Home

Moet het witte filter in de rechtbank altijd aanstaan?

In NRC vermelden we ‘niet standaard’ de afkomst of etniciteit van een persoon, zo luidt de redactionele code. Tenzij vermelding relevant is, bij een aantal genoemde onderwerpen, waaronder criminaliteit. Dat belang moet wel ‘zoveel mogelijk’ duidelijk worden gemaakt.

Meestal laat ik voor de rechtbankrubriek ‘de Zitting’ details over persoon of uiterlijk veiligheidshalve weg. Stigmatisering ligt op de loer, lezers pikken dat feilloos op. Hoewel je soms graag een bredere indruk zou willen geven van de verdachte, om uiterlijk en etniciteit kun je immers niet heen. In communicatie speelt het een rol. In een strafzitting is dat cruciaal. Snappen rechter en verdachte elkaar, kan de rechter zich verplaatsen? Zijn de vragen sociaal normatief, open of wantrouwend?

Onlangs woonde ik een zitting bij met een 59-jarige man die ik bewust volledig beschreef. Met geboorteplaats: Asmara, Eritrea. Het leek me mogelijk dat de eindredactie dat zou schrappen. Wat overigens niet gebeurde. 

Was etniciteit nu relevant in het beeld van deze persoon en diens handelen? Er bleek heel veel over de man te vertellen – hij vormde met ál z’n kenmerken en stoornissen  het mysterie – hij wás de casus. Net als de rechters moet ik verdachten los van hun etnische of culturele achtergrond bekijken – net alsof iedereen wit is en op mij lijkt. Wat in afnemende mate ook daadwerkelijk het geval is. Inmiddels heeft bijna 28 procent van de bevolking via afkomst een band met een buitenland en vaak een andere cultuur.

Net als de rechters mag ik m’n indruk dus niet door afkomst laten kleuren. En wás z’n Eritrese afkomst relevant? Het betrof een al vaak bestrafte veelpleger op wie de reclassering zei geen greep meer te hebben. Iemand met psychiatrische problemen, afhankelijk van hulpverlening, afgekeurd voor arbeid. In de rechtszaal maakte hij een afwezige indruk. De rechters kregen moeilijk contact – snapte hij wel alles? Zou het strafrecht nog effect hebben – die vraag hing boven de casus, zoals zo vaak.

Was vermelding van de etnische afkomst hier relevant of juist stigmatiserend? Of allebei? Een verband tussen z’n maatschappelijke bestaan en z’n achtergrond als migrant leek me aannemelijk. Dus ik tikte ‘Eritrea’ toch maar op. Verzwijgen voelde óók niet goed.

Waarom begin ik hierover? Begin november bleek uit een rondgang langs vier rechters dat het besef breed is doorgebroken dat justitie een discriminatieprobleem heeft. En dat ook rechters (on)bewust stereotypen hanteren, een cultureel bepaalde blik hebben, bevestigende informatie eerder aannemen, het voordeel van de twijfel niet evenredig (kunnen) verdelen. Waardoor verdachten met een migratieachtergrond vaker hechtenis wordt opgelegd. Mijn gevoel is al langer dat etniciteit en afkomst daarom ook vaker vermeld moeten worden.

Op LinkedIn ontstond vervolgens een dialoog tussen twee kenners over de vraag of vooringenomenheid onder rechters wordt onderschat of overschat. Bijvoorbeeld omdat rechters beslissen op basis van dossiers waarin ándere professionals al vele keuzes maakten, mogelijk op basis van eigen vooroordelen. En dat er niet te veel verwacht kan worden van oplossingen als ‘meer bewustzijn’ en ‘meer diversiteit’. Hoewel „belangrijk en noodzakelijk” ligt het niet voor de hand dat rechters met een andere achtergrond „minder vatbaar zouden zijn voor vooroordelen dan hun collega’s met zeven vinkjes”. Onbewust de eigen groep bevoordelen is niet voorbehouden aan één groep. „Het is ook denkbaar dat zij juist strenger oordelen over justitiabelen met een vergelijkbare achtergrond”. Daarvoor blijkt het begrip queen bee syndrome te zijn gemunt: vrouwen aan de top kunnen onredelijk kritisch zijn over vrouwen die nog klimmen.

Betere rechtspraak (en journalistiek) krijg je eerder als er een „diepgaander bewustzijn” is van ingebakken vooringenomenheid. Daar vloeit mogelijk „intellectuele nederigheid” uit voort. „Het erkennen van de beperkingen van onze kennis, oordeelsvermogen en rationaliteit. Dit besef helpt om minder koppig te zijn, open te staan voor nieuwe inzichten en constructiever met anderen in gesprek te gaan.” Het idee van de louter rationele mens en dus van de rationele rechter (en journalist) is achterhaald.

Dat betekent volgens mij ook dat rechtbankverslaggeving niet steeds geforceerd kleurenblind hoeft te zijn. Om discriminatie te kunnen signaleren, mogen geslacht, etniciteit of afkomst worden benoemd. Het helpt met reflecteren op wat je observeert en opschrijft. Het is beter dan het witte filter aanzetten – doen alsof het niet bestaat. Cultuur en afkomst zijn relevant in communicatie, in menselijk gedrag en daarom het vermelden vaak wel waard.

Source: NRC

Previous

Next