Gaza Vanaf een Israëlische uitkijkpost is de verwoesting van Gaza goed te zien. Ondanks het ‘staakt-het-vuren’ vallen er nog elke dag bommen uit Israël. De inwoners zetten zich schrap voor verheviging van het geweld.
Palestijnen inspecteren de schade in een vluchtelingenkamp na een Israëlische luchtaanval op Gaza-Stad. Ondanks de wapenstilstand is het geweld allerminst verdwenen uit Gaza.
Uitkijkpost Givat Kobi in Sderot, Israël, is een steile klim omhoog. Boven, staand op een breed plateau, kun je bij helder weer ver in Gaza kijken. Het noordoostelijke puntje van Gaza ligt maar een paar honderd meter verderop. Borden en een filmpje vertellen bezoekers, deze middag enkele tientallen Israëlische nieuwsgierigen, precies wat ze zien. Voor 5 shekel, ofwel 1,35 euro, mogen ze met een verrekijker het hermetisch afgesloten gebied bekijken. Met stickers heeft iemand een tekst geplakt op een raam bij de uitkijkpost: ‘Gaza is van ons’.
Door de verrekijker is een eindeloze verwoesting te zien. Het dichtbevolkte noorden van Gaza ligt volledig in puin. Jabaliya, met zijn nauwe straatjes. Gaza-stad, met zijn levendige strandboulevard. Beit Hanoun, dat al zo vaak getroffen was.
„Het is niet mooi om te zien”, zegt Nir, een jonge reservist uit de omgeving van Tel Aviv die heeft gevochten in Gaza (zijn hele naam is bekend bij NRC). Hij wil het gebied nu aan zijn vriendin laten zien. „Maar het was de schuld van Hamas. We moesten van huis naar huis, overal hielden ze zich verborgen. We konden geen risico’s nemen, ze vochten niet zoals soldaten dat horen te doen.”
De zon gaat onder, het wordt stikdonker in Gaza. Alleen Israëlische militaire voertuigen – tanks, jeeps, Humvees – hebben licht en rijden er af en aan. Israël houdt sinds de wapenstilstand met Hamas een strook land bezet die ruim de helft van Gaza beslaat, achter de zogeheten ‘gele lijn’. Vrijwel alle Palestijnen, ruim twee miljoen, wonen aan de andere kant. Wat moet er gebeuren in Gaza? Nir zegt: „Laat Trump zijn Rivièra hier maar bouwen, en de Palestijnen weggaan. Het is de enige oplossing.”
Vanuit een uitkijkpost in Sderot in het zuiden van Israël is de verwoesting van Gaza goed te zien.
Voor 5 shekel, ofwel 1,35 euro, kunnen bezoekers met een verrekijker het hermetisch afgesloten gebied bekijken.
Verscheidene keren zijn korte lichtflitsen te zien, korte tijd later gevolgd door het geluid van doffe knallen. Ook deze avond voert het Israëlische leger weer artillerie- en luchtaanvallen uit in Gaza, bestand of niet. Zwarte rook hangt boven de getroffen plekken. Sinds het begin van het ‘staakt-het-vuren’ zijn er ruim vierhonderd Palestijnen en drie Israëliërs omgekomen door geweld. Terwijl Gaza in een paar maanden langzaam van de internationale agenda is geraakt, is het geweld allerminst verdwenen.
Gaza is en blijft geïsoleerd: buitenlandse waarnemers of journalisten zijn er niet welkom. Met veel moeite – Gaza heeft een enorm elektriciteitstekort – lukt het wel om te praten met drie inwoners van Gaza, alle drie Palestijnse journalisten. Het contact komt pas tot stand in de late avond, als er meer stroom is.
Majd al-Assar (34) kijkt terug, Israël in. Ze staat graag op het dak van haar tijdelijke huis in Nusseirat, centraal-Gaza, waar ze met haar gezin naartoe vluchtte nadat haar huis in het noorden verwoest was. Ze is getrouwd en heeft twee kinderen, van acht en tien. Al-Assar werkt voor Finse en Italiaanse media. „We hebben geluk dat er nog geen raket op dit huis gevallen is”, zegt ze, „het overgrote deel van de huizen is allang verwoest”.
Al-Assar en haar gezin hebben vaker geluk gehad. Bijvoorbeeld toen haar man bijna werd opgeblazen toen ze probeerden voedselhulp te halen. Of toen haar zoontje een paar keer akelig dicht bij een plek speelde waar een droneaanval was, en hij toch ongedeerd bleef. Ze zegt: „Alleen geluk bepaalt hier of je een dak boven je hoofd hebt, of je honger hebt of niet, of je dood bent of leeft.”
