Mensen zonder migratieachtergrond kunnen er maar beter mee leren omgaan dat zij in veel steden hun meerderheidspositie kwijt zijn, vindt socioloog Maurice Crul. ‘Wie leert te integreren in een diverse omgeving zal tot de winnaars van de samenleving behoren.’
is verslaggever bij de Volkskrant en schrijft over polarisatie en radicalisering.
Maurice Crul (65) moest even slikken toen hij die ochtend in 2017 de Volkskrant opensloeg. In een aflevering van Sigmund, de dagelijkse strip over een cynische psychiater die weinig opheeft met zijn patiënten, figureerde ditmaal een hoogleraar met een baardje en een bril. ‘In steeds meer grote steden zijn autochtone Nederlanders een minderheid’, zei hij. ‘Dus nu moeten zij integreren en zich aanpassen.’
Twee plaatjes verder werd de hoogleraar door dokter Sigmund, die zijn verhaal met een minzaam ‘aha’ had aangehoord, met een pistool van zijn stoel geschoten. Waarna de psychiater verzuchtte: ‘Professor, dat stelde vroeger toch echt wel iets voor.’
Goed, het was maar een strip. Toch was Crul, hoogleraar sociologie aan de VU in Amsterdam, not amused. Het was hem immers wel duidelijk op wie dat omvergeknalde personage was gebaseerd. Nog diezelfde week zegde hij zijn abonnement op de krant op.
Inmiddels is de wetenschapper wel gewend om onder vuur te worden genomen. De afgelopen jaren werd hij meermaals het mikpunt van columnisten in kranten en tijdschriften, vooral ter rechterzijde van het politieke spectrum. Op sociale media werd hij voor ‘NSB’er’ uitgemaakt, weblog Geenstijl bestempelde hem tot ‘hoogleraar vooroorlogse capitulatie’. Na interviews in Duitsland ontving hij zelfs een intimiderende e-mail van een neonazistische militie. ‘Gelukkig duurt die woede meestal maar een dag of twee’, zegt Crul. ‘Dan hebben dit soort types weer iemand anders gevonden om boos op te worden.’
Dat hij het nogal eens moet ontgelden, heeft alles te maken met een vrij gevoelig standpunt dat de socioloog al enige tijd over het voetlicht probeert te brengen: mensen zonder migratieachtergrond kunnen er maar beter mee leren omgaan dat zij in veel steden hun meerderheidspositie kwijt zijn.
Kijk maar naar de cijfers, zegt Crul, die zich sinds medio jaren negentig verdiept in integratievraagstukken. In Amsterdam en Rotterdam is nog slechts zo’n 40 procent van de populatie van Nederlandse komaf. Bij kinderen onder de 15 ligt dat aandeel nog 15 procentpunt lager.
Die ontwikkeling is onomkeerbaar, meent de hoogleraar. En dus doen mensen zonder migratieachtergrond er volgens hem verstandig aan om mee te bewegen met deze nieuwe werkelijkheid. ‘Integratie in diversiteit’, noemt hij dat.
Anders dan zijn critici ziet hij dit niet als een nederlaag voor wat in sommige kringen ‘onze eigen bevolking’ wordt genoemd. Crul denkt liever in termen van winst. ‘Wie leert te integreren in een diverse omgeving’, is zijn overtuiging, ‘zal tot de winnaars van de samenleving behoren.’
Hij beroept zich daarbij op een uitvoerig onderzoek waaraan hij tussen 2017 en 2023 leidinggaf, verricht door een internationaal team van wetenschappers onder drieduizend inwoners van Amsterdam, Rotterdam en vier andere Europese steden waar zich een vergelijkbare demografische verschuiving heeft voltrokken: Antwerpen, Hamburg, Malmö en Wenen. Uit die studie blijkt dat mensen zonder migratieachtergrond die zich in min of meerder mate hebben aangepast aan de veranderende bevolkingssamenstelling, een veel sterker gevoel van welzijn en veiligheid ervaren dan zij die zich ertegen verzetten. En dat het opvallend genoeg lang niet alleen progressieve hoogopgeleiden zijn die deze adaptieve houding hebben aangenomen.
De resultaten van het onderzoek verwerkte Crul in het onlangs verschenen boek Samenleving van minderheden, dat hij schreef met vakgenoot (en tevens zijn echtgenote) Frans Lelie, die ook bij de studie betrokken was.
