’s Werelds grootste techbeurs, de CES in Las Vegas, stond deze week in het teken van robotica. AI-techreuzen als Nvidia gooien hun gewicht in de strijd bij de ontwikkeling van slimme, veelal mensachtige robots. Onthoud vooral de term ‘fysieke AI’.
schrijven voor de Volkskrant over kunstmatige intelligentie.
Hij is 1 meter 90, heeft gewrichten die volledig om hun as draaien en tilt met gemak tientallen kilo’s zonder een greintje rugpijn. En als-ie na een paar uur moe dreigt te worden? Dan verwisselt hij zelf even zijn batterij.
Volgens robotbedrijf Boston Dynamics kan deze nieuwe ‘mensachtige’ robot op grote schaal fabrieks- en magazijnmedewerkers vervangen. Over drie jaar wil het bedrijf er tienduizenden per jaar produceren. Een gelikt promofilmpje illustreert hoe een aantal van deze robots soepel het geraamte van een auto in elkaar zet.
Atlas, zoals de robot heet, was deze week een van opzienbarendste nieuwigheden bij de Consumer Electronics Show (CES), de grootste techbeurs ter wereld. Meer dan 100 duizend bezoekers vergaapten zich hier, in Las Vegas, aan de laatste innovaties: van immer strakker opvouwbare beeldschermen tot een draagbare detector van voedselallergenen.
Succes is voor deze gadgets allesbehalve gegarandeerd, maar de CES laat wel zien waaraan de techindustrie werkt. Het buzzword van dit jaar: ‘Fysieke AI.’
Dat kunstmatige intelligentie de beursvloer domineerde, zal niemand verbazen. Soms tot vervelens toe: wat een paar jaar geleden nog ‘smart’ heette, krijgt nu vaak het label ‘AI’. De beursvloer in Las Vegas was vergeven van de AI-gezondheidstrackers, AI-brillen, AI-koffiezetapparaten en AI-vogelhuisjes. ‘Alles is tegenwoordig AI, dus niets is AI’, zei een analist erover tegen het technologietijdschrift Wired.
Toch was er ook een substantiële ontwikkeling zichtbaar. Nu AI de menselijke taal en het genereren van plaatjes redelijk onder de knie heeft, is het wat grote techbedrijven betreft tijd voor een nieuwe stap: AI de fysieke wereld binnenloodsen. Bijvoorbeeld in de vorm van (betere) zelfrijdende auto’s en slimme robots als Atlas.
De ontwikkeling van ‘fysieke AI’ is niet nieuw. Maar deze week maakte Jensen Huang, bestuursvoorzitter van Nvidia, voor het oog van de wereld duidelijk dat zijn bedrijf zijn volle gewicht (en miljarden) ertegenaan gooit.
Het waardevolste bedrijf ter wereld vervult momenteel een spilfunctie in de AI-industrie. Bedrijven als Google, OpenAI en Meta stoppen hun datacenters vol met de gespecialiseerde AI-chips van Nvidia. In een keynotespeech op CES zette Huang uiteen dat zijn bedrijf ook onmisbaar wil worden in de ontwikkeling van chips en modellen voor AI-robots en -voertuigen.
Volgens Huang is ‘het ChatGPT-moment’ voor fysieke AI nabij: het moment waarop modellen zichzelf leren omgaan met de soms onvoorspelbare fysieke wereld. Dat ze weten dat een gordijn meebeweegt en een muur niet, dat een sprintende kat zomaar van richting kan veranderen, en een remmende vrachtwagen op een glad wegdek nog een eind doorschuift. Kennis waardoor een kunstmatig intelligente robot of auto ook in nieuwe, onverwachte situaties goed kan handelen.
Om zijn boodschap kracht bij te zetten, presenteerde Huang een heel leger nieuwe robots van uiteenlopende robotfabrikanten, voorzien van de AI-chips en -software van Nvidia. Atlas van Boston Dynamics was er een van.
Bij Huang op het podium stonden onder meer een chirurgierobot en grote mijnbouwvoertuigen die (deels) autonoom hun werk moeten gaan doen. Tot de verbeelding spreekt CLOiD van LG. Deze vriendelijk ogende robot met een torso op wielen moet allerhande huishoudelijke taken kunnen uitvoeren: van een croissant in de oven doen tot de wasmachine vullen.
Of neem Onero H1 van Switchbot, ook een humanoïde robot op wieltjes. Een video van het bedrijf toont onder meer hoe het apparaat een ontbijtje klaarmaakt, een koffiezetapparaat vult, ramen lapt en kleding opvouwt.
Zo’n slimme, menselijk ogende robot die helpt in het huishouden: daar benadert de werkelijkheid de sciencefictionfilms. Het is ‘de droom’ van de AI-industrie, zegt Koen Hindriks, hoogleraar interactieve robotica aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zelf is hij er sceptisch over.
Dat taalmodellen en spraakherkenning de afgelopen jaren zo sterk zijn verbeterd, maakt al een enorm verschil voor robots die commando’s moeten begrijpen of moeten terugpraten, zegt hij. ‘Maar zelfs dat loopt nog niet altijd soepel. We hebben in de lobby van mijn universiteitsgebouw een robot die de weg wijst. Laatst vroeg iemand naar het restaurant, dat we niet hebben. Toch blufte die robot dat er op de eerste verdieping een restaurant zit.’
En dan te bedenken dat een robot die de weg kent en soepeltjes allerlei voorwerpen kan oppakken nog een compleet ander verhaal is, aldus Hindriks. ‘Robotbedrijven maken prachtige filmpjes, maar die staan vaak ver af van de werkelijkheid.’
Techbedrijven weten de belofte van zelfrijdende auto’s al jaren niet waar te maken, terwijl het verkeer nog een relatief overzichtelijke situatie is, zegt hij. ‘De variatie in woningen is nog vele malen groter.’
Een van de grootste beperkingen voor AI-bedrijven is het gebrek aan data uit de fysieke wereld. Nvidia wil dat mede oplossen door de werkelijkheid virtueel na te bootsen, zodat AI-modellen zichzelf in de computer kunnen klaarstomen voor de werkelijkheid.
Daarmee kun je een eind komen, maar hoe dicht een computermodel de werkelijkheid ook benadert, het is nooit helemaal hetzelfde, aldus Hindriks. ‘We werken zelf ook aan dergelijke simulaties. Telkens blijkt het gat met de realiteit weer te groot, zelfs bij eenvoudige taken.’
Producten als LG’s huishoudrobot CLOiD zijn dan ook mede bedoeld om data te vergaren in de fysieke wereld, denkt Vanessa Evers, hoogleraar robotica aan de Universiteit Twente en directeur van het Centrum Wiskunde en Informatica. ‘Ondanks de hoge prijzen maken de bedrijven erachter er waarschijnlijk verlies op. Je zult zien dat gebruikers ook in dit geval met hun data betalen.’
Ze benadrukt eveneens hoe complex de stap naar de fysieke wereld is. ‘Een taalmodel moet de 26 letters uit ons alfabet kennen. De variatie in een keuken is vrijwel oneindig.’
Aan de andere kant, zegt ze, gaat de ontwikkeling van fysieke AI harder dan veel experts een jaar geleden nog hadden voorzien. Inmiddels slagen modellen er aardig in om op basis van bewegend beeld zelf in te schatten hoe de daaropvolgende videobeelden eruitzien: dat voorspellende vermogen is belangrijk om zonder kleerscheuren rond te bewegen. De snelle ontwikkelingen maken het volgens Evers lastig inschatten hoe ver robots het de komende jaren zullen schoppen.
Als CES dit jaar iets duidelijk maakte, is het dat robots een nieuw strijdtoneel vormen voor techbedrijven die vechten om dominantie op gebied van AI. Nvidia heeft concurrentie. Boston Dynamics kondigde namelijk óók een samenwerking met Google aan. Sommige exemplaren van robotmens Atlas en robothond Spot krijgen een speciaal voor robotica ontworpen variant van Google’s AI-model Gemini aan boord. Dit model moet de robots helpen om de fysieke wereld in kaart te brengen en te interpreteren.
Hoogleraar Hindriks verwacht vooral nuttige toepassingen voor dergelijke robots in specifieke omstandigheden, waar de variatie binnen de perken blijft. Hij ziet eerder voor zich dat Atlas in de gecontroleerde omgeving van fabrieken aan de slag gaat dan dat er massaal robotbutlers gaan staan strijken en ramen lappen.
Zijn scepsis daarover heeft niet alleen technische redenen. Hindriks betwijfelt of mensen wel zin hebben in een dure mensachtige robothulp in huis, die met name de eerste jaren waarschijnlijk ook in de weg loopt. Dan gaat het nog niet eens over de privacyvragen die een datavergarende huisgenoot oproept.
Het succes van robotstofzuigers is veelzeggend, vindt hij. Deze automatisch rondrijdende schijven ter grootte van een pizza maken zich al jaren nuttig in talloze huishoudens, juist omdat ze zich − lekker overzichtelijk − op een specifieke taak kunnen richten. ‘Dat is toch veel logischer dan een humanoïde robot die achter een stofzuiger aanloopt?’
Interactieve Lego
Speelgoedfabrikant Lego veroverde deze week de harten van menige gadgetliefhebber met zijn zogeheten Smart Brick: een Legoblokje dat is uitgerust met verlichting, een speaker en sensoren die beweging en afstand registreren. Dit moet legobouwwerken tot leven wekken. Als zo’n slim blokje bijvoorbeeld in een helikopter wordt aangebracht, bootst hij het zoemende geluid van draaiende rotorbladen na. Onduidelijk is nog of deze computersteentjes naar Europa komen.
Urine-analyserende wc
Een terugkerend thema op CES is het slimme toilet. Dit jaar presenteerde Vovo, dat zich richt op hulpbehoevende ouderen, een app die familieleden waarschuwt als de seniore eigenaar gedurende tien uur geen gebruikmaakt van het toilet. Een ingebouwde sensor voor urineanalyse maakt bovendien ‘realtime gezondheidsmonitoring’ mogelijk. De resultaten zijn te zien op een monitor aan de muur in de badkamer. Kosten: minimaal 5000 euro.
Opvouwbare apparaten
Een andere trend die al een paar jaar aanhoudt, is die van de oprolbare, uittrekbare en opvouwbare schermen. Dit jaar trok vooral Samsung de aandacht met zijn Galaxy Z trifold, een tablet die zich in drieën laat vouwen tot een mobieltje. Van een geheel andere orde is de hoofdtelefoon van nieuwkomer TDM: die is in een paar stappen op te vouwen tot een draadloze speaker.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant