Home

Venezolaanse chaos en olie: verdienmodel voor Nederland en Curaçao

Curaçao is van oudsher zowel toevluchtsoord als uitvalsbasis voor Venezolaanse revolutionairen. Lange tijd gold: hoe meer instabiliteit in Venezuela, hoe groter de winsten voor Curaçao en Nederland. Maar dat veranderde met de komst van Shell.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

Nadat de Colombiaanse grensstad Cúcuta in 1875 werd getroffen door een aardbeving, spoot er aan de Venezolaanse kant van de grens een enorme hoeveelheid zwarte vloeistof uit de grond. De landeigenaar vroeg zijn goede vriend Carlos González Bona om in een lab te onderzoeken of het was wat hij dacht dat het was.

Het bleek inderdaad olie. De landeigenaar richtte Táchira Petrolia op, Venezuela’s eerste commercieel succesvolle oliebedrijf, González Bona werd mede-eigenaar met een kwart van de aandelen. Anderhalve eeuw later zit zijn achterachterkleindochter Mary Goiri (58) in haar kantoor in de Curaçaose hoofdstad Willemstad. De glazen wand biedt uitzicht op het fitnesscentrum waarvan ze manager is. ‘Ik bezit helaas geen olie’, zegt ze lachend.

Goiri kwam 37 jaar geleden vanwege de liefde naar Curaçao, maar voelt zich nog altijd diep verbonden met haar geboorteland. Ze is oprichter van Venex, een organisatie die zich inzet voor Venezolaanse vluchtelingen op het eiland, en lokale vertegenwoordiger van Vente, de partij die is opgericht door oppositieleider en Nobelprijswinnaar Maria Corina Machado.

Goiri is kritisch over Curaçao, een land dat in haar ogen veel te weinig heeft gedaan voor de tienduizenden gevluchte Venezolanen die hier sinds 2013 zijn gearriveerd, en waarvan een deel weer is vertrokken bij gebrek aan hulp en mogelijkheden. ‘Er was geen enkele empathie, ook niet voor politieke vluchtelingen’, zegt ze. ‘En nu er weer zicht is op Venezolaanse olie, staat de regering te trappelen om daarvan te profiteren.’

Een kwartiertje rijden verderop, in de historische binnenstad van Willemstad, vertelt Max Scriwanek (64) dat dit volledig in lijn is met de geschiedenis, waarin Nederland, Curaçao en Venezuela al eeuwenlang door politiek en olie met elkaar verknoopt zijn. Een verleden dat in Nederland nauwelijks bekend is. ‘Curaçao is altijd toevluchtsoord en uitvalsbasis geweest voor Venezolaanse dissidenten’, zegt hij. ‘En economische belangen zijn voor Curaçao en Nederland altijd leidend geweest in de relatie.’

Toeristenmagneet

Als Scriwanek door het oude centrum loopt, ziet hij niet alleen de toeristenmagneet die het nu is, maar ook de stad zoals ze er in het verleden bij lag. Omdat hij hier is geboren en getogen, maar vooral omdat hij directeur is van het Nationaal Archief Curaçao. Scriwanek houdt zich sinds zijn studie geschiedenis bezig met de historische banden tussen Curaçao en Venezuela, het buurland op zo’n 60 kilometer varen van de kust.

Op de iconische drijvende Pontjesbrug wijst hij naar de kleurrijke Handelskade. De terrassen zitten vol toeristen, er wordt Heineken geschonken en er staan bitterballen en mini-frikandellen op het menu. ‘Vroeger was hier de haven’, vertelt Scriwanek. ‘Aan de overkant, in de wijk Otrabanda, woonden veel Venezolaanse revolutionairen.’

Ook Venezuela’s beroemdste revolutionair, Simón Bolívar, de man die een groot deel van Zuid-Amerika bevrijdde van de Spanjaarden, heeft het eiland gebruikt als uitvalsbasis. Hugo Chávez, de inmiddels overleden oud-president van Venezuela, zag zichzelf als spirituele opvolger van Bolívar, bestempelde zijn socialistische project als ‘Bolivariaanse revolutie’ en doopte het leger om tot ‘Bolivariaanse strijdkrachten’.

In Curaçao is beduidend minder aandacht voor de Venezolaanse held. Op het terrein van het luxueuze Avila Beach Hotel staat, pal naast de infinitypool, het huis waar Bolívar veel tijd heeft doorgebracht. Het is nu een wat stoffig museum zonder airco. Vanuit het raam kijk je op het opgespoten privéstrand van het hotel, een man dobbert op een opblaasflamingo in de zee. De hotelgasten hebben weinig interesse voor het museum, bevestigt de receptionist.

