Home

Geen muziekinstrument zo democratisch als het carillon

De beiaardier is een spook. Om precies 13.30 uur begint het met onzichtbare vuisten en voeten het stokkenklavier in de toren te bewerken en rinkelt het carillon over de daken van Culemborg. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia. Gezangen 424.

„Merkwaardig, want deze melodie is echt voor Pasen”, zegt Anthony Zielhorst als de laatste slag, die het halve uur markeert, vlak boven onze hoofden vibrerend is uitgegalmd. „Maar dat krijg je ervan als je een computer het carillon laat bespelen.”

Zielhorst (73), tot zijn pensioen hoofd van de School voor Jong Talent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, wil dat zijn geboortestad Culemborg weer een stadsbeiaardier krijgt. Zo iemand kiest de muziek die elk kwartier is te horen en bespeelt bij feestelijke gelegenheden of op marktdagen zelf het carillon.

Maar de laatste vertrok vijftien jaar geleden en kreeg als opvolger een automaat, die weliswaar op afstand programmeerbaar is maar in praktijk een willekeurige playlist afwerkt. Alleen op Koningsdag komt de beiaardier van Nieuwegein een halfuur in Culemborg musiceren.

Het carillon van 47 klokken is een paar jaar geleden volledig gerestaureerd en te mooi om er geen mens op te laten spelen. In november richtte Zielhorst zich daarom in een open brief tot de gemeenteraad: zet weer een beiaardier voor enkele uren per week op de begroting. „Inwoners hebben het recht van hun instrument te genieten”, schreef hij. „Geef Culemborg zijn klank, zijn ziel terug!”

Hij kreeg applaus van gewone ‘Kuilenburgers’, maar nul respons uit de raad, vertelt hij als we via twee houten ladders en een stenen wenteltrap veertig meter lager naast de Sint Barbarakerk weer op straat staan. Maar toen hij de fractievoorzitters in december nog eens persoonlijk aanschreef en ze aan de gemeenteraadsverkiezingen in maart herinnerde, kreeg hij de ene uitnodiging voor een gesprek na de andere. En het verzoek om een plan te maken.

Dat zal uit drie delen bestaan, zegt hij. „Allereerst duidelijk maken dat we het carillon weer bespelen. Dan: educatie, bijvoorbeeld voor schoolklassen in de kerktoren. En ten derde artistieke projecten rond de beiaard.”

Die waren er vroeger ook, zoals stadsconcerten op het carillon, met als klapstuk twee uitvoeringen van Tsjaikovski’s ‘Ouverture 1812’ door de harmonie mét het carillon en zelfs kanonschoten. En voor komende zomer stond al een concert op stapel voor carillon en – bien étonnés de se trouver ensemble – fluit.

Als katholieke jongen – „Mijn familie wilde dat ik priester werd, maar ik wist meteen dat het celibaat niets voor mij was” – had Zielhorst niets in de hervormde Barbarakerk te zoeken. Maar een oom bespeelde er het carillon. Eenmaal had die zich ingesloten, zegt hij. Diens roepen werd niet gehoord. Pas toen eindeloos ‘In naam van Oranje, doe open die poort’ klonk, ging de mensen beneden een lichtje op.

Carillons horen bij Brugge en Gent en bij de protestantse steden in het noorden, het carillon is het geluid van de Lage Landen. „In Olanda l’ora canta”, zingt het uur, de tijd zelf, schreef de Italiaan Edmondo de Amicis in zijn reisboek over Nederland.

„Het carillon is het meest democratische instrument”, zegt Zielhorst. „Al in de middeleeuwen symboliseerde het burgerschapsgevoel en zelfrespect van een stad. In een tijd waarin we elkaar de huid vol schelden kan het saamhorigheid tot uitdrukking brengen. Daar wil toch elke partij wel campagne voor voeren?”

Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag

Source: NRC

Previous

Next