg niks. Ze zijn ’s avonds nergens meer te krijgen hè.”

Van die gedachten, dat mentale keurslijf, is ze nu verlost. In een app houdt ze bij hoeveel haar dat scheelt: ze heeft in die dagen 1.131 sigaretten níét gerookt. 720 euro níét uitgegeven aan tabak. Wat was de druppel die haar deed stoppen? „Mijn moeder overleed op haar 59ste aan longkanker en toen overleed mijn nichtje anderhalf jaar geleden er ook aan. 49 jaar. Beiden rookten. Ik ben nu 44 en ik wil nog leven.”

Eerst probeerde ze zelf te stoppen door een e-smoker te kopen. „Maar ik hield het niet vol. Vorig jaar probeerde ik het weer: ik minderde tot zes sigaretten per dag. Ook dat hield ik niet vol. Bij de koffie, na het eten – dan kon ik een sigaret niet weerstaan. Toen ik in oktober bij de chirurg was, vroeg hij: ‘Rook je? Wil je stoppen?’ Ik heb me aangemeld bij de rookstoppoli en ben op 22 november gestopt. Dit keer lukt het.”

Stoppen-met-roken wordt sinds 1 januari drie keer per jaar vergoed. Tot nu toe werd dat één keer per jaar vergoed door de verzekeraar. Het gaat om een kleine uitbreiding van het basispakket van de zorgverzekering – maar wel een belangrijke, vinden longartsen en sommige rokers. Want 96 procent van de rokers die zonder hulp proberen te stoppen, is een jaar later weer aan het roken. En van de rokers die met begeleiding proberen te stoppen, is 76 procent een jaar later weer aan het roken. Bij de aller-intensiefste begeleidingsprogramma’s, zoals in rookstoppoli’s of bij psychologen, is een jaar later 60 tot 70 procent weer aan het roken – 30 à 40 procent dus niet. En had de rest, zo is het idee, níét verplicht gewacht tot het volgende kalenderjaar om een nieuwe poging vergoed te krijgen, dan zou het slagingspercentage hoger kunnen uitvallen.

Stoppen na gemiddeld zes pogingen

„Als je bedenkt dat het gemiddeld zes pogingen kost voordat iemand echt stopt, dan is het goed als dat drie keer per jaar kan”, zegt longarts en anti-rookactivist Wanda de Kanter. Lichte programma’s bij de ‘praktijkondersteuner’ van de huisarts gelden voor verzekeraars als een ‘stoppoging’ en als die mislukken, dan moest de roker een jaar wachten voordat hij weer een, vergoede, poging kon ondernemen. Tenzij hij dat zelf betaalde. Zo’n programma kost ongeveer 400 euro. Een fractie van de medische kosten die rokers veelal maken na jaren te hebben gerookt.

Zo wordt vaak gerekend. Als niemand in Nederland nog zou roken, dan zou dat 2,4 miljard euro per jaar aan zorgkosten schelen. Er zouden minder operaties en medicijnen nodig zijn wegens beschadigde aderen (hartinfarcten, herseninfarcten, etalagebenen). Er zouden minder amputaties nodig zijn – tenen en benen die moeten worden afgezet doordat het bloed er niet meer naartoe stroomt en ze afsterven. En minder – veel ingewikkelder – bypassoperaties, bedoeld om juist benen te behouden. „Ik heb vanochtend drieënhalf uur aan een bypass gewerkt voor het behoud van het been van een 60-jarige man”, zegt de Eindhovense vaatchirurg Joep Teijink aan de telefoon. En er zou, als geen Nederlander meer zou roken, ook minder kanker voorkomen, vooral minder blaaskanker en longkanker. Ook zouden er minder longziektes zijn, zoals COPD.

Voorlopig rookt 18 procent van de volwassen bevolking nog, volgens het Trimbos Instituut – ongeveer 2,5 miljoen mensen. Dat aantal is al fors gedaald de afgelopen 35 jaar: in 1989 rookte 44 procent van de mannen en 33 procent van de vrouwen nog. Die huidige 18 procent is niet evenredig verdeeld: 30 procent van de laagopgeleiden rookt, tegen nog maar 7 procent van de hoogopgeleide volwassenen. Daarnaast, zegt chirurg Teijink, raken steeds meer jongeren weer nicotineverslaafd door het gebruik van vapes. „Een groot deel van hen gaat roken! Dat is echt verontrustend.” In de kankeratlas van IKNL is precies te zien hoeveel diagnoses er zijn in elk postcodegebied, uitgesplitst per kankersoort.

Vijf jaar kwijt

Rokers leven gemiddeld zeven tot negen jaar korter dan anderen. Stopper Ginny Bruijns heeft het voor zichzelf uitgerekend: „Ik ben door 28 jaar roken al vijf jaar van mijn leven kwijt.”