‘Politieke ideologie speelt in het boek geen rol’, benadrukt de hoogleraar. ‘We hebben ons puur gericht op de vraag: hoe kunnen mensen op een alledaags niveau op een prettige manier met elkaar samenleven? Met onze bevindingen denken we een uitweg te kunnen bieden uit de polarisatie, ook voor mensen die niet enthousiast zijn over diversiteit.’
Een belangrijk uitgangspunt in uw boek is dat migratie niet te stoppen is. Veel mensen denken daar anders over, zo bleek ook bij de Tweede Kamerverkiezingen.
‘Rechts-populistische partijen beloven hun kiezers dat zij migratie kunnen beheersen, maar dat is een idee-fixe. Migratiestromen worden vooral bepaald door bedrijven die gebruikmaken van arbeidsmigranten en door mensen die op zoek gaan naar een beter leven. Dat is altijd zo geweest en door het groeiend aantal mogelijkheden voor mobiliteit zal zich dat alleen maar versneld voortzetten.
‘Neem Engeland, daar hebben ze sinds de Brexit nog nooit zulke hoge immigratiecijfers gezien als nu. In Nederland beloofde het kabinet-Schoof het strengste asielbeleid ooit, toch nam het aantal asielzoekers nauwelijks af. Ook in Hongarije en Italië blijken de rechts-populistische regeringen niet zomaar een einde te kunnen maken aan migratie. En zelfs als een land of continent erin zou slagen om tijdelijk minder immigratie af te dwingen, dan zal door de geboorte van nakomelingen van migranten de diversiteit blijven stijgen.’
Hier hebben PVV, JA21, Forum voor Democratie en BBB hoge verwachtingen van een remigratiebeleid. Hoe denkt u daarover?
‘Nog los van de morele bezwaren die je ertegen kunt hebben, omdat het associaties wekt met de deportatie door de nazi’s, is het nogal onrealistisch. Er zijn in het verleden al diverse remigratieprojecten geïnitieerd. Marokkaanse Nederlanders werden bijvoorbeeld, in samenwerking met Marokkaanse organisaties, gestimuleerd om in hun land van herkomst een bedrijf op te zetten en zo een nieuw bestaan op te bouwen. Daar bleek amper animo voor.’
Sommige radicaal-rechtse stemmen, zoals techmiljardair Elon Musk en Telegraaf-columnist Wierd Duk, stellen dat Europeanen zonder migratieachtergrond meer kinderen op de wereld moeten zetten om te voorkomen dat migranten de overhand krijgen.
‘Ook dat voorstel staat ver af van de realiteit. Wereldwijd, van Nederland tot Japan, lopen de geboortecijfers terug. Mensen kiezen vooral om economische redenen voor kleinere gezinnen. Het is onwaarschijnlijk dat politieke motieven dat patroon zullen doorbreken.’
Ook links heeft geen sterk verhaal over migratie en diversiteit, betoogt u in uw boek. Wat schort eraan?
‘Op links heerste decennialang de gedachte dat je vooral veel over diversiteit moet praten. Dus werden er voorlichtingscampagnes gelanceerd en festivals georganiseerd waarbij de diversiteit werd gevierd met gerechten uit verschillende culturen. Wie de reële problemen van de multiculturele samenleving probeerde aan te kaarten, werd al snel voor racist versleten. Dat alles heeft de polarisatie alleen maar vergroot.
‘Ook nu mensen zonder migratieachtergrond in steeds meer steden tot een van de minderheidsgroepen zijn gaan behoren, hebben linkse politieke partijen en middenpartijen nauwelijks iets constructiefs te zeggen over hoe we die groepen plezierig met elkaar kunnen laten omgaan. Vaak komen ze niet verder dan het fel verwerpen van het anti-immigratiediscours. Of ze nemen het deels over en roepen ook ineens dat er grip moet komen op migratie. Maar een echt alternatief voor het rechts-populisme, dat vooral op gemeentelijk niveau tot uiting zou moeten komen, bieden ze niet. Zelfs in het partijprogramma van D66, dat de verkiezingen won met de slogan ‘Het kan wél’, lees je er amper iets over terug.’
Volgens u ligt de toekomst bij ‘integratie in diversiteit’. Wat houdt dit in de praktijk in voor mensen zonder migratieachtergrond?
‘Het voornaamste verschil met de oude definitie van integratie is dat zij ook een aandeel zullen moeten leveren. Ze zullen een sensitiviteit voor hun omgeving moeten ontwikkelen en er rekening mee houden dat niet iedereen hetzelfde is.’
