Home

Wat ben jij oud geworden! Waarom uiterlijke verschillen op latere leeftijd zo groot kunnen worden

Wie twee zeventigers naast elkaar zet, zal soms zien dat de een veel ouder lijkt dan de ander. Hoe kan veroudering lang gelijk opgaan en dan opeens zo sterk uiteenlopen? Zogeheten biomarkers kunnen een indicatie geven.

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Je bent boven de 50 en ineens begint het op te vallen: dat leeftijdgenoten er zoveel ouder (of jonger) uitzien dan jijzelf. Dat was nog niet zo toen je 30 was. Verouderen sommige mensen sneller dan anderen? En zou het niet handig zijn als je je biologische leeftijd kon meten en actie kon ondernemen als die boven je kalenderleeftijd ligt?

Eerst maar eens een verouderingswetenschapper vragen wat er in je lichaam gebeurt. ‘Je moet goed begrijpen wat het verouderingsproces is’, zegt David van Bodegom, hoogleraar vitaliteit van Leyden Academy en het LUMC, het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Waarom verouderen wij? Ons lichaam slijt. Waar slijt het van? Van invloeden van buiten, zoals fijnstof, sigarettenrook of uv-licht, die onze cellen beschadigen.

‘Maar ook van invloeden van binnenuit. Ons lijf is een chemische fabriek. In elke cel wordt suiker verbrand met zuurstof. Daarbij komt energie vrij, maar ook zuurstofradicalen, die cellen kunnen aantasten. Er ontstaan kopieerfoutjes in je DNA. Heel de tijd ontstaat schade. Ons lichaam kan veel daarvan gelukkig repareren. Maar die reparatie is niet perfect, net zoals je vaak een littekentje overhoudt van een wondje. Over de tijd stapelt zich dat op. Dat proces begint al bij de eerste celdelingen, nog voor we geboren zijn. We zijn allemaal negen maanden ouder dan we denken.’

Lange tijd blijft de veroudering gelijk opgaan, maar met de leeftijd neemt de diversiteit tussen mensen toe. Je kunt een beetje zien hoe snel iemand veroudert. Wie standaard ouder wordt geschat, mag zich lichte zorgen maken – al kan iemand met veel rimpels ook een gezonde zonaanbidder zijn. Er zijn andere indicaties. Een huisarts bijvoorbeeld zal inschatten hoe een oudere patiënt eraan toe is door te kijken hoe die binnenkomt, hoe soepel hij gaat zitten, of hij een stevige hand geeft. Ouderen kunnen zelf testjes doen, zoals hoe vaak ze binnen 30 seconden kunnen opstaan van een stoel zonder hun handen te gebruiken. Dat zegt bij 60-plussers iets over de algemene fitheid.

Signaalstoffen

Maar dat is buitenkant. En of iemand sneller veroudert dan gemiddeld zou je eigenlijk al willen weten voordat het zichtbaar wordt, dus voordat iemand boven de 50 of 60 is. Daarom zijn wetenschappers al lang in het bloed op zoek naar stofjes die daarover iets zeggen. Eline Slagboom en Joris Deelen houden zich bij het LUMC onder meer bezig met onderzoek naar zulke stofjes, biomarkers. Ze schreven erover in het NTVG, het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Biomarkers zijn signaalstoffen, niet per se van veroudering, maar dat kunnen ze wel zijn. Voorbeelden zijn glucose, dat in te hoge hoeveelheden in het bloed kan wijzen op diabetes, of eiwitten die een rol spelen in het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. Biomarkers van veroudering hebben per definitie een sterk verband met de kalenderleeftijd: pas als je weet wat ‘normaal’ is op een bepaalde leeftijd, kun je zien wie daarvan afwijkt – wie biologisch ouder of jonger scoort.

Wetenschappers formuleerden de gedachte dat gezondheidsrisico’s in het lichaam te meten zijn al in de jaren zestig. Door technologische ontwikkelingen is het mogelijk geworden duizenden biologisch belangrijke stoffen in lichaamsvloeistoffen te meten, waaronder metabolieten (die bij de stofwisseling worden gevormd) en eiwitten. Ook chemische veranderingen van het DNA zijn te vinden.

Slagboom is vooral onder de indruk van de marker waarvoor metabolieten worden gemeten. ‘Daarvan hebben we aangetoond dat wie in het ongezonde spectrum zit in de komende tien jaar meer kans heeft om dood te gaan, meer kans op verlies van longcapaciteit, cognitieve achteruitgang en verlies van knijpkracht.’ Knijpkracht geeft een aanwijzing over hoe goed spieren functioneren en hoe groot de spiermassa in het lichaam is.

Om vast te stellen wat biomarkers precies meten en welke echt iets voorspellen, is meer onderzoek nodig in de bevolking en in patiëntengroepen. Daarna wordt het misschien mogelijk dat mensen thuis met een vingerpriktest zelf hun biomarkers bepalen, denken Slagboom en Deelen.

‘Verjongen’ door levensstijl

Stel dat je dat zelf kunt meten en je ziet dat je biologisch jaren ouder bent dan je leeftijdsgenoten, wat kun je dan doen? Verwacht geen revolutionair antwoord: je kunt doen wat je altijd moet doen om gezond en fit te blijven. Eet matig met veel groenten en fruit. Rook niet. Drink geen alcohol. Beweeg. Probeer goed te slapen. En ga niet liggen bakken in de zon.

Klinkt eenvoudig, maar is ingewikkeld. Kant-en-klaar eten is in overvloed te koop en je eet er makkelijk veel van. Roken en drinken zijn verslavend en ermee stoppen valt niet mee. Bewegen is iets waar veel mensen zich toe moeten zetten, een gezonde slaaproutine niet altijd gemakkelijk voor elkaar te krijgen.

