Home

Een vloek of een zegen? Musea die willekeurige burgers een stem geven

Burgerberaden in musea In de hele wereld experimenteren musea met burgerberaden. Wat levert dat op? En gaat het ook wel eens mis?

Bezoekers op de trappen van de National Gallery in Londen, waar vorig jaar een burgerberaad werd gelanceerd.

Best interessant, dacht Ylse Hetterscheid (31) toen ze in het najaar van 2024 een brief van het Van Abbemuseum in Eindhoven ontving. Of ze interesse had om zitting te nemen in een burgerberaad? Dan kon ze met andere Eindhovenaren – het museum verstuurde achtduizend brieven – meedoen aan een loting. De uitverkorenen zouden drie keer bij elkaar komen om te beslissen welk kunstwerk dit jaar in de tuin van het museum in Eindhoven komt te staan.

Hetterscheid moest bij haar aanmelding een aantal vragen beantwoorden. Hoe oud was ze? Welke opleiding had ze genoten? In welke wijk van Eindhoven woonde ze? Hoe vaak bezocht ze een museum? Bij de loting werd volgens het museum rekening met deze aspecten gehouden, zodat de leden van het burgerberaad een afspiegeling van de stad zouden vormen.

In de eerste bijeenkomst klonk gemor, vertelt Hetterscheid, die als technisch tekenaar bij een architectenbureau werkt. „Sommige deelnemers dachten dat ze alle vrijheid zouden krijgen bij het kiezen van een kunstwerk. Dat viel tegen. We mochten uit een paar, door het museum geselecteerde, kunstwerken kiezen, op basis van criteria die wij belangrijk vonden.” Voor het museum was belangrijk dat ‘de identiteit van Eindhoven’ in het gekozen werk tot uitdrukking kwam.

Uit de 274 Eindhovenaren die op de uitnodiging reageerden, werden 75 geselecteerd. Het werk dat ze in de derde bijeenkomst kozen – van het Amerikaans-Russische kunstenaarsduo Ilja en Emilia Kabakov – bestaat uit twee delen. In de tuin voor de oudbouw komt dit voorjaar The Acrobat te staan. Aan de achterkant, bij de nieuwbouw, wordt later The Five Steps of Life onthuld.

Experiment

Het initiatief in Eindhoven staat niet op zichzelf; steeds meer musea experimenteren met burgerberaden. Denk aan de Bundeskunsthalle in Bonn, het Kunstgewerbemuseum in Dresden, The National Gallery in Londen, Design Museum Gent en Birmingham Museum. Waarom gaan musea daartoe over? Over wat soort zaken denken burgers mee? Maken musea zich kwetsbaar als ze willekeurige burgers mede-zeggenschap geven, zoals sommige kunstkenners menen?

Lucy Reid werkt voor het internationale researchinstituut DemocracyNext, dat onder meer de Bundeskunsthalle in Bonn, het Kunstgewerbemuseum in Dresden en Birmingham Museums’ Trust adviseerde over een burgerberaad. Volgens haar loopt de benadering van musea uiteen. Sommige vragen burgers om mee te denken over relatief onbeduidende zaken, zoals het menu in het museumcafé of de aanblik van de entree. Andere geven burgers een permanente stem in hun organisatiestructuur.

Wat heeft Birmingham nu en in de toekomst nodig van musea, en wat moeten wij doen om dat te realiseren? Hoe moeten we onze financiële middelen inzetten als musea in zwaar weer komen? Die vragen stelde Birmingham Museums’ Trust vorig jaar aan duizenden inwoners van de op een na grootste stad van het Verenigd Koninkrijk. 28 van hen namen zitting in een citizens’ jury. Reid: „De musea gaan hun aanbevelingen opvolgen en opnemen in hun bedrijfsplan. Ze blijven voor een langere periode met burgers samenwerken.”

Burgerberaden passen goed bij musea, vindt Reid. Onderzoek wijst uit dat musea relatief hoog scoren bij burgers als het om betrouwbaarheid gaat. „Dat betekent dat musea de kans hebben om te laten zien hoe democratische besluitvorming werkt. Omdat ze door de overheid gefinancierd worden, is het vanzelfsprekend dat ze burgers vragen mee te denken over zaken die van belang zijn voor bezoekers.”

De leden van het burgerberaad in Birmingham deden twintig aanbevelingen, zoals latere openingstijden en het promoten van het muzikale erfgoed van de stad. Het succes van deze citizens’ jury inspireert veel andere musea om de stoute schoenen aan te trekken, zegt Reid. „Het merendeel van de leden had nog nooit een bezoek aan het museum in Birmingham gebracht, of alleen tijdens een schoolreisje. Voor hen ging er een wereld open.”

Dat is een van de redenen waarom musea, die steeds minder subsidie krijgen, burgerraden omarmen: ze kunnen er een nieuw publiek mee aanboren. Maar het is ook een kwestie van geloofwaardigheid. In tijden van bezuinigingen en toenemende polarisatie moet je als museum meer dan ooit bewijzen dat je oog hebt voor wat er in de samenleving speelt, en dat wat je tentoonstelt op de interesse van een gevarieerd publiek kan rekenen.

Ook de National Gallery in Londen lanceerde vorig jaar een burgerberaad. Op de vraag wat daarvoor de aanleiding was antwoordt een woordvoerder: „De ambitie om een ​​nationale instelling te zijn voor iedereen.” Hoewel de National Gallery al een breed publiek trekt, zegt hij, is het belangrijk om ook mensen aan te spreken die niet in „culturele omgevingen” komen, en om discussie te genereren „over doel, prioriteiten en maatschappelijke waarde – met name in een tijd van grote veranderingen voor de kunstsector”.

Vijftig burgers uit het Verenigd Koninkrijk maken deel uit het burgerberaad van de National Gallery. Ze vertegenwoordigen de Britse bevolking wat leeftijd, geslacht, etniciteit, geografische locatie en opleidingsniveau en bekendheid met de National Gallery betreft. In vijf bijeenkomsten denken ze mee over „de manier waarop verhalen worden verteld en hoe nieuwe bezoekers het best begeleid kunnen worden”. Ook geven ze hun mening over hoe de National Gallery een balans kan vinden tussen „wetenschappelijke kennis en toegankelijkheid”, aldus de woordvoerder.

Het burgerberaad heeft geen stem in hoe de National Gallery haar geld besteedt, die verantwoordelijkheid blijft bij het managementteam en de raad van toezicht. Maar: „Het proces kan wel helpen om te bepalen waar onze prioriteiten liggen en beslissingen te nemen die aansluiten bij het algemeen belang.”

In tijden van polarisatie kunnen de discussies bij burgerberaden, ook in de museumwereld, hoog oplopen. Een goed voorbeeld is de Alamo Citizens’ Advisory Committee in het Amerikaanse Texas, waarvan de leden een paar jaar geleden mochten meedenken over een nieuw museum dat het verhaal van de onafhankelijkheid van Texas vertelt. Sommige leden vonden dat het museum onvoldoende aandacht schonk aan het perspectief van de inheemse bevolking en de bevrijde tot slaaf gemaakten in het vroege Texas.

Stond bij voorbaat niet vast dat die verhalen niet verteld mochten worden, werd er gefluisterd. Hadden al die bijeenkomsten wel zin? Dat laatste heeft Ylse Hetterscheid van het burgerberaad in Eindhoven zich ook wel eens afgevraagd. „Omdat we moesten kiezen uit een aantal door het museum geselecteerde kunstwerken en daardoor beperkte invloed hadden.”

Geen kennis van kunst

The London Evening Standard publiceerde vorig najaar een kritisch stuk over het burgerberaad van de National Gallery. „Ik wil niet dat de National Gallery een selectie van personen, onder wie mensen zonder kennis van kunst of zonder enige culturele vorming, laat beslissen over de tentoonstellingen die ik bezoek of over aankopen”, schreef cultuurverslaggever Melanie McDonagh. Dat moest het museum wat haar betreft overlaten aan „mensen met kennis van zaken” die begrepen welke kunstwerken „mooi en betekenisvol” zijn.

McDonagh had ook kritiek op het selectieproces. De National Gallery stuurde een brief naar 15.000 burgers door heel het Verenigd Koninkrijk. Daarna werden via een loterij vijftig mensen geselecteerd „die een afspiegeling vormen van de brede diversiteit in het Verenigd Koninkrijk”. Hoe kun je van een loterij spreken, schrijft ze, als het museum zélf de definitieve selectie maakt?

In een telefonische toelichting is McDonagh nog scherper dan in haar stuk. Ze noemt het burgerberaad van de National Gallery „een problematische exercitie”, „door politieke motieven ingegeven”. Het museum wil relevant en geëngageerd overkomen, zegt ze, „in een poging subsidies te rechtvaardigen”. Dan kun je bezoekers nog beter bij de uitgang vragen wat ze van de tentoonstelling vinden. „Die hebben tenminste nog iets met kunst.”

Om dit soort kritiek voor te zijn is het volgens Lucy Reid van DemocracyNext belangrijk dat musea eerlijk en transparant zijn over alle aspecten die met een burgerberaad gemoeid zijn: hoe leden geselecteerd worden, hoe hun adviezen geïmplementeerd worden en wie het proces begeleidt. Burgerberaden zijn niet perfect, erkent ze. Er kan genoeg aan verbeterd worden. „Maar ik geloof oprecht dat museumdirecteuren zo’n avontuur om de juiste redenen aangaan. Niet alleen om subsidies te rechtvaardigen, of om nieuwe bezoekers te trekken, maar ook omdat ze willen dat meer mensen zich thuis voelen bij die fantastische collecties en kunstwerken.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next