Home

In de nieuwe ‘hit me, baby’-romans wordt de klootzak nog steeds niet echt overwonnen

Het blijft een geliefd genre, ook onder een nieuwe generatie vrouwelijke schrijvers: romans over giftige relaties tussen ‘net geen meisjes meer’ en oudere mannen. De ‘sla me-seks’ in deze boeken roept de vraag op: nemen vrouwen hier de macht terug, of lijkt dat maar zo?

‘Ze heeft een lastige periode achter de rug, en het is alsof hij dat aanvoelt. Alsof hij weet wanneer hij moet vragen of ze wel gegeten heeft.’

Op een verlaten parkeerterrein laat hij haar achter zijn stuur plaatsnemen. Zij heeft pas net haar rijbewijs, hij al tien jaar.

‘Ze lijkt ineens alle dingen die ze geleerd heeft vergeten te zijn. Het geeft niet, zegt hij. Hij is er om te helpen.’

Je komt haar, én hem, steeds vaker tegen. Niet alleen in het imponerend akelige Ik, de ander (2025) van Jante Wortel, maar in meer romans van met name jonge, vrouwelijke auteurs.

Zij, een Belle van in de 20 die op zoek is naar zichzelf, belandt in de spreekwoordelijke auto van een vaak oudere man. Ze krijgen een giftige relatie.

Je las ook al over haar en haar relatie in Zij. (2023) van Maaike Neuville en in Wat liefde kan doen (2024) van Lotte Kok. Je hebt haar kunnen herkennen in De som van mijn mislukkingen (2025) van Lou-Anna Druyvesteyn. En in mijn eigen debuut, Muze (2023), kom je een jonge fotografe tegen die de vriendin en muze wordt van een kille kunstschilder die haar grenzen over gaat.

Wat heeft de heropleving van ‘jonge vrouw, oudere man, giftige relatie’ te betekenen?

Heropleving ja; een unicum is het natuurlijk niet. De Nederlandse literaire canon staat bol van dit soort verhoudingen, nog het vaakst belicht vanuit mannelijk perspectief. De hierboven genoemde auteurs van mijn generatie werden geboren in de tijd dat Connie Palmen plots furore maakte met De wetten (1991), een debuut waarin hoofdpersonage Marie zichzelf leert kennen via meerdere mannen.

Een van de heren in De wetten, de kunstenaar aan wiens liefde Marie zichzelf wil onderwerpen, is egocentrisch, maar ergens ook een goedzak. Deze Lucas Asbeek vraagt, net als de man in Ik, de ander, of de hoofdpersoon wel genoeg eet, maar vraagt dit uit zorg, niet om haar te manipuleren. En wanneer hij doorheeft dat zijn liefde voor Marie niet genoeg is, dwingt Lucas haar weer te gaan schrijven en voor zichzelf te gaan leven.

Nee, dan die vent in Lotte Koks Wat liefde kan doen. De poppenspeler, zoals Kok de intens manipulatieve man noemt, misgunt de hoofdpersoon haar succes als schrijver volkomen. Mede hierdoor lijkt hij, zoals bijna alle mannelijke personages in de romans van de nieuwe garde, minder gelaagd dan die in De wetten. Als andere, zachtere kanten en momenten al worden belicht, is dit vaak om te benadrukken hoe die hun duistere trekjes des te enger maken.

Wanneer de relatie met de poppenspeler nog in de opbloeifase is, appt hij haar een foto van een brief. Zij leest: ‘Dat hij mijn kleren zou wassen, mijn planten water zou geven. Dat hij mij zou inzepen onder de douche. Langzaam kreeg het weer een andere wending. Het eindigde bij wat hij zou doen met mijn anus (...) O, schreef hij, ik heb het gevoel dat ik veel te ver ben gegaan, sorry!!’

Het is de enige en laatste keer dat de poppenspeler zelfinzicht toont en zijn excuses aanbiedt.

Hardop ‘ja’

Nee, in deze romans komt vooral het gelaagde interne leven van de vrouw zelf aan bod. ‘Ik achttien. Hij achtendertig. Zijn sjaal rood, zijn muts zwart, zijn frons frons.’ Het is een omschrijving van een van de mannen in Maaike Neuvilles Zij.. Hierin blikt de 39-jarige hoofdpersoon terug op haar jaren op de toneelschool en op het grensoverschrijdend gedrag dat ze in die tijd meemaakte.

Ook Neuvilles hoofdpersoon stapt bij de man in de auto. ‘Eh... ik ben een beetje moe.’ ‘Ja?’, zei hij en hij lachte zijn monkellach. ‘Mag ik je dan een bed aanbieden?’ Ik weet niet meer of ik hardop ja zei, maar alles in mij wat niets zei wilde dat bed.’

En hoe die man erover dacht? Wie hij verder is, behalve een man die met ‘net geen meisjes meer’ aanpapt? Waarom zou je dat willen weten, lijkt de verteller te zeggen. Hij is 38, zij 18. Zoals Avril Lavigne ooit zong: Can I make it any more obvious?

Opnieuw Wortel: ‘Hij zegt: kijk me aan als ik je neuk. Hij vraagt: wat wil je? En zij antwoordt: alleen jou. Wie mag jou neuken? Alleen jij. Wie mag jou kapotmaken? Alleen jij.’

Je kunt je als lezer gaan afvragen waarvan je hier nou eigenlijk getuige bent. Waarom geven jonge vrouwen ons tegenwoordig deze naar bdsm neigende, maar vaak vooral ronduit gewelddadige relaties tussen de Belles en hun bordkartonnen rotzakken te lezen?

Koks roman is gebaseerd op haar eigen ervaring met intieme dwang. Ook die van Neuville is op haar eigen volwassenwording gebaseerd. Moeten we de heropleving van de formule zien als een teken van collectieve traumaverwerking?

Met die blik dreig je iets belangrijks te missen, schreef de Amerikaans-Zimbabwaanse professor Namwali Serpell eind 2023 in het essay ‘Hit Me, Baby’ in The New York Review of Books. Daarin wijst ze wel tien Engelstalige romans aan waarin een vrouwelijke twintiger, vaak met kunstzinnige ambities, een oudere, vaak rijke, grensoverschrijdende man tegenkomt.

De schrijver presenteert de seksuele dynamiek niet alleen als traumatiserend, maar ook als een machtsspel. Ze wijst erop dat de hoofdpersoon de man regelmatig expliciet uitnodigt om haar in bed te slaan. Zo komt Serpell aan de essaytitel waarmee ze deze ‘hit me, baby’-boeken over een kam scheert.

Bdsm wordt in de handen van de Belle, meent Serpell, een zweep om een man mee te temmen: ‘Wanneer een vrouw zegt ‘sla me’, creëert ze (...) een dubbele binding. Slaat de man haar, dan bevestigt hij dat hij dat wilde, dat hij graag vrouwen slaat. Slaat hij haar niet, dan faalt hij als minnaar. Het is het soort catch22 waarmee de meeste mannen nog steeds te maken krijgen: damned if you do; damned if you don’t.

Oef, ik en mijn debuut Muze voelen zich wat betrapt door Serpell. Oké, dus mijn garde is uit op wraak? Proberen Neuville, Wortel en Kok via hun romans de seksist te grazen te nemen?

Een klap terug

Wie naar hun drijfveren zoekt, hoeft slechts het nieuws te volgen. Andrew Tate-gedachtegoed tiert welig. De lobby tegen abortus wordt sterker en sterker, en nog steeds zijn veel vrouwen thuis hun leven niet zeker. En komen meiden voor hun vrijheden op, gaan zij demonstreren voor het recht om over straat te kunnen zonder lastiggevallen te worden, dan worden zij aldaar en geheel en vogue belaagd.

De jonge vrouw zit dus in het nauw. Dit maakt de verleiding groot om in de brute seksscènes van de Hollandse ‘hit me, baby’-romans naar een feministische klap terug te zoeken. En om de Belle en de rotzak – een seksist in zijn meest pure vorm – als exemplarisch te zien voor de huidige verhoudingen.

Kijk je zoals Serpell, dan transformeert de meegaandheid van Wortels hoofdpersoon – die ‘alleen jij’ antwoordt op de vraag ‘wie mag jou kapotmaken?’ – tot verzet, tot valstrik. Het is de enige daad die deze Belle in haar benarde situatie te plegen heeft. Ze zit vast, en haar enige kans op ontsnapping is om hem háár positie te laten ervaren. Hem te doen voelen wat het is om – damned if you do or don’t – gevangen te zitten in een kwalijk compromis.

Zo wordt ‘alleen jij’ een dubbelzijdig zwaard van Damocles dat Wortels hoofdpersoon boven zijn hoofd houdt. ‘Alleen jij’ zegt: toe maar, beest. Wees die gewelddadige seksist, anders zul je me toch niet plezieren.

Het is een mooie hypothese. Maar: wie in de verhalen van Neuville, Wortel en Druyvesteyn een temmende vrouw waarneemt, is misschien té creatief. In hun romans wordt de rotzak uiteindelijk niet overwonnen, zoals Serpell beweert, maar blijven de Belles vooral bevroren slachtoffers.

Hun verzet is in feite fawnen, zoals de psychologie deze traumareactie noemt; Wortels hoofdpersoon, en die van Kok en Neuville, plezieren hun belager in een poging verdere vernedering en pijn te voorkomen.

Wat de exposé van dit fawnen bij lezers uitlokt, houdt ons weer een interessante spiegel voor. In Trouw schreef recensent Jenneke Harings over Ik, de ander: ‘[Het] is wat ik na een pagina of 50 begon te denken: ren, hoofdpersoon, ren!’

Harings geeft een stem aan het gevoel van machteloosheid dat je bij het lezen kan bekruipen. Maar hieraan uiting geven kan ook lelijk worden. Zo zei Nieuwsweekend-presentator Mieke van der Weij tegen Lotte Kok: ‘Ik heb niet begrepen wat die man zo aantrekkelijk maakt. Wat was er zo leuk aan hem?’

Van der Weij legt zo de macht, en dus de schuld, neer bij degene die juist de intieme terreur onderging. Een vrije vertaling van Van der Weijs vraag: ‘Waar is je emancipatie? Jij bent de dochter van drie feministische golven, waarom gedraag je je er niet naar?’

Echter, dat is precies wat deze nieuwe garde aankaart: dat ondanks drie feministische golven de man-vrouwrelaties in Nederland nog lang niet zo gelijkwaardig en probleemloos zijn als we zouden willen.

Wat overigens niet wil zeggen dat de Belles nooit bij machte zijn. Ze nemen ook vaak initiatief, gaan achter hun nieuwsgierigheid aan. De Belles testen hun macht uit – van vrouw en jong zijn – alsook de belofte van macht en veiligheid die een liefdesrelatie met een oudere man in zich draagt. Belle zijn is de reis, de giftige relatie de valstrik die hun verhaal bezielt.

Zo bekeken zijn het net bildungsromans, met ongelijke verhoudingen als rites de passage. De jonge meid kan pas een volwassen vrouw worden als zij een eeuwenoud compromis heeft gesloten – wat kun je winnen van een giftige man? En hoe lang houd je dit vol?

Vaak is het antwoord: zolang de bildungsroman duurt. De macht van het jong en knap zijn die Druyvesteyns hoofdpersonage uittest, is eindig – ze zal ouder worden – en komt met een prijs: het risico dat je grenzen onherroepelijk overschreden worden.

Zie de Belles in de bildungsromans van deze nieuwe garde als kanaries in de kolenmijn. Fawnend doorstaan ze hun beproeving, en seinen ze de dreiging van onze emancipatie in regressie.

Misschien wordt daarom de bordkartonnen rotzak in deze romans niet ingepalmd, lonkt er aan het einde van de passage vol geweld geen liefde. Hoogstens hervinden, of vinden, de vrouwen hun macht in vrijheid en individualiteit, net als Marie in De wetten.

‘Ik ben helemaal van mezelf’, eindigt Kok haar roman.

‘Zij, schrijft zij’, schrijft Neuville.

Zelfs uit de laatste regel van Wortels unheimische einde valt nog hoop te putten op zelfheerschappij: ‘Alsof het altijd alleen maar zij was.’

Lou-Anna Druyvestijn: De som van mijn mislukkingen. Prometheus; 264 pagina’s; € 21,99.

Lotte Kok: Wat liefde kan doen. Lebowski; 236 pagina’s; € 22,99.

Maaike Neuville: Zij.. De Bezige Bij; 144 pagina’s; € 21,99.

Jante Wortel: Ik, de ander. Das Mag; 184 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next