Van een nog altijd mysterieuze band tot een uitgesproken filmische atmosfeer: dit zijn de beste albums van dit moment.
Na ruim drie jaar is er eindelijk het derde album van het Londense viertal Dry Cleaning. Meteen in het openingsnummer van Secret Love (★★★★☆) hoor je hoeveel rijker de klankkleuren in de muziek van Dry Cleaning geworden zijn. Er klinkt funk in door en elders worden folkelementen (mandoline, akoestische gitaar) uitvergroot. Zonder dat het mysterie in de nog altijd ongrijpbare teksten geweld wordt aangedaan. Lees de recensie.
Van film naar opera naar symfonie: de levenswandel van The Exterminating Angel Symphony (★★★★☆) van de Britse componist Thomas Adès. De symfonische samenvatting heeft een uitgesproken filmische atmosfeer, met donderende percussie en schallende koperblazers. Sardonisch dansen ze walsjes, wankelend marcheren ze zonder doel. Lees de recensie.
Hun stemmen klinken soms als die van chansonniers op leeftijd met een drank- en rookprobleem: rauw, hees en schraperig. Maar Peso Pluma en zijn neef Tito Double P zijn echt pas in de twintig, en twee van de grootste popsterren van Mexico. De songwriters hebben op hun eerste gezamelijke album Dinastía (★★★★☆) hun geluidsmix nog origineler gemaakt, door naast de solerende tuba’s en trombones ook nog vreemd zweverige koorzang te laten opstijgen. Lees de recensie.
De zwevende popmelodieën, de plekken die je voor je ziet, de weemoed, de wil om iets moois te maken van vroeger, de omfloerste zangstem: Rick de Gier klinkt solo op Vliegtuigsporen boven Houten (★★★★☆) in veel opzichten als zijn prachtband Ponoka, maar de voertaal is hier Nederlands. Je hóórt dat De Gier zichzelf als muzikant eindelijk weer eens van de riem heeft gelaten: liedjes, beats, synthesizers en woorden sprankelen je tegemoet. De Gier heeft Houten deze winter iets mooier gemaakt. Lees de recensie.
Als Oneohtrix Point Never maakt de Amerikaan Daniel Lopatin wonderlijke elektronische muziek, zijn muziek voor de film Marty Supreme (★★★★☆) is van een andere orde. De miniaturen zijn voor Lopatins doen zeer toegankelijk en onaards mooi, en laten je als luisteraar een eigen film beleven. De 23 tracks doen het geweldig zonder bijgeleverd beeld: de stukken hebben elk een uniek karakter, en herkenbare melodieën en haakjes die je na twee keer luisteren al niet meer uit je hoofd krijgt, en werken bij elkaar als een meeslepend album met een kop en een staart. Lees de recensie.
Voor Soundfont 1 (★★★★☆) leende jazsaxofonist Itai Weissman een houten dwarsfluit uit de collectie van het Amsterdamse Rijksmuseum, in de 17de eeuw gebouwd door Richard Haka. Alleen bij hoge uitzondering – hout slijt onder vochtige adem – mocht het instrument voor een opnamesessie worden bespeeld. Vanuit samples van die sessie blaast Weissman een muzikale tovertuin tevoorschijn: gekwetter, verre stemmen, iets orkestraals. Lees de recensie.
Xan Tyler (Londense te Glasgow) en Jonathan Brown alias Dusty Stray (Texaan te Amsterdam) houden hun folky duetten op Home (★★★★☆) klein en kaal. Akoestische gitaar, twee stemmen, tien bitterzoete liedjes over vergankelijkheid en nieuwe beginnetjes. Bij Dusty Stray klinken liedjes vol pijn en verlangen altijd licht en lucide. Lees de recensie.
The Art of Letting Go (★★★★☆) mag gerust tot de sterkste Nederlandse jazzalbums van 2025 worden gerekend. De breed uitgesponnen composities vermijden elk cliché, elk stuk sprankelt van de ideeën. Misschien wel het mooist is het samenspel in Lament & Consolation, dat uitmondt in een knappe trombonesolo van Vincent Veneman. Lees de recensie.
Debuutalbum Ironic Songs for a Sincere Generation (★★★★☆) van de Rotterdamse band Socks;SportsSocks bevat liedjes die ironisch, speels en ‘klein’ zijn, zélfs wanneer vrienden er met klarinet, sax, contrabas, viool en trompet een onnadrukkelijk barokke inkleuring aan geven. Het levert een debuut op om van te houden (zeker wanneer je van het werk van een antiheld als Mac DeMarco houdt) met liedjes over de beslommeringen van ‘gen Z’, in het bijzonder de financiële. Lees de recensie.
Het Ciconia Consort uit Den Haag heeft een verborgen plekje ontdekt in het repertoire voor strijkorkest: Franse muziek uit de jaren vijftig. Componisten als André Jolivet en Daniel-Lesur hielden vast aan prettig navolgbare melodieën en ritmen. Golden ze destijds als passé, bij nadere beluistering klinkt hun muziek zo gek nog niet. Het Scherzo is bijvoorbeeld een sproeifontein van licht en kleur. Lees de recensie.
De Fully Wrapped-versie van Kylie Christmas (★★★★☆) laat een fijne balans horen tussen het feest van weelderig warme folklorekitsch en de party van de dansvloer. Kerst en Kylie vloeien zelfs naadloos in elkaar over als de discodiva laat horen dat die kirrend hoge stem geknipt is voor de sexy doowop van klassieker Santa Baby. Lees de recensie.
Frohe Weihnachten zou de perfecte soundtrack zijn voor een All You Need Is Love-Kerstspecial. De koperblazers van de Berliner Philharmoniker spelen zeventien klassieke kerstnummers. Hun klank is zo mooi als je verwacht: romig, massief en loepzuiver. Mensen, kinderen, een sentiment dat hiervan afdruipt! Verrukkelijk. Lees de recensie.
De Old Crow Medicine Show is een bluegrass- en stringband uit Nashville, met een lange staat van dienst en een hang naar kerstrepertoire. Veel versleten klassiekers, zoals Holly Jolly Christmas, ontaarden op OCMS XMAS (★★★★☆) bij de razendsnelle uitvoeringen op viool, tuba, banjo en een brakke barpiano in een bacchanaal, waarbij je je zelf even op een feest bij een trailerpark waant. Lees de recensie.
De episodische muziek op Humperdinck: Das Mirakel (★★★★☆) is buitengewoon gevarieerd en zo beeldend dat ze onmiddellijk aanspreekt. Sprookjesachtige arpeggio’s worden afgewisseld met wagneriaanse onstuimigheid, innemende kinderkoren met glanzend georkestreerde koralen en vrome gebeden met verlokkelijke balletmuziek. Een klein wonder op zich. Lees de recensie.
De Zweedse folkzangeres Sofia Talvik weet winterse knusheid en zeer persoonlijk sentiment te bezingen op haar album Wrapped in Paper (★★★★☆), bij een paar verplichte maar originele covers, maar vooral veel bijzonder eigen werk. Haar stem, zuiver maar niet overdreven versierd, dwarrelt naast haar eigen tokkelwerk en een steelgitaar. Lees de recensie.
De bekroonde closeharmonygroep Chanticleer uit San Francisco schakelt moeiteloos van gregoriaans naar pop en alles daartussen. Op dit album (★★★★☆) steken de twaalf mannen vertrouwde kerstliederen in een glimmend nieuw jasje. De vindingrijke arrangementen kruiden hun gesatineerde samenklank met onverwachte dissonanten en verrassende tempi. Lees de recensie.
Het beroemde rhythm-and-blueslabel Chess is decennia geleden opgedoekt en opgegaan in Universal. Daarom is het wel zo leuk dat er nu het verzamelalbum The Chess Records Christmas Album (★★★★☆)is uitgekomen met liedjes van artiesten die pakweg zeventig jaar geleden al het kerstgevoel op vinyl vastlegden. In het seizoen waarin Mariah Carey en Wham net zo alomtegenwoordig zijn als God, is het goed om Chuck Berry in Run Rudolph Run te horen zingen dat ‘all I want for Christmas’ ‘a rock-’n-roll electric guitar’ is. Lees de recensie.
Alle lof voor Wild God, het vorig jaar verschenen album van Nick Cave & The Bad Seeds, maar het is er toch een die je niet zo vaak opzet, zeker niet na zijn verpletterende concerten in de Ziggo Dome een jaar geleden. De liedjes hadden allemaal live veel meer overtuigingskracht dan in de soms wat fletse en een enkele keer zelfs wat kitscherig geproduceerde studioversies. Alleen daarom al is het nu verschenen live dubbelalbum Live God (★★★★☆) een goed idee. De drie liedjes aan het begin van die concerten en ook dit album, laten Cave op z’n allerbest en meest verheffend horen. Lees de recensie.