Die sommen zeggen rookstopcoach Pauline Haasbroek niet zo veel. Ze begeleidt al 15 jaar 400 patiënten per jaar met stoppen, in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. Zij ziet het lijden, drie dagen per week. „Dat gevecht, elke dag, met de behoefte aan een sigaret. Mensen die naar adem happen wegens hun beschadigde longen en tóch naar een sigaret willen grijpen. De helft van de mensen die rookt, sterft eraan.” Bij de Rookstopppoli worden rokers een jaar lang begeleid, volgens een strakke en wetenschappelijk onderbouwde methode.

In Beverwijk gaat weleens het gerucht dat bewoners last hebben van hun longen door de uitstoot van Tata Steel, vertelt Haasbroek. Maar die gevolgen vallen volgens haar in het niet bij de gevolgen van nicotine voor de longen van inwoners van Beverwijk. Er wonen relatief veel mensen met een lage opleiding, die gemiddeld weer meer roken dan anderen.

Haasbroek heeft in vijftien jaar geleerd dat je mensen moet begeleiden op het moment dat ze zelf wíllen stoppen. „Motivatie is alles. Als ze in augustus willen stoppen en ze moeten wachten tot 1 januari, omdat de volgende poging dan weer wordt vergoed, dan bestaat de kans dat ze niet meer willen. Het beste werkt het als iemand gemotiveerd is.”

Als rokers niet de verplichte voorbereidingen treffen om te stoppen, maatregelen die het programma voorschrijft, worden ze niet begeleid, vertelt Haasbroek. Ook dat gaat om motivatie.

Goede voornemens in januari

Motivatie of niet, in deze eerste weken van januari stijgt het aantal aanvragen naar professionele begeleiding, merkt de oprichter van WeQuit, Joris Dullaert. De 45 psychologen die zijn aangesloten bij zijn online begeleidingsprogramma (dat drie maanden duurt) hielpen vorig jaar 10.500 rokers. Dat er nu weer veel aanvragen binnenkomen, kan met goede voornemens te maken hebben, zegt hij. Ruim 35 procent van zijn cliënten is na een jaar nog steeds gestopt, aldus Dullaert. „Het voordeel van meer pogingen vergoeden, is dat de mensen die het niet lukt over een halfjaar opnieuw bij ons terechtkunnen.”

Hij moet wel steggelen met sommige zorgverzekeraars, vertelt Dullaert, omdat de ‘nazorg-momenten’ die de psychologen bij WeQuit bieden als een stopper het na, zeg, vijf maanden moeilijk heeft, tot één jaar na het stopmoment zijn toegestaan. „Daarvan zeggen sommige verzekeraars: ah, dan duurt uw traject dus een jaar. We gaan niet na zes maanden al een nieuw traject vergoeden.”

Ook zijn programma kost ongeveer 400 euro. Kan de roker dat niet zelf betalen? Dullaert: „Ik denk ook weleens: je bespaart zo veel op sigaretten [een pakje kost 15 euro] dat die 400 euro wel op te brengen zijn. Maar mensen betalen verzekeringspremie en verwachten dat van de verzekering.”

Toch heeft stoppen, of een poging doen, altijd zin, zegt Dullaert. „Als je zes weken niet hebt gerookt, helen de wonden van een operatie al sneller. Je revalideert sneller. Sommige medicijnen werken effectiever. Elke sigaret die je zou roken maar niet rookt, is winst.” Dat geldt ook voor vaatpatiënten met nacht- en rustpijn, zegt Joep Teijink. „Door te stoppen met roken kan soms een ingreep worden voorkomen.”

Aan elke handeling en elk gesprek in de zorg hangt een prijskaartje. Daarom is het goed nieuws, vindt longarts Wanda de Kanter, dat ook de ‘Richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving’ van het Trimbos-instituut en vele verenigingen van artsen „na tien jaar lobbyen” in 2024 is veranderd: daarin wordt elke zorgverlener – of het nou de tandarts, mondhygiënist, huisarts, chirurg of verloskundige is – aangemoedigd om aan iedere patiënt te vragen ‘rookt u?’. Is het antwoord ‘ja’, dan wordt de zorgverlener geacht een verwijzing naar een stoppen-met-roken-programma voor te stellen en te geven.

De Kanter: „Dat zijn heel korte adviesmomentjes. Very brief advice, zo heet dat.” In het Verenigd Koninkrijk geven zorgverleners massaal zo’n advies aan rokers. Daar krijgt de arts het elektronisch patiëntendossier niet eens geopend als hij niet eerst heeft gevraagd of de patiënt rookt. „Dat vinden wij Nederlanders te ver gaan, maar eigenlijk is ook dat een goed instrument.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next