Mohammed Dahman (55) heeft minder geluk gehad. Hij woont met zijn vrouw en vier kinderen in een tentenkamp bij al-Mawasi, in het zuiden van Gaza. Dahman is journalist van Wafa, een persbureau gelieerd aan de Palestijnse Autoriteit (dat geen macht heeft in Gaza sinds de gewelddadige machtsovername door Hamas in 2007). Hij komt uit het noorden van Gaza, zijn familiehuis werd al vroeg, in oktober 2023, verwoest.
De ruime meerderheid van de Palestijnen in Gaza moet, zoals Mohammed Dahman en zijn gezin, in een tent wonen. De meeste tenten zijn niet gemaakt voor extreem weer. Deze weken regent het veel. Dahman: „De regen en wind zijn onze grootste uitdaging. Het regenwater én het rioolwater stromen hier dagelijks naar binnen. De wind blaast onze tenten kapot. De kou ’s nachts is extreem, want we kunnen de tent niet verwarmen.”
In een tent wonen is „een marteling”, zegt Sami Abu Salem (55). „Het water is natuurlijk het grootste probleem, maar ook de ratten, slangen en schorpioenen die naar binnen kruipen.” Een goede tent kost 1.000 dollar (850 euro) op de zwarte markt, zegt hij, en vrijwel niemand kan dat betalen. „Veel mensen gaan de laatste tijd in gebombardeerde huizen wonen. Levensgevaarlijk, vind ik, die huizen storten soms zomaar in, zeker nu de modder de aarde instabiel maakt.” Twee dagen geleden stond Abu Salem bij zo’n ingestort huis. Een vader en een jongen van acht werden dood onder het puin vandaan gehaald.
De ruime meerderheid van de Palestijnen in Gaza woont in tenten, die niet goed bestand zijn tegen extreem weer zoals kou en veel regen.
Abu Salem heeft met zijn vrouw, vier kinderen en negentigjarige moeder al meerdere keren moeten vluchten. De journalist voor Wafa en veel internationale media woont nu in het Maghazi-vluchtelingenkamp, op nog geen kilometer van de gele bestandslijn, waarachter het Israëlische leger zit. „Er is nooit een staakt-het-vuren gekomen”, zegt hij. „Ik hoor op dit moment drones boven mijn hoofd. Een uur geleden was er een grote luchtaanval op Gaza-Stad, met meerdere doden. Elke dag zijn er bombardementen. De gele lijn is van elastiek gemaakt, militairen komen regelmatig aan onze kant van de lijn en de grens is deze kant opgeschoven. Ik heb mijn spullen gepakt, voor het moment dat het geweld weer zo extreem wordt als vóór het bestand. Dan moeten we hier weg zijn.”
Een Palestijnse familie probeert hun bezittingen te verzamelen nadat hun tent in Khan Younis, in het zuiden van de Gazastrook, beschadigd raakte door de sterke wind en hevige regen.
Rond de tenten in vluchtelingenkamp Nuseirat in het midden van Gaza blijft veel regenwater liggen.
Voor Palestijnen in Gaza is er weinig te merken van het ‘twintigpuntenplan’ dat Israël en Hamas in fases naar vrede moet leiden. De Israëlische regering zegt dat Hamas zich probeert te hergroeperen en nieuwe aanvallen voorbereidt. Bovendien is aan één voorwaarde van de eerste fase niet voldaan, zegt Israël: alle Israëlische gijzelaars zouden worden vrijgelaten. Maar het lichaam van Ran Gvili, de laatst overgebleven gijzelaar, is nog niet vrijgegeven, volgens Hamas omdat het nog niet gevonden is.
De tweede fase zou nu moeten worden uitonderhandeld, maar dat gebeurt niet. Volgens het stappenplan, opgesteld door de Amerikaanse regering en later omarmd door de internationale gemeenschap, zou Hamas de wapens moeten inleveren en zou het Israëlische leger zich terugtrekken. Maar hoe langer de tijd verstrijkt, hoe minder vertrouwen er in Gaza is dat dit ook echt gaat gebeuren.
„We zitten tussen twee grote stormen, zo voelt het”, zegt Majd al-Assar. „Het gaat weer net zo erg worden als vóór oktober. Iedereen in Gaza zegt dat, niemand heeft enig vertrouwen in welk vredesplan dan ook. In de tussentijd leg ik voorraden met eten aan, om een nieuwe hongersnood zo lang mogelijk uit te stellen.”
Alles wat het gezin overhoudt en wat langer houdbaar is, houdt Majd al-Assar achter: bloem, suiker, koffie, olie. Ze heeft een trauma overgehouden aan de tijd dat haar man zo veel gevaar liep bij de uitdeelpunten voor voedsel, en dat ze brood van haar laatste bedorven bloem aan haar kinderen gaf.
Eén ding is sinds het staakt-het-vuren verbeterd: er is meer voedsel in Gaza beschikbaar, al zijn de prijzen schrikbarend hoog. Israël laat een beperkt aantal vrachtwagens toe via grensovergang Kerem Shalom. Zeshonderd per dag, was de afspraak toen het bestand werd afgesproken. In werkelijkheid zijn het er ongeveer tweehonderd, zegt Sami Abu Salem. „De schaarste jaagt de prijzen van voedsel enorm op. Hetzelfde geldt voor medicijnen, waar ook nog veel te weinig van binnenkomt.”
Mohammed Dahman heeft al enkele jaren last van zijn nieren, en had al vóór 7 oktober 2023 alle papieren geregeld om buiten Gaza geopereerd te worden aan nierstenen. Maar, zegt hij: „Ik kan nergens naartoe, en ik heb geen pijnstillers om de krampen en de pijn te verzachten. Het is maar één voorbeeld, het dagelijks leven zit vol met dit soort problemen.”
Een vrouw kookt in haar verwoeste huis in Gaza-stad.
Majd al-Assar: „Ik ben mijn huis kwijt, heb veel familieleden verloren. Mijn kinderen hebben twee jaar geen school van binnen gezien en kunnen nauwelijks lezen en schrijven. Mijn man heeft geen werk meer. Ik zie het als mijn eerste taak om de stemming er thuis in te houden, om te voorkomen dat we het opgeven. Als er een raket dichtbij neerkomt en ik zie iedereen schrikken, dan zeg ik: joehoe, zie je nou wel, we raken eraan gewend!”
Journalist zijn in Gaza betekent: extra goed opletten. Veel vrienden hebben de drie journalisten niet. Voor Israël zijn ze een extra doelwit. Hamas bekijkt hun werk met grote argwaan. Het maakt ze extra voorzichtig, zeker omdat ze familieleden niet in gevaar willen brengen. Maar, zeggen ze ook, ze willen zich niet laten leiden door angst, en willen zeggen wat ze vinden.
Majd al-Assar wordt de laatste tijd verscheurd door twee gedachten. Als ze het op het dak van haar huis zit, blijft ze dromen om weg te gaan uit Gaza, naar een van de verre plekken die ze ooit nog eens wilde bezoeken. Italië staat boven aan haar lijstje. Ze is nog nooit Gaza uit geweest.
Maar ze zegt ook: „Ik voel me de laatste tijd gedeprimeerd. Ik had er net een discussie over met mijn zus. Al dat denken en dromen leidt nergens toe, zei ik. Zowel de mooie als de slechte dingen doen pijn. Ik moet stoppen met nadenken en leven met de dag. Dat is de enige manier om niet gek te worden.”
Sami Abu Salem zegt dat ook hij met psychische problemen kampt. „Elke avond trillen we van de explosies om ons heen. En we kunnen alleen maar wachten tot het écht heftige geweld opnieuw begint. Ik voel me de laatste maanden schuldig voor mijn vier kinderen. Sommige mensen hebben Gaza kunnen ontvluchten toen de grens met Rafah nog open was. Wij hebben dat niet gedaan.” Rafah is de zuidelijke grensovergang met Egypte. Toen Hamas die overgang nog beheerde, konden sommige Palestijnen voor veel geld Gaza verlaten. Nu heeft Israël de controle overgenomen, en is die route afgesloten.
Abu Salem: „Ik had ze destijds misschien de grens over kunnen krijgen, maar heb het niet gedaan. Ik vond het te riskant. Maar nu mijn zoon met de middelbare school klaar is en staat te trappelen om naar de universiteit te gaan, kan hij alleen online studeren. Soms zie ik in hun ogen dat ze het me verwijten dat ze hier nog zitten. Waarom heb je ons niet laten ontsnappen, zeggen die ogen. Ik schaam me. Ik vind dat ik een slechte vader ben. Het is moeilijk uit te leggen, maar iedereen om me heen gaat gebukt onder schaamte. Het is net zo’n verwoestend gevoel als honger.”
Voor Palestijnen in Gaza is er weinig te merken van het ‘twintigpuntenplan’ dat Israël en Hamas in fases naar vrede moet leiden.
Source: NRC