Extreme instabiliteit

Nadat de Spanjaarden in 1821 waren verdreven, begon in Venezuela een periode van extreme politieke instabiliteit. Machthebbers wisselden elkaar in razendsnel tempo af, in Curaçao werden de machtsgrepen voorbereid en manschappen geronseld. ‘Rijke kooplieden gaven leningen aan revolutionairen om wapens te kopen’, zegt Scriwanek. ‘Als het lukte de macht te grijpen, moesten ze terugbetalen.’ Lange tijd gold: hoe meer instabiliteit in Venezuela, hoe hoger de winsten.

In 1908 had de toenmalige Venezolaanse machthebber Cipriano Castro schoon genoeg van de vrijplaats aan de overkant. Hij blokkeerde de Curaçaose haven, waarna lokale kooplieden, die veel geld verdienden met de internationale handel, militair ingrijpen eisten van Den Haag. ‘Ook destijds was er tweespalt in Nederland over de vraag of ingrijpen wel gerechtvaardigd was. En Nederland moest toestemming vragen aan Amerika. De Monroe-doctrine was al van kracht, Europa mocht zich eigenlijk niet bemoeien met het Amerikaanse continent.’

Uiteindelijk stuurde Nederland vijf oorlogsschepen naar Venezuela om de blokkade te breken. Castro zat op dat moment voor een nieroperatie in Duitsland, de Venezolaanse vicepresident Juan Vicente Gómez profiteerde van de chaos, greep de macht en behield die tot zijn dood in 1935. Gómez ontpopte zich tot een zeer wrede dictator die dissidenten in martelgevangenissen opsloot. Tegelijkertijd werd de band met Nederland een stuk warmer, vooral nadat Shell in 1912 grote belangen verwierf in Venezolaanse olie. Scriwanek: ‘Shell-directeur Henry Deterding kon uitstekend overweg met Gómez.’

Het bedrijf van Goiri’s betovergrootvader was nog steeds actief, maar kon onmogelijk concurreren met de internationale spelers die Venezuela overspoelden toen bleek hoe enorm de olievoorraden waren. Na zijn dood is ook het tijdens de aardbeving ontdekte olieveld aan Shell verkocht. ‘Ik heb niet meer kunnen profiteren van zijn aandelen’, zegt Goiri grinnikend.

Historicus Martin van den Blink, die onderzoek deed naar de betrekkingen tussen Venezuela, Nederland en Curaçao in die periode, zegt dat Nederland niet zo goed wist wat het aan moest met de vluchtelingenstroom die op gang kwam als gevolg van de wreedheden van Gómez. ‘Nederland wilde Venezuela te vriend houden vanwege de olie, en dissidenten dus niet meer steunen. Aan de andere kant was terugsturen ook riskant. Als zo’n dissident in de toekomst de macht zou grijpen, zou dat economisch nadelig uit kunnen pakken.’

Van alle tijden

Een knalroze toeristentrein houdt halt voor Fort Amsterdam, waar de regering zetelt. De inzittenden stappen uit, slenteren het fort binnen en maken foto’s van het uitzicht op de zacht kabbelende zee. De Venezolaan Rafael Simón Urbina viel hier in 1929 met 250 manschappen binnen, ontvoerde de Nederlandse gouverneur en roofde het wapendepot leeg. Doel van de actie was Gómez omverwerpen, wat mislukte.

Aan de overkant van het fort verkoopt Dayana Ocando (36), een Venezolaanse inwoner van Curaçao, met haar eveneens Venezolaanse echtgenoot Older Villamizar (41) chicha vanuit een kar. Op hun schorten staat met kleurige letters ‘Chichaawo!’ Chicha is een typisch Venezolaans en uiterst romig drankje van rijst, melk en suiker. Awo betekent ‘nu’ in het Papiaments. ‘We willen benadrukken dat we broedervolken zijn’, zegt Ocando.

Ze moet lachen als ze het verhaal over de ontvoerde gouverneur hoort. ‘Het is dus helemaal niet raar wat Trump heeft gedaan’, zegt ze, refererend aan de ontvoering van president Nicolás Maduro door de Amerikanen. Ze gooit smarties en een klodder Nutella in de beker van een meisje dat chicha ‘met alles erop en eraan’ heeft besteld. ‘Staatshoofden thuis ontvoeren is kennelijk van alle tijden.’

