Home

‘Soms typ ik maar wat: de autocorrectie staat toch altijd aan’, zegt de scholier, wat de expert dan weer zorgen baart

Onderwijs Scholieren en studenten gebruiken steeds vaker taalmodellen om hun teksten te laten controleren. Experts maken zich zorgen dat de schrijfvaardigheid van jonge studenten achteruitgaat.

Een student in de weer met een laptop in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

„Als mijn autocorrectie niet aanstond, zouden mijn ouders mijn berichtjes niet altijd begrijpen”, zegt Iris. De zestienjarige gymnasiast uit Utrecht behoort tot een generatie die steeds meer digitaal communiceert, zo verstuurden volgens het CBS 89 procent van de Nederlandse vijftienjarigen in 2025 WhatsApp-berichten. Taalmodellen, zoals Iris’ autocorrectie, controleren automatisch wat gebruikers typen: nadenken over de exacte spelling hoeft niet meer.

„Soms typ ik maar wat”, zegt Iris. „Sommige woorden zou ik zelf echt niet goed kunnen schrijven. Autocorrectie is dan mijn redder.” Volgens haar hebben veel klasgenoten moeite met spellen zonder een controlesysteem. „Maar waarom zouden ze nog op spelling letten, als de autocorrectie altijd aanstaat?”

Terwijl autocorrectie jongeren ‘uit de brand helpt’, is het tegelijkertijd slecht gesteld met de taalvaardigheid van Nederlandse middelbare scholieren. Eén op de zes kan in de tweede klas niet een eenvoudige, begrijpelijke tekst produceren, zo blijkt uit recent onderzoek van de Onderwijsinspectie. Daarnaast beginnen de meeste studenten aan een hbo-opleiding met een te laag taalniveau, ontdekte de Inspectie.

Ook havist Louis (16) uit Amsterdam is afhankelijk van de spellingscontrolesystemen, zoals die van Microsoft Word. „Zonder autocorrectie zou iedereen z’n werkstuk drie keer terugkrijgen van de docent om het nog maar eens op spelling te controleren. Ik vraag me af hoeveel mijn medescholieren überhaupt nog op hun taalgebruik letten…”

Zorgen over impact

Lieke Verheijen, universitair docent taal en communicatie aan de Radboud Universiteit, maakt zich zorgen over de impact van de taalmodellen: „Jongeren die veel gebruikmaken van autocorrectie of woordvoorspellers [die op basis van beginletters voorspellen welk woord waarschijnlijk wordt geschreven en dat automatisch ophoesten] wijken meer af van het Standaardnederlands in de teksten die ze op school schrijven, met name op het gebied van spelling.” En dan heeft Verheijen het nog niet eens gehad over kunstmatige intelligentie zoals ChatGPT, waaraan studenten het volledige schrijfproces kunnen uitbesteden. „Dat zal daar ook niet aan bijdragen”, vreest Verheijen. 

Volgens de universitair docent is het probleem dat de taalmodellen zich steeds meer hebben geïntegreerd in het alledaagse bestaan. „Jongeren worden verbeterd zonder dat ze het doorhebben en leren daar dan ook niet van. Dat kan onder meer luie schrijvers van ze maken die niet meer letten op hun spelling.”

Al sinds de jaren tachtig hebben digitale tekstverwerkers autocorrectie. In Microsoft Word worden gebruikers sinds 1995 standaard geattendeerd op spelfouten, met een rode krabbel onder het ‘mislukte’ woord. En op iPhones was dit systeem al in de toetsenbordapplicatie verwerkt vanaf de allereerste modellen uit 2007, waardoor de huidige generatie scholieren en studenten niet anders weet dan dat ze als vanzelfsprekend worden geholpen met spellen.

Met de komst van ChatGPT-3 in november 2022 werden automatische taalmodellen nóg toegankelijker. Gebruikers kunnen namelijk hele lappen tekst in dat systeem gooien om deze vervolgens te laten herschrijven of nakijken. Of ze geven de chatbot de opdracht geheel zelfstandig een nieuwe tekst te genereren, op basis van slechts enkele aanwijzingen (bijvoorbeeld: schrijf een opstel van achthonderd woorden over de Watersnoodramp met extra aandacht voor het optreden van het Koninklijk Huis).

„Ik vind het moeilijk om zelf van begin tot eind een tekst op te stellen”, vertelt Louis. „AI geeft me een voorzetje en kijkt achteraf supersnel mijn teksten na.” Iris laat soms zelfs hele opdrachten door ChatGPT schrijven. „Ik pas de tekst wel nog een beetje aan, zodat ze op school niet zien dat ik AI heb gebruikt, want dat mag niet.” 

Dat is inderdaad verboden – het kan leerlingen te komen staan op een schorsing – en daarnaast niet zonder negatieve gevolgen. „Wanneer studenten AI-teksten klakkeloos overnemen, vermindert dat niet alleen hun schrijfvaardigheid, maar ook hun vermogen om creatief en kritisch na te denken. Niet alleen de schrijfvaardigheid zal dan achteruit gaan, maar ook hun vermogen om überhaupt een boodschap over te brengen”, zegt Verheijen.

Werkt de eigen ontwikkeling tegen

Hoogleraar computationele taalmodellen Malvina Nissim aan de Rijksuniversiteit Groningen deelt haar zorgen. „Veel jongeren snappen niet hoe taalmodellen in elkaar zitten en misbruiken de systemen om zelf minder hard te hoeven werken. Taalmodellen kunnen goed als hulpmiddel worden ingezet, maar als ze al het denkwerk overnemen, zal dat onze eigen ontwikkeling tegenwerken.” 

Natuurlijk wil niet elke student al het werk uitbesteden aan kunstmatige intelligentie. Al worden taalmodellen vaak, haast onbewust, alsnog aangewend, zo merkt ook eerstejaars-hbo-student op De Haagsche Hogeschool Floortje (17). „Ik heb een app op mijn laptop die meeleest en mijn teksten op spelling en grammatica controleert. Die geeft regelmatig suggesties, die ik met één druk op de knop kan doorvoeren.” Bijvoorbeeld bij het woord ‘sowieso’, dat Floortje jarenlang met een ‘z’ bleef schrijven, omdat autocorrectie het toch wel voor haar aanpaste.

Verheijen en Nissim herkennen steeds vaker AI-teksten bij ingeleverde opdrachten. „Je ziet het gelijk wanneer iemand niet z’n eigen stijl en woorden heeft gebruikt”, legt Nissim uit. Een verslechterde taalvaardigheid van leerlingen en studenten baart haar minder zorgen (dat gaat ‘nu eenmaal door systemen worden overgenomen’) dan het verdwijnen ‘van de menselijkheid’ uit teksten. „Karakter en emotie in een tekst verwerken, dat zal een AI-model nooit kunnen. Terwijl dat juist is wat een tekst betekenisvol maakt.”

Nissim benadrukt dat het onderwijs niet om de technologie heen kan. „We moeten een balans vinden, zodat taalmodellen louter als hulpmiddel dienstdoen en niet als bedreiging. Daarom moeten we studenten leren met de modellen te werken, terwijl we ze óók een sterke basis van taalvaardigheid bijbrengen.”

En de scholieren en studenten zelf: vrezen die voor hun eigen vermogen om een foutloze, begrijpelijke tekst te schrijven zonder behulp van allerhande digitale instrumenten? Ja, toch wel, want het blijft belangrijk, al is het alleen maar om het ‘sociale aspect’. Immers, zo zegt Iris: „Niet kunnen spellen, is wel gewoon echt gênant.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next