Home

Opinie: Angstcultuur is juist een waardevol begrip

Het is niet zo ingewikkeld: ga ook (of juist) in hiërarchische relaties met respect en vriendelijkheid met elkaar om: hard voor de zaak, zacht voor de relatie. Kost niks.

Ik las, evenals sommige andere Volkskrant-lezers, met stijgende verbazing de column van Gabriël van den Brink over het begrip angstcultuur en zijn pleidooi voor afschaffing van deze term. Tussen de regels door lees ik dat het in zijn ogen vooral een beetje modieus-modern is om last te hebben van autoritaire, dwingende, grensoverschrijdende leidinggevenden en dat we met zijn allen ook een beetje softies zijn geworden. En het lijkt nog deels de schuld van vrouwen ook: feminisering. Daarover later.

Van den Brink vindt angstcultuur ‘een waardeloos begrip’. Het zou slechts betekenen dat medewerkers zich gekwetst voelen. Het is meer dan dat: men voelt zich angstig en onveilig. Dat is niet enkel ‘betreurenswaardig’, dat is ongewenst. Zijn stuk valt te lezen als een legitiem pleidooi voor alertheid om te voorkomen dat de term angst(cultuur) aan inflatie onderhevig raakt, net als de begrippen trauma of autisme. Maar om het hele begrip dan de vuilnisemmer in te kieperen?

Over de auteur

Ruud Joppen is gepensioneerd gezondheidszorgpsycholoog-psychotherapeut en oud-wetenschappelijk onderzoeker van de Radboud Universiteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Eelt op de ziel

Zijn bijdrage valt ook te lezen als een legitiem pleidooi voor wat eelt op de ziel. Eelt op de ziel is nodig, want ieder mens ruilt onverbiddelijk het paradijs van het kind in voor de wereld van de volwassene. Maar sommige uitingen van fysiek of mentaal geweld snijden door elke eeltlaag heen en kunnen blijvende schade aanrichten.

Ja, gevoelens zijn subjectief, maar als die door meerdere mensen binnen de organisatie worden gedeeld, moeten ze serieus genomen worden en betreffende hun betrouwbaarheid onderwerp van onderzoek vormen. In de methodologische psychologie wordt gesproken van ‘inter-beoordelaar betrouwbaarheid’: de betrouwbaarheid van een waarneming neemt toe, naarmate er tussen meer personen, onafhankelijk van elkaar, overeenstemming is inzake een bepaalde beoordeling.

Volgens Van den Brink gingen we vanaf de jaren zestig ‘de gelijkwaardigheid omarmen’. Gelukkig maar. Ook in ongelijke posities en binnen hiërarchische gezagsverhoudingen zijn we gelijkwaardig aan elkaar. We gingen deze gelijkwaardigheid niet ‘omarmen’, we gingen haar serieus nemen.

Dan het punt van partij kiezen voor de zwakkeren, kansarmen en slachtoffers. Is partij kiezen voor hen een kwestie van ‘moralisering’, zoals de schrijver betoogt, of getuigt dit vooral van menselijkheid, ethisch (moreel) besef en oog hebben voor (on)rechtvaardigheid? Ik denk dit laatste. En moreel besef is iets anders dan moralisering, dat een dwingende connotatie heeft.

Feminisering

En dan, zo schrijft Van den Brink, is ‘een zekere gevoeligheid voor de ervaringen van anderen’ moeten opbrengen, een product van ‘feminisering’ van de samenleving. Dat lijkt me een gewaagde stelling. Is het niet vooral het toegenomen begrip van de noodzaak van professioneel en verantwoordelijk relatiebeheer uit hoofde van je functie? Mooi als vrouwen daaraan een bijdrage hebben geleverd. En ja, dat vraagt van leidinggevenden enig empathisch vermogen.

En die ‘klassieke mannelijke (?) vaardigheid om het hoofd te bieden aan angsten, gevaren en onzekerheid’, die Van den Brink noemt, heeft niets te maken met hufterigheid, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, intimidatie, verbaal geweld, vernedering en misbruik maken van je machtspositie.

Uit onderzoek naar arbeidssatisfactie, productiviteit, persoonlijkheidsfactoren, stressoren, stress- en ziekteverzuimpreventie, is bekend dat waarderingsgerichte ondersteuning – met name door directe leidinggevende en naaste collega’s – een beschermende invloed heeft. Het ‘filtert’ als het ware de schadelijke invloed van stressoren uit en wordt daarom ‘de buffervariabele’ genoemd.

‘Intimidatiecultuur’

De ontwikkelingen die Gabriël van den Brink noemt, vormen zijn pleidooi voor afschaffing van het begrip angstcultuur. Wat mij betreft pleiten zij juist voor handhaving van het begrip, en wanneer medewerkers binnen een organisatie daarvan spreken, dat serieus te nemen en te onderzoeken. Wel is ‘intimidatiecultuur’ misschien een geschiktere term.

Laat mensen melding blijven maken van hun angst. Dan kan vervolgens onderzocht worden of de bron bij henzelf ligt (is niet uit te sluiten) of dat de organisatiecultuur wel degelijk angst genereert. Inderdaad met hoor en wederhoor en zonder ‘trial by media’.

Het is niet zo ingewikkeld: ga ook (of juist) in hiërarchische relaties met respect en vriendelijkheid met elkaar om: hard voor de zaak, zacht voor de relatie. Kost niks (wellicht wat training voor leidinggevenden) en levert ook nog iets op: meer werkplezier, meer productiviteit, minder verloop en minder ziekteverzuim. Win-win, om toch maar een modieuze term van stal te halen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next