Het was lang wachten op nieuw werk van het duo Voices from the Lake. Ieder afzonderlijk zijn Donato Dozzy en Neel schatbewakers van de verzorgde Italiaanse techno. Ook op dit tweede Voices from the Lake-album II (★★★★☆) wordt je gehoor in de watten gelegd. Sierlijke en uiterst toegankelijke muziek, waarop je eigenlijk alleen kunt aanmerken dat die misschien net iets té behaaglijk is. Lees de recensie.
Bij de eerste noten van Pur ti miro (★★★★☆) word je een geluidswereld ingezogen van roestbruine, zich verdrietig voortslepende strijkstokken op lage snaren. Dan klinkt er een nasaal en scherp geluid door, dat verrassend genoeg enorm ontroert. Het is de sheng, een Chinees mondorgel, van virtuoos Wu Wei. Lees de recensie.
Bij eerste beluistering van Blizzard (★★★★☆) is het vooral die stem waarover je je blijft verbazen, maar ook de liedjes zijn even moeilijk grijpbaar als boeiend. Niemand die precies weet wie Dove Ellis is, want interviews heeft hij nog niet gegeven. Hij deed sporadisch wat optredens en platenmaatschappijen zouden voor hem in de rij hebben gestaan. Logisch, want zijn elastische stem roept die van Jeff Buckley in herinnering, zeker wanneer hij met falset de hoogte in gaat. Lees de recensie.
Kamerensembles zijn perfect voor het maken van interessante geluidslandschappen. Precies dat doet José Luis Hurtado op zijn album Star Trail (★★★★☆). Melodieën, akkoorden en ritmes zijn er niet. Wat Hurtado doet, lijkt eerder op het vullen van een terrarium met takken en rotsen. Dat klinkt abstract, en dat is zijn muziek ook. Lees de recensie.
Het coming of age-album Andere Man (★★★★☆) van Ares is een ambitieus zelfportret over vallen, opstaan, liefde, de depressie waarmee hij kampte en de ‘nieuwe versie van mij’ die eruit oprees. Ares rapt, zingt en legt zijn ziel op tafel als een mannelijke S10. Aan het eind van de rit voelt het alsof je hem echt hebt leren kennen en weet je: de interessantste rappers zijn de kwetsbare. Lees de recensie.
Of Ton de Leeuw Nederlandse beste koorcomponist van de late 20ste eeuw was, vecht hij uit met Robert Heppener. Hoe dan ook treft de evocatieve, spirituele kracht van Cinq hymnes (★★★★☆). Le son des cloches invisibles (het geluid van de onzichtbare klokken) opent met mysterieus gefluister en geneurie. Een sjamaantrom wijst de weg naar La source de toute musique (de bron van alle muziek). Lees de recensie.
Ólöf Arnalds was ooit bandlid van Múm en de kans is aanzienlijk dat je haar al eens viool hoorde spelen op een IJslands popalbum, of op het podium zag bij, pakweg, Sigur Rós, Air of Nick Cave’s Grinderman. Als folkzangeres bracht ze vier albums uit tussen 2007 en 2014. Met Spíra (★★★★☆) pikt ze de draad weer op. Gelukkig, want die betoverende, hoge stem van kristal is veel te mooi om niet met de wereld te delen: een geluid dat uit vervlogen tijden tot ons lijkt te komen. Lees de recensie.
How You Been (★★★★☆) bevat dertien vrij korte bandimprovisaties die live tijdens zes optredens in vier steden zijn opgenomen. Daar is in de post-productie met knip- en plakwerk behoorlijk aan gesleuteld. De basis is vaak een pittig afrobeat- of krautrock-drumpatroon, samengevoegd met eenvoudige, dwingende basloopjes. Soms heel dansbaar, dan weer wat dromerig, maar altijd lijkt het vijftal op zoek naar nieuwe geluidscombinaties. Lees de recensie.
Wat meteen opvalt aan de live-opname van Einstein on the Beach (★★★★☆) door ensemble Ictus: mildere tempo’s en een moderner klankbeeld. Neem het deel Building: je hoort er de komst van dance en techno aan af. Of dat mag? De partituur laat de ruimte. En daarbij: als Einstein on the Beach een meesterwerk is, vindt elke tijd nieuwe diepten. Koptelefoon op en trippen dus, bij minimal music die op een raadselachtige manier ontroert. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant