Het rijden van een volledig DTM-seizoen blijft een grote financiële uitdaging, zelfs in het GT3-tijdperk. ABT Sportsline heeft nu zeldzaam inzicht gegeven in hoe groot die investering in concrete cijfers is. Marketingdirecteur Daniel Abt onthulde interne budgetgegevens die laten zien hoe duur een modern DTM-seizoen inmiddels is geworden. "Omdat wij een privéteam zijn in de GT3-DTM, krijgen we wel enige fabriekssteun, maar het grootste deel van de kosten moeten we zelf dragen", schrijft Abt op LinkedIn.
Volgens de voormalig coureur kost het inzetten van twee GT3-auto's in de DTM meer dan 3 miljoen euro. Dat komt overeen met informatie van Motorsport-Total.com, een zusterpublicatie van Motorsport.com, die de operationele kosten schat op ongeveer 1,5 miljoen euro per auto, waarbij sommige teams zelfs meer dan 2 miljoen euro uitgeven. Abt schat de nettokosten van één GT3-auto op 429.000 euro, wat voor twee auto's neerkomt op 858.000 euro. In 2025 reed ABT met twee Lamborghini Huracán GT3 EVO II's en in 2026 zou het team kunnen overstappen op de nieuwe Temerario.
Sommige modellen zijn duurder dan andere. Zo kost de Porsche 911 GT3 in Evo-specificatie voor 2026 ongeveer 573.000 euro, terwijl de vernieuwde Ferrari 296 GT3 Evo verkrijgbaar is voor circa 700.000 euro.
Afhankelijk van de ernst liggen de reparatiekosten na crashes tussen de 100.000 en 300.000 euro. De meeste teams verzekeren hun auto's, maar op circuits met een hoog risico, zoals de Norisring, is verzekering soms niet beschikbaar vanwege het grote schadegevaar.
Banden vormen een aanzienlijke kostenpost en komen uit op ongeveer 250.000 euro per seizoen. Een set Pirelli-slicks kost circa 2.244 euro en teams mogen per auto 37 sets slicks gebruiken tijdens de acht raceweekenden. Dat betekent ongeveer 166.000 euro per seizoen, exclusief regenbanden en testbanden.
De DTM maakt gebruik van synthetische brandstof van Coryton, die ongeveer 6,18 euro per liter kost. Abt schat de brandstofkosten voor twee auto's op 50.000 euro per seizoen.
De kosten van één seizoen in de DTM lopen hoog op, tot zo'n 3 miljoen per jaar.
Foto door: Markus Toppmöller
De reiskosten in de DTM liggen lager dan in mondiale raceklassen zoals de Formule 1, met slechts acht raceweekenden – waarvan slechts twee buiten Duitsland – maar Abt begroot alsnog zo'n 220.000 euro aan reiskosten.
De ADAC rekent een inschrijfgeld van ongeveer 100.000 euro per auto, wat neerkomt op 200.000 euro voor twee auto's.
De grootste kostenpost is personeel. Abt schat de salariskosten op ongeveer 1 miljoen euro voor de circa twintig teamleden die bij het DTM-programma betrokken zijn, waaronder management, engineers en monteurs.
Daarnaast heeft het team vrachtwagens en ondersteunende voertuigen nodig voor de raceweekenden, wat ongeveer 350.000 euro per seizoen kost.
Wanneer al deze factoren bij elkaar worden opgeteld, komt het totale budget uit tussen de 3.028.000 en 3.228.000 euro. "Helaas kan ik geen details geven over andere zaken zoals transportverzekering, algemene verzekeringen, marketing, teamkleding of coureursalarissen", voegt Daniel Abt toe. Dit laat zien dat er nog meer kosten zijn om rekening mee te houden, waarbij veel teams afhankelijk zijn van fabrieksrijders van wie het salaris door de fabrikant wordt betaald.
Sponsors in de DTM investeren zelden meer dan 400.000 euro per auto, zelfs wanneer zij het volledige ontwerp van de auto mogen bepalen. Dat verklaart waarom het steeds moeilijker wordt om een DTM-programma op te zetten en waarom coureurs soms zelf ook moeten bijdragen aan het budget.
Sommige fabrikanten bieden financiële ondersteuning, maar die bedraagt meestal niet meer dan een half miljoen euro per auto. In bepaalde gevallen stellen fabrikanten zelfs auto's ter beschikking of leveren zij gratis reserveonderdelen om de kosten voor teams te verlagen.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport