Home

Ook Groenland weet dat de internationale rechtsorde altijd al van bordkarton was

is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.

Eén keer heb ik Groenland bezocht, een kwarteeuw geleden. Het was er ijzig en buitenaards mooi. In het water dreven ijsbergen, op het land hingen vissen te drogen, binnen aten ze rendiervlees. Op het orgel speelde de Groenlandse premier Deense liederen in een knusse woonkamer waarin alle notabelen van het hele land pasten. Een dichter, tevens chauffeur, gids en assistent van de minister-president, gaf me een dichtbundel in het Kalaallisut waar de verlatenheid vanaf druipt.

Ik noteerde alles ernstig in een opschrijfboekje want ik was vanuit Brussel met een plukje EU-journalisten naar Nuuk gebracht om verslag te doen van de Groenlandse strijd voor een eerlijk visserijverdrag met de Europese Unie, en van vis wist ik alleen dat hij graten heeft.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Van de Groenlanders heb ik onthouden dat het eigenzinnige eilandbewoners zijn. Het land verliet in 1985 al via moederland Denemarken (de voorloper van) de Europese Unie vanwege een conflict over vis, is het de EU met genoegen lang moeilijk blijven maken in onderhandelingen over visrechten voor werkloze Europese vissers in de rijke Groenlandse wateren, en was pragmatisch genoeg om zich blijvend fors te laten betalen door Denemarken, dat in de koloniale tijd nogal tekeer is gegaan op het eiland.

In mijn aantekeningen staat dat Groenlanders walvisvlees rookten en dat ik het niet lekker vond. Dat ze hun hoop vestigden op olie en andere rijkdommen, omdat ze ook eens van die verdomde vis af wilden. Dat ze losser van Kopenhagen wilden. Dat ze vol smart wachtten op erkenning voor Deense misdaden uit het verleden, zoals gedwongen anticonceptie bij Inuit-meisjes in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.

Het is uiteraard een gotspe, verschrikkelijk, afschuwelijk, ongekend, heel erg et cetera et cetera dat Donald Trump een kwarteeuw later zijn begerige handen uitstrekt naar Groenland, maar een zegen voor de Groenlanders is het ook. Weinig wakkert de hartstocht zo aan als dreigend verlies, dus kwamen er afgelopen jaar pas plots Deense excuses voor de systemische achterstelling van Inuit, en worden Groenlandse zorgen en wensen aanzienlijk serieuzer genomen.

Met een beetje handig onderhandelen, zoals ze dat vroeger deden met de visrechten, kan Groenland er vast nog meer uitslepen bij de Denen. Want de Groenlanders weten wat alle niet-Westerse volkeren weten: van die vermaarde ‘internationale rechtsorde’, waar je de laatste tijd zoveel over leest en hoort, zullen ze het niet moeten hebben. Die is altijd al van bordkarton geweest, getuige de bloedsporen die het Amerikaanse interventionisme al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw non-stop trekt door Latijns-Amerika, Afrika, Azië en het Midden-Oosten.

Sinds deze week is de formele lijn van het Nederlandse kabinet dat het zich ‘afvraagt of het internationale recht geschonden is’ met de ontvoering van de president van Venezuela. In de rest van de wereld vragen ze zich dat al een aantal decennia af.

In de rest van de wereld weten ze ook wat de Europese landen nog hardop moeten zeggen: geen enkele EU-staat zal soldaten sturen als Trump een vlag laat planten langs de Diskobaai. Voor Groenland rest duimen dat de Amerikaanse belangstelling op termijn overwaait.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next