Slagboom en Deelen zetten in op interventies waarbij mensen hulp krijgen om hun levensstijl aan te passen. Biomarkers, denken zij, kunnen fungeren als schrikmoment dat mensen ertoe aanzet beter voor zichzelf te zorgen, en als motivatie, want wie gezonder gaat leven kan biologisch ‘verjongen’ en dat is in het bloed te zien.

‘Als de 60-plussers die werden getest 12,5 procent minder calorieën innemen en meer bewegen, dan zie je in drie maanden tijd al een verbetering van de biomarker’, zegt Slagboom. Waarbij de mensen die het slechtst scoorden bij aanvang van de studie ook nog eens het meeste profijt hebben van de gezondere levensstijl.

‘Het is wel van belang dat je er op tijd bij bent, want als je aan het eind van het proces zit en je hebt mensen die echt extreem kwetsbaar zijn, dan zullen dit soort interventies niet meer helpen’, zegt Deelen. Daarom zijn biomarkers belangrijk – ze kunnen laten zien dat het tijd is voor actie, nog voordat iemand dat zelf merkt.

‘Zuinig op je auto’

Het maakt uit hoe je je lijf gebruikt, zegt ook Van Bodegom, die de vergelijking maakt met een auto. ‘Je kunt een nieuwe auto in een paar jaar helemaal kapot rijden, als je er veel mee rijdt en piepend door de bochten gaat. Dan is hij zo versleten. Dat kun je met je lijf ook doen. Ik heb een tijd gewerkt met mensen die op straat leven en drugs gebruikten. Die zien er echt twintig jaar ouder uit. En die gaan ook eerder dood. Ze hebben gewoon een veel harder leven en meer slijtage.

‘Maar als je zuinig op je auto bent, hem altijd in de garage hebt staan onder een dekentje, dan kan het een oldtimer worden. Dat geldt ook voor het lijf. Er zijn veel dingen die je kunt doen om het lijf goed te houden en ook vooral veel dingen die je kunt doen om het lijf sneller te laten slijten. Als je besluit om te gaan roken, kost dat je zomaar acht tot dertien jaar in levensduur en daarnaast natuurlijk ook veel gezonde jaren.

‘Je ziet ook dat rijke, hoogopgeleide Nederlanders zeven jaar langer leven dan arme, praktisch opgeleide Nederlanders. Dat komt niet doordat ze met hun geld betere dokters kunnen betalen of meer pillen kunnen kopen. Het zit hem gewoon in levensstijl. Ze bewegen meer, ze hebben vaker een gezond gewicht, ze roken veel minder. Ze drinken wel iets meer, maar dat is het enige.’

Langlevende families

Levensstijl is niet alles. Want zo’n zelfde verschil ziet Eline Slagboom in het cohortonderzoek, de Leiden Lang Leven Studie. Ze volgt al meer dan dertig jaar langlevende families – daarvoor zijn indertijd mensen verzameld ouder dan 90 met broers en zussen die ook zo oud waren. Hun kinderen, toen zestigers, worden al 25 jaar gevolgd. Als je de leden uit die langlevende families vergelijkt met hun echtgenoten, met wie ze soms al veertig jaar dezelfde levensstijl delen, dan blijkt dat de echtgenoten gemiddeld zes jaar eerder hun eerste chronische ziekten krijgen, zoals hart- en vaatziekten.

Veel van de biomarkers in het bloed van kinderen van langlevenden geven ook een beter beeld dan die van hun partners. Er is iets in de genen van langlevende families dat hen beschermt en eraan bijdraagt dat ze gezond oud worden, en ook daarnaar doen Slagboom en Deelen onderzoek.

Ook uit tweelingenonderzoek blijkt dat levensstijl én genen een rol spelen bij de levensverwachting. Een eeneiige tweeling is genetisch identiek, maar bij hun sterfdatum speelt mee welke voeding ze genomen hebben en of de een is gaan roken en de andere niet.

Maar, zegt David van Bodegom: ‘Een deel is genetisch. Of in ieder geval overerfbaar. Want je erft niet alleen de genen van je ouders, je deelt ook de opvoeding met je broertje en je zusje. En als je dan aangeleerd krijgt dat je altijd je bordje leeg moet eten en veel groente moet eten en niet te veel snoepen, helpt dat ook.’

‘Driekwart bepaal je zelf’

Toch zegt het verschil wel iets tussen eeneiige tweelingen die hun genen en opvoeding delen en twee-eiiige die niet alle genen maar wel hun opvoeding delen. ‘Het komt erop neer dat ongeveer een kwart van je levensloop of de kans om heel oud te worden in je genen zit. En driekwart bepaal je zelf. De kans om gezond 80 te worden, wordt voor driekwart door je levensstijl bepaald. Maar bij de kans om bijvoorbeeld 100 of 110 te worden, komen weer meer genetische factoren kijken.’

En interventie helpt niet altijd, zegt Deelen. ‘Er zijn dingen waar je niets aan kunt doen, ook niet met een interventie. Zelfs mensen die alles perfect doen, kunnen kanker krijgen. Maar als je er nog wél iets aan kunt doen, is het nuttig dat op tijd te weten.’

‘Het gaat misschien niet om gezond oud worden’, zegt Slagboom. ‘Niemand wordt gezond oud, boven de 60 heeft meer dan de helft van de Nederlanders al twee chronische ziekten. Vitaal is een betere term.’

En daarvoor is het nodig gezond te leven. Want, zegt ze: ‘We denken allemaal graag: de eerste klachten voel ik vast pas boven de 80. Maar in concreto beginnen ze al boven de 50.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next