Home

Waarom doet het tweeduizend jaar oude stoïcisme het zo goed in de manosfeer?

Boze jongens en finance bro’s vallen massaal voor het stoïcisme van Marcus Aurelius. En dat terwijl de keizer-filosoof vooral een goed mens wilde zijn. Waarom hield hij de liefde dan op afstand?

is televisierecensent voor de Volkskrant en schrijft over populaire cultuur.

‘Heel veel mensen die in gedicht en gezang geëerd werden, zijn allang overgedragen aan de vergetelheid’, schreef de Romeinse keizer Marcus Aurelius een kleine tweeduizend jaar geleden.

Vermoedelijk zat hij op dat moment alleen in zijn legertent. Door aanhoudende oorlogen bracht hij zijn laatste jaren grotendeels door op slagvelden aan de noordgrens van zijn rijk.

Daar, ver van huis, schreef Marcus Aurelius (121-180 n.Chr.) notitieboeken vol met dit soort teksten, om zichzelf tussen al het bloedvergieten bij de les te houden.

‘Ik heb geen tijd meer om te lezen. Maar wat ik nog wel kan: genot en lijden de baas zijn’, drukte hij zichzelf op het hart, ergens aan de oevers van de Donau.

Veel tijd om te lezen zou de keizer ook niet meer krijgen: zijn strijd tegen de Germaanse Marcomannen zou hij nooit beslist zien worden. Hij stierf op zijn 58ste in een legerkamp in Oostenrijk.

Volgens het stoïcisme, de filosofische stroming waarvan Marcus Aurelius overtuigd aanhanger was, maakt alles deel uit van een rationele, goddelijke orde: de logos. Wie zich daartegen verzet, verzet zich tegen de natuur zelf. Beter is het om het hoofd koel te houden en te accepteren wat ons overkomt.

En dus hield de keizer zichzelf in zijn notities voor geen eeuwige roem na te jagen, maar gewoon een goed, redelijk, evenwichtig mens te zijn – ook al zal dat minder indruk maken op de dichters en zangers.

Wat een ironie dan, dat Marcus Aurelius dankzij deze instelling nu een van de bekendste Romeinse keizers is – en waarschijnlijk de meest gelezen. Zijn notities, volgens veel classici nooit bedoeld voor publicatie, zijn uitgegroeid tot een van de populairste filosofieboeken aller tijden.

Eind oktober verscheen er een nieuwe Nederlandse vertaling van classicus Ben Schomakers, genaamd Voor eigen gebruik (Boom). En onlangs kwam De droom van Marcus Aurelius (Athenaeum) uit, waarin de Franse socioloog Frédéric Lenoir een filosofisch portret van de keizer schetst.

Maar ook TikTok en Instagram staan vol met zijn citaten, meestal begeleid door beelden van marmeren Romeinen met sixpacks en imposante baarden. En het platform Daily Stoic (3,5 miljoen Instagram-volgers) verkoopt naast Marcus Aurelius-cursussen zelfs bustes van de keizer, voor slechts 340 euro.

Voor de geïnteresseerden: ze zijn helaas uitverkocht.

Filosofisch genie

Dat een filosoof-keizer – Richard Harris speelde hem in Gladiator een zekere aantrekkingskracht heeft, is niet zo vreemd. Maar de afgelopen tien jaar heeft Marcus Aurelius het imago verworven van filosofisch genie, zelfhulpgoeroe en rolmodel ineen. De andere grote stoïcijnen uit het Romeinse Rijk, Seneca en Epictetus, zijn bijna net zo populair.

Best opvallend, aangezien het stoïcisme een wereldbeeld veronderstelt dat behoorlijk verschilt van het onze. Zo geloofden de stoïcijnen dat het universum eens in de zoveel tijd in vlammen opgaat, waarna de gehele geschiedenis zich op exact dezelfde manier herhaalt. Waarom slaat Marcus Aurelius nu dan toch zo aan?

Misschien omdat zijn filosofie bij uitstek geschikt is voor het TikToktijdperk. Waar filosofen als Immanuel Kant steevast misselijkmakend lange zinnen schrijven, verpakt Marcus Aurelius zijn wijsheden meestal in pakkende oneliners. ‘De beste verdediging is niet als de ander te worden’, schrijft hij in Voor eigen gebruik. Het kan zo fungeren als onderschrift bij een Instagrambericht.

Terwijl de filosofie van Plato of Kant zich bovendien grotendeels afspeelt op een conceptueel niveau, lezen we in Voor eigen gebruik hoe Marcus Aurelius zichzelf ’s ochtends vertelt dat hij die dag vervelende mensen gaat tegenkomen, maar zich daardoor niet op de kast moet laten jagen. Prima advies voor iedereen – Romein of geen Romein.

‘Met het stoïcisme kun je grip krijgen op jezelf en de wereld’, zegt Michiel Buis. Hij is gepromoveerd op het hedendaagse stoïcisme aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Daarom slaat het vooral aan in crisisperiodes. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog beleefde het stoïcisme ook een opleving in Nederland. En onlangs zette de coronacrisis het stoïcisme weer op de kaart als bruikbare, praktische filosofie.’

Maar ook tijdens persoonlijke crises kan het stoïcisme helpen. Oud-schaatser Mark Tuitert lag tijdens de Olympische Spelen van 2002 met een zware blessure op de bank, boos op iedereen. ‘Ik had allerlei ideeën over hoe de wereld zou moeten zijn’, zegt Tuitert aan de telefoon, onderweg naar een van zijn lezingen over – jawel – het stoïcisme.

Vorig jaar kwam Tuiterts boek Innerlijke kracht uit, waarin de olympisch kampioen van 2010 ons leert hoe we met Marcus Aurelius onze ‘stoïcijnse mindset’ kunnen trainen. ‘Van Marcus leerde ik dat de wereld niet tegen me was, maar dat het allemaal in mijn hoofd zat’, zegt hij.

Aan crises geen gebrek, aan grip bij velen wel. Is Marcus Aurelius dan misschien inderdaad de ideale raadgever voor onze tijd?

Rigide machtsstructuren

Niet volgens de Britse classicus Mary Beard, bekend van bestsellers als SPQR – Een geschiedenis van het Romeinse Rijk. Ze beschreef de hedendaagse stoïcisme-opleving in een interview eens als ‘clichéd self-help from a philosophy that, if you looked at it really hard, was nasty, fatalistic, bordering on fascist’.

Haar scepsis is niet onbegrijpelijk. Met hun nadruk op het accepteren van de wereldorde bieden Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius inderdaad weinig expliciete aanknopingspunten om de rigide machtstructuren van het Oude Rome ter discussie te stellen.

Ook veel hedendaagse stoïcijnen tonen weinig belangstelling voor sociale rechtvaardigheid. Ryan Holiday, een voormalige marketeer, is met zijn platform Daily Stoic een van de grote aanjagers van de stoïcisme-hype. In boeken als The Obstacle Is The Way - The Ancient Art of Turning Adversity to Advantage serveert hij hapklare stoïcijnse filosofiesnacks, die vooral in de smaak vallen bij snelle zakenjongens, als zelfhulp om nóg onverstoorbaarder rijk te worden.

Maar wie Voor eigen gebruik integraal leest, kan er niet omheen dat Marcus Aurelius persoonlijke ambitie juist afwijst. ‘Een gouden medaille winnen is voor hem volstrekt onbelangrijk’, zegt ook Tuitert. ‘Daar zou je je niet eens mee moeten bezighouden. In dat opzicht ben ik niet erg dogmatisch: ik vind dat je zulke doelen best mag hebben, zolang je je identiteit er niet door laat bepalen.’

Voor een hardcore stoïcijn als Marcus Aurelius komt het geheel altijd vóór het individu. Alles maakt namelijk deel uit van dezelfde kosmische orde. Of, moderner gezegd: mens en natuur zijn schakels in hetzelfde systeem – waarin niets belangrijker is dan het andere. ‘Daarom zijn de stoïcijnen bijvoorbeeld tegen het uitputten van natuurlijke bronnen’, zegt Buis. ‘We kunnen zeker wat opsteken van hun nadruk op de gemeenschap, in die brede zin.’

Dat gemeenschapsdenken neemt soms extreme vormen aan. ‘Wat niet schadelijk is voor de stad, schaadt ook de burgers niet’, schrijft Marcus Aurelius. In zijn kosmos heeft alles en iedereen – paard, slaaf, politicus – een taak die hij zo goed mogelijk moet vervullen.

Hoe vrij je bent om daar zelf invulling aan te geven, blijft nogal vaag. En daarin schuilt, zoals Mary Beard suggereert, inderdaad een zweem van autoritarisme.

Toch is er volgens Marije Martijn, hoogleraar antieke filosofie aan de Vrije Universiteit, ook een minder totalitaire lezing mogelijk. ‘Uiteindelijk heb je beperkte ruimte om je eigen geluk te creëren’, zegt ze. ‘Er is al zo veel voor ons bepaald: de tijd waarin we leven, onze familie, onze omgeving. Een groot deel van de wereld kun je simpelweg niet veranderen, dus de meeste vrijheid heb je in hoe je met je plek daarin omgaat. Dat vind ik zelf wel een mooie gedachte.’

Ook tot fatalisme hoeft die gedachte niet te leiden. Zelf gaat Marcus Aurelius in elk geval niet bij de pakken neerzitten. ‘Niet klagen’, bijt hij zichzelf toe in Voor eigen gebruik. ‘Een goed mens zijn’, dat is het doel.

Daar kunnen wij, verwende 21ste-eeuwers, best iets van leren.

Eenzame strijd

En toch wringt er iets aan de hedendaagse verering van Marcus Aurelius. Hij doet het namelijk wel héél goed bij een specifieke groep: mensen die het gevoel hebben dat ze – net als de keizer – verwikkeld zijn in een eenzame strijd.

Denk bijvoorbeeld aan de finance bro’s, die uren overwerken terwijl hun vrienden in de kroeg zitten. Of aan de onzekere jongens in hun zolderkamers, die verzeild zijn geraakt in de manosfeer, waarin Marcus Aurelius eveneens opvallend populair is. Ook zij hebben vaak het gevoel er alleen voor te staan, in hun kruistocht tegen alles wat woke en feministisch is.

Zij vinden in de keizer de ideale wapenbroeder: een wijze strijder uit een illuster verleden, die erop hamert dat we op onszelf zijn aangewezen en uitlegt hoe we daarmee vrede kunnen hebben. En hoewel dat zijn denken behoorlijk platslaat, hebben ze daarin ook een beetje gelijk.

Er ontbreekt namelijk iets in Voor eigen gebruik: liefde. Hoewel Marcus Aurelius zichzelf regelmatig voorhoudt dat hij zijn medemensen vriendelijk moet behandelen, houdt hij ze ook op afstand. Aan de waarde van vurige liefde – voor je kinderen, partner, vrienden – wijdt hij amper een woord. Door je echt aan iemand te hechten, laat je je gemoedsrust immers afhangen van wat buiten je macht ligt.

‘En die houding is minder stoer dan hij klinkt’, zegt zijn vertaler Ben Schomakers. ‘Want uiteindelijk ga je het meest risicovolle uit de weg: echte verbinding.’

Dat deze emotionele ommuring noodzakelijk is als je een keizer in een Romeins legerkamp bent, is best te begrijpen. En uit alles blijkt dat Marcus Aurelius in principe geen kille man was. Daarvoor schrijft hij met te veel warmte over zijn familieleden, leraren en vrienden. ‘Je merkt dat Marcus om anderen geeft’, zegt Schomakers. ‘Maar toch zou je het binnen zijn theoretische kader ook niet vervelend moeten vinden als je moeder overlijdt.’

Ook andere affectieve aspecten van de wereld zijn in de notities van Marcus Aurelius volstrekt irrelevant, zodat hij zich volledig kan toeleggen op zijn keizerlijke taak. Een feestmaal is voor hem slechts ‘het lijk van een vis, of van een vogel, of van een jong zwijn’. En seks komt neer op ‘hard wrijven van het geslachtsdeel tot er krampen komen en er wat slijm wordt uitgescheiden’.

Niet heel zwoel.

Door deze radicale onverschilligheid is Marcus Aurelius te lezen als de ideale afzonderingsfilosoof. Dat kwam goed uit tijdens de coronalockdowns, maar het stemt wat treurig dat zoveel mensen daar nog altijd behoefte aan hebben. Al is dat ook niet verrassend: we leven in een individualistische wereld, waarin het verleidelijk is om je terug te trekken in je carrière of het gepersonaliseerde universum van je telefoon.

Hoewel het fijn is om dan te kunnen terugvallen op keizerlijke wijsheden, kleven daar ook gevaren aan. Het toch wat kille wereldbeeld van Marcus Aurelius biedt namelijk weinig aanleiding om zo’n isolement ook weer te doorbreken; om even over de rand van de ‘veilige vesting’ van je denken te kijken, om te zien wat voor moois de buitenwereld te bieden heeft. Kortom: om je eenzame strijd soms even te staken – terwijl veel jongens in de manosfeer daar ongetwijfeld baat bij zouden hebben.

Daarom is het goed om te onthouden dat Marcus Aurelius Voor eigen gebruik voor zichzelf schreef, in een uitzonderlijke situatie, tweeduizend jaar geleden. Dat mag ons fascineren, en ook zeker inspireren.

Maar bedenk dan ook dat de meesten van ons gelukkig wél de tijd en mogelijkheid hebben om te lezen, onvergetelijke seks te hebben, onze ouders te missen, lekker te eten met dierbare vrienden en smoorverliefd te worden – ook al voelt dat misschien niet altijd zo. Wij zijn immers niet verantwoordelijk voor het lot van een keizerrijk. En het lijkt mij heel redelijk – hoewel niet erg stoïcijns – om daar soms volop van te genieten.

Marcus Aurelius: Voor eigen gebruik. Uit het Grieks vertaald door Ben Schomakers. Boom; 296 pagina’s; € 24,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next