Home

Met de winkeldiefstal van chocoladerepen – die makkelijk in een jaszak passen – financierde hij z’n crackverslaving

De Zitting Sudesj B. (62) was bijna tien jaar clean. Door een opeenstapeling van problemen verviel hij weer in drugsgebruik. Nu hoopt hij op een laatste kans van de rechter. „Ik wil af van dit doelloze leven.”

De zaak

Vier keer diefstal van chocoladerepen, gepleegd in Amsterdam, tussen maart 2024 en oktober 2025. Daarvoor moet de 62-jarige Sudesj B. zich verantwoorden bij de politierechter. Drie diefstallen heeft hij bekend, maar de laatste in de reeks niet: „Ik was de supermarkt nog niet uit”, zegt hij. „Dus wie zegt dat ik niet van plan was te betalen?”

Met die redenering maakt de rechter korte metten. „Een verdachte pleegt diefstal als hij zich goederen oneigenlijk toe-eigent. En dat deed u door die chocoladerepen in uw jaszak te stoppen.” Of Sudesj de winkel al had verlaten, is irrelevant.

„En even eerlijk, meneer: was u niet gewoon voornemens deze repen mee te nemen zonder te betalen?”, vraagt ze, nadat ze de beveiligingsbeelden uit de supermarkt heeft laten zien.

„Ja, dat denk ik wel”, antwoordt Sudesj.

Nu de schuldvraag is afgehandeld, ontspint zich een openhartig gesprek tussen rechter en verdachte, een dialoog die boekdelen spreekt over de contemporaine grootstedelijke problemen. Met de diefstallen financierde Sudesj namelijk z’n verslaving aan crack, rookbare cocaïne. En hij is niet de enige die deze drugs rookt.

Uit cijfers die het Trimbos-instituut afgelopen najaar publiceerde, na veldonderzoek in acht grote steden, blijkt dat circa 28.000 mensen in Nederland wekelijks crack roken. En afgelopen tien jaar is het aantal crackverslaafden daarmee toegenomen tot vergelijkbare proporties als het aantal heroïnegebruikers eind jaren tachtig (circa dertigduizend) – toen de heroïne-epidemie piekte.

Sudesj worstelt al twee decennia met verslavingsproblemen. Hij kickte zo’n tien jaar geleden af, vanaf 2016 komt hij niet meer voor in de politiesystemen. Maar hij valt terug en in maart 2024 wordt hij gepakt voor het stelen van chocolade.

Hij verloor een zoon en kreeg mede door het drugsgebruik familieproblemen. „Als ik gebruik, word ik een ander mens”, vertelt Sudesj. „Daarom probeer ik van die verslaving af te komen.”

Dat blijkt geen sinecure. Hij woont in Amsterdam-West en als dealers hem op straat zien, krijgt hij drugs aangeboden. En als hij ze helpt – door even wat drugs op te slaan – krijgt hij soms gratis crack.

Daarnaast steelt Sudesj dus chocolade, een beproefde strategie onder verslaafden, weet de rechter van soortgelijke zaken. „Repen kosten relatief veel en passen beter in de binnenzak dan tubes tandpasta.”

Als Sudesj in maart en april 2025 twee keer wordt gepakt voor chocoladediefstal, wordt hij uitgenodigd voor een zogeheten ‘hoorgesprek’ met het Openbaar Ministerie waar zijn advocaat ook bij is. Zonder tussenkomst van de rechter wordt de zaak voorwaardelijk geseponeerd: hij mag niet nog een keer in de fout gaan en moet zijn afkicktraject afmaken.

Om los te komen van de verlokkingen van de crack, is hij verhuisd naar een safehouse buiten Amsterdam. Buiten het bereik van de dealers. Voorwaarde is wel dat hij een traject doorloopt bij een verslavingsinstelling. Ook dat doet Sudesj, maar vanwege gedoe over het gebruik van een fiets en een misverstand over afspraken met de huisarts, gaat het mis: hij wordt weggestuurd door de behandelende instelling en verliest z’n plek in het safehouse.

Sudesj gaat terug naar z’n oude buurt, waar de dealers hem weer weten te vinden. Wanneer hij in oktober 2025 weer wordt gepakt voor diefstal, vervalt het sepot en moet hij voor de rechter verschijnen. En daar zit nu dus een snel pratende man, die zich schaamt, die z’n leven weer op orde probeert te krijgen.

Sudesj vertelt dat hij samen met zijn advocaat een afspraak heeft gemaakt voor een behandeling bij Inforsa, waar experts op het gebied van verslavingszorg werken. Ook werkt hij als vrijwilliger in de ouderenzorg en als conciërge bij HVO-Querido, een instelling die kwetsbare mensen helpt.

„Ik lees in uw dossier dat u serieus probeert uw problemen op te lossen”, zegt de rechter. „En als u vertelt over uw werk met ouderen, zie ik aan uw gezicht dat u dat echt leuk vindt.”

Sudesj knikt: „Ik wil af van mijn doelloze leven.”

De rechter vraagt aan Sudesj wat hij van haar verwacht. „Ik hoop dat ik van u een kans krijg”, zegt Sudesj. „En een stok achter de deur.”

Over hoe dik een stok hebben we het dan, vraagt de rechter: „Wilt u geen straf, een voorwaardelijke taakstraf of een voorwaardelijke celstraf?”

Dan is de beurt aan de officier van justitie. „Winkeldiefstal is een serieus probleem”, zegt ze , in haar korte strafeis. „Het zorgt voor onrust in de winkel, leidt tot omzetderving en extra kosten voor beveiliging. Daarom was ik van plan een onvoorwaardelijke straf te eisen.”

Maar de officier ziet dat Sudesj oprecht probeert te veranderen. „Verdachte heeft hulp nodig en daar past geen onvoorwaardelijke straf bij.” Ze eist een voorwaardelijke taakstraf van veertig uur, met een proeftijd van twee jaar.

Het oordeel

En die eis neemt de rechter over. Belangrijke overweging is dat Sudesj door de voorwaardelijkheid van de straf een verklaring omtrent het gedrag kan aanvragen. Die heeft hij nodig voor het vrijwilligerswerk in de ouderenzorg.

„Maar dat betekent wel dat we u hier de komende twee jaar niet willen zien”, zegt de rechter streng. „Want dan kunnen we u niet meer helpen.”

Sudesj is dankbaar en ziet meteen af van hoger beroep. Daarmee is de straf definitief en kan zijn behandeling beginnen.

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

Source: NRC

Previous

Next