De erfenis van de Gómez-periode ligt midden op het eiland te roesten in de hete middagzon: olieraffinaderij Isla. In de hoogtijdagen werkten hier meer dan tienduizend werknemers, afkomstig uit de hele regio. Isla, een immens industrieel complex, was speciaal gebouwd om de zware Venezolaanse olie te verwerken. Nu rest alleen vergane glorie, Isla ligt al jaren stil.

Bakken geld

De problemen begonnen met een Venezolaanse wet uit 1942. Isla was tijdens de Tweede Wereldoorlog essentieel voor de brandstofvoorziening van de geallieerden, de Venezolanen keken met steeds meer afgunst naar de bakken geld die Curaçao binnenstroomden en de dure auto’s die er rondreden. Venezuela besloot dat olie uit nieuwe concessies voortaan in Venezuela geraffineerd moest worden.

Nadat de olievelden uit de oude concessies waren leeggetrokken, gaf Shell de raffinaderij in 1985 aan Curaçao, die de exploitatierechten aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA verhuurde. Door wanbeheer en internationale sancties kon PdVSA de raffinaderij niet rendabel houden en trok het zich in 2019 terug. Alleen de half verweerde logo’s op de opslagtanks herinneren nog aan het bedrijf.

In de periode dat PdVSA Isla runde, is de relatie tussen Venezuela en Curaçao opnieuw drastisch veranderd. In het begin kwamen Venezolanen nog vakantie vieren op het eiland. Ze stonden erom bekend een stuk meer te spenderen dan de gemiddelde Nederlandse toerist. Maar vanaf 2013 ging het razendsnel bergafwaarts: Maduro draaide de laatste restanten van de democratie de nek om, de economie raakte in een vrije val.

Sindsdien komen Venezolanen vrijwel alleen nog als vluchtelingen. Eerst met het vliegtuig, later ook met gammele bootjes. Een deel vlucht voor de bittere armoede, anderen vanwege de repressie of uit angst voor politieke vervolging. Curaçao heeft geen vluchtelingenbeleid, asiel aanvragen is er niet mogelijk en veel Venezolanen verblijven hier illegaal.

Razzia’s

Goiri had de organisatie Venex eigenlijk opgericht om in Curaçao de voorverkiezingen voor de Venezolaanse oppositie te organiseren, maar al snel veranderde die in een hulporganisatie voor vluchtelingen, ongeacht hun politieke kleur. ‘De Curaçaose politie hield razzia’s. Venezolanen werden opgesloten en gedeporteerd: ze werden gezien als een probleem dat verwijderd moest worden.’

Goiri vindt het moeilijk te verkroppen dat er wereldwijd veel kritiek is op de Amerikaanse inval. ‘Waar waren de zorgen over mensenrechten en internationaal recht toen Maduro duizenden politieke gevangenen opsloot en met scherp op demonstranten liet schieten? Waar waren ze toen vluchtelingen aan hun lot werden overgelaten?’

Voor het eerst is de razendsnel pratende Goiri even stil. Ze kijkt door de glazen wand naar de cliënten die zich met halters en gewichten in het zweet werken. ‘Ik ben absoluut geen fan van Trump’, zegt ze dan. ‘Maar ik geloof wel dat hij een plan heeft, en dat Maria Corina Machado daar onderdeel van is.’

Operatie Machado

Machado was vooralsnog de laatste Venezolaanse dissident die Curaçao als toevluchtsoord heeft gebruikt. In december stapte ze in Venezuela op een bootje naar Curaçao, zo onthulden Amerikaanse media, en reisde door naar Oslo waar ze haar Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nam. ‘Ik wist daar niks van’, aldus Goiri, die Machado’s partij Vente lokaal vertegenwoordigt. ‘Het is allemaal in het diepste geheim gebeurd.'

De Curaçaose premier Gilmar Pisas wist naar eigen zeggen ook niets van Machado’s ontsnappingsroute, hij wil er tot ergernis van de Curaçaoënaars ook weinig woorden aan vuilmaken. Liever kijkt hij vooruit, naar de nieuw ontstane economische kansen. Onder Maduro ging de olie naar China, Rusland en Iran, straks kan die misschien weer in Curaçao worden opgeslagen of overgeslagen, opperde hij op een persconferentie.

Ook de chicha-verkopers zijn optimistisch. ‘Straks komen Venezolanen hier weer als toerist, dat is goed voor de verkoop’, zegt Ocando, die inmiddels haar verblijfspapieren heeft geregeld. Ze hoopt binnenkort te laten zien dat Venezuela meer is dan olie, revolutie en politiek. ‘We willen een reisbureau beginnen. Zodat de Curaçaoënaars de schoonheid van onze bossen, bergen en watervallen kunnen ontdekken.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next