Een deel van Nederland zal hierop meteen zeggen: ‘Denk maar niet dat ik me ga aanpassen.’
‘Waar het om gaat, is dat je je leert openstellen voor de ander. Zo kunnen betekenisvolle relaties ontstaan. Dat zal aanvankelijk misschien moeizaam gaan, maar gaandeweg zal blijken dat het je iets oplevert. Je buurman met een migratieachtergrond groet je terug als je elkaar tegenkomt in het trappenhuis, je maakt een keer een praatje, en samen zorg je ervoor dat de sfeer in het portiek goed blijft. Soms kunnen daar zelfs vriendschappen of relaties uit ontstaan. Ons onderzoek wijst uit dat mensen die dit soort contacten over etnische groepsgrenzen heen hebben, zich meer gezien voelen, en zich daardoor ook fijner en veiliger voelen in hun wijk.’
Maar wat nu als je buurtgenoten intolerante opvattingen hebben over vrouwen en lhbti’ers? Moet je die dan maar accepteren om de sfeer goed te houden?
‘Nee, openstaan voor de ander betekent niet: tolerant zijn voor intolerantie. Betekenisvolle relaties maken het wel makkelijker om iemand daarop aan te spreken. In de steden die wij hebben onderzocht, zagen we dat vrouwen die diversiteit als een verrijking beschouwen, vooroplopen in het benoemen en bestrijden van intolerant gedrag door mensen met een migratieachtergrond. Dat staat haaks op de bewering van rechts-populistische partijen dat die progressieve groep zou capituleren voor bijvoorbeeld de ortodoxe islam.
‘Overigens constateerden we tegelijkertijd dat mensen die diversiteit afkeuren vaak ook conservatieve ideeën hebben over man-vrouwverhoudingen. Op dat punt hebben juist zij dus iets gemeen met conservatieve moslims.’
Feit blijft dat vrouwen en lhbti’ers regelmatig op straat worden lastiggevallen door jonge mannen met een migratieachtergrond. Dat nodigt niet echt uit tot integreren.
‘Van de vrouwelijke deelnemers aan ons onderzoek zei 14 procent het afgelopen jaar te zijn geconfronteerd met beledigingen op straat. Onder lhbti’ers lag dit percentage ongeveer gelijk. In beide gevallen kwamen de daders overwegend uit andere etnische groepen. Toch wijst het merendeel van deze ondervraagden diversiteit niet in algemene zin af. Omdat ze vrienden, collega’s of partners met een migratieachtergrond hebben, willen ze geen groepen over een kam scheren. Die incidenten hebben daardoor geen blijvende negatieve invloed op hun gevoel van veiligheid.’
Wie denkt dat het vooral een elitaire bezigheid is, integreren in diversiteit, wordt door Crul gecorrigeerd. In de steden die zijn team bestudeerde, blijken praktisch opgeleiden zonder migratieachtergrond namelijk veel vaker een gemengde vrienden- en kennissenkring te hebben dan hun medebewoners met een hbo- of universitair diploma. Ze nemen ook vaker deel aan buurtactiviteiten die mensen uit verschillende etnische groepen samenbrengen. Volgens Crul is dat te verklaren doordat praktisch opgeleiden relatief vaak zijn opgegroeid in buurten die al divers waren door de arbeidsmigratie van de jaren zestig en zeventig. Daarnaast hebben ze vaker banen waarbij ze samenwerken met collega’s met een migratieachtergrond.
‘Een andere opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is dat van de geïnterviewden die in algemene zin negatief oordelen over diversiteit, ongeveer de helft in de praktijk wel positieve contacten heeft met buurtgenoten, ouders van school of collega’s met een migratieachtergrond. Twee derde van hen heeft zelfs woorden uit een andere taal geleerd om met hun buren te kunnen communiceren. ‘Deze mensen hebben een pragmatische manier gevonden om met diversiteit om te gaan’, zegt Crul. ‘Zij voelen ook wel aan dat het leven er niet leuker op wordt als je je Turkse buurman elke dag met een boze blik voorbijloopt.’
Hoe kunnen beleidsmakers hun voordeel doen met dit gegeven?
‘Ze moeten deze pragmatische groep vooral niet op één hoop gooien met mensen die diversiteit afwijzen en daar ook naar handelen. De pragmatici kun je op een andere manier aanspreken. Je moet tegen hen ook niet beginnen over de zegeningen van de multiculturele samenleving, maar je kunt ze wel betrekken bij activiteiten die het samenleven bevorderen waaraan ook buurtgenoten met een andere afkomst deelnemen. Denk aan veegacties of initiatieven om de veiligheid in de wijk te verbeteren.
‘Gemeenten zouden dat soort gezamenlijke projecten sowieso veel meer moeten aanmoedigen. Mensen met een migratieachtergrond willen namelijk evengoed een schone en veilige buurt, ook al zet populistisch-rechts hen vooral weg als de veroorzakers van alle problemen.’
In uw boek schrijft u uitgebreid over de diverse wijk in Amsterdam-West waar u zelf al dertig jaar woont. Wilde u daarmee ook de kritiek voorkomen: weer zo’n typische hoogleraar die niet weet wat er werkelijk leeft in zo’n omgeving?
‘Nee, het leek ons vooral relevant om te benoemen dat onze ervaringen sterk afwijken van wat je doorgaans in de krant leest over dit soort buurten. De media komen daar namelijk vaak alleen kijken als zich net een incident heeft voorgedaan, waardoor het lijkt alsof we op een rokend kruitvat leven dat elk moment kan ontploffen. En ja, ook bij ons is er soms criminaliteit en op oudejaarsnacht worden er meer cobra’s afgestoken dan elders. Maar voor de bewoners is dat niet wat onze buurt karakteriseert. Dan zijn de onderlinge interacties op straat, en die zijn over het algemeen heel positief.’
Welke andere mogelijkheden ziet u om het samenleven te stimuleren in steden waar de bevolkingssamenstelling zo sterk is veranderd?
‘Beleidsmakers zouden de openbare ruimte zo moeten inrichten dat mensen elkaar makkelijk ontmoeten, bijvoorbeeld in speeltuinen, parken of koffietentjes. En ze zouden zich bij elk besluit moeten afvragen: gaat dit het samenleven bevorderen of juist niet? Zeker van linkse gemeentebestuurders zou je dat mogen verwachten.
‘In mijn eigen buurt, Westerpark, is een voetbalvereniging gevestigd waar ouders van allerlei afkomsten hun kinderen langs de lijn staan aan te moedigen. Maar de gemeente wil nu woningen gaan bouwen op het terrein, waardoor de vereniging moet verhuizen naar een locatie buiten de ring. Goede kans dat veel witte ouders hun kind dan zullen overplaatsen naar een club waar vooral andere witte kinderen voetballen. Dat zouden beleidsmakers niet moeten willen.’
Welke problemen voorziet u voor mensen zonder migratieachtergrond als zij niet leren omgaan met diversiteit?
‘Ze kunnen het lastig gaan krijgen op hun werk. Want het zal binnen bedrijven steeds normaler worden om samen te werken in diverse teams. Ik zie dat nu al vaak misgaan op mijn universiteit. Studenten zonder migratieachtergrond hebben geregeld aanvaringen omdat ze ongepaste opmerkingen maken tegen medestudenten met een andere afkomst. Dat is wat er kan gebeuren als je je hele jeugd op witte scholen hebt gezeten, omdat je ouders zogenaamd het beste voor je wilden.
‘Op buurtniveau kunnen mensen geïsoleerd raken als ze zich blijven verzetten tegen diversiteit. In ons onderzoek zagen we dat degenen die dat verzet actief uitdragen daaraan een zekere identiteit lijken te ontlenen, terwijl die houding hun geen extra woongenot oplevert en hen heel vaak in conflicten doet belanden. Deze mensen laten zich dus leiden door het rechts-populistische narratief, maar betalen daar in de praktijk een hoge prijs voor.’
Ondertussen wordt er in heel Europa massaal gestemd op rechts-populistische partijen. Is uw perspectief op integratie niet te veel gestut op wensdenken?
‘Ik denk het niet. We bevinden ons in een fase waarin mensen zonder migratieachtergrond zich beginnen te realiseren dat ze het niet meer automatisch voor het zeggen hebben. Dat leidt tot angst en weerstand, waarvoor partijen als de PVV ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen aandragen. Maar voor nieuwe generaties zal het steeds vanzelfsprekender zijn om in diversiteit op te groeien. Er komen ook steeds meer gemengde relaties. En linkse partijen zullen vroeg of laat de moed moeten opbrengen om te zeggen dat er bij diversiteit ook veel te winnen valt. Misschien ben ik te optimistisch, maar ik denk dat we op een kantelpunt staan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant