Home

Na een week vorst en sneeuw moet Nederland lessen trekken over de eigen mentale weerbaarheid

Winterweer

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Niets werkt zo verbroederend als samen strijden tegen de elementen. De afgelopen week maakte wat dat betreft het beste los in Nederland. Hand in hand schuifelend over de spekgladde stoep op weg naar de supermarkt of de bakker. Massaal op de slee dijken en duinen afglijden. Stapvoets rijdend in de sneeuwjacht die vrijdag het noorden van het land teisterde. Gedwee – als een kudde makke schapen – en tevergeefs eindeloos trap-op-trap-af op menig treinstation, omdat de omroepborden beloven dat er over vijf minuten op spoor 3 nu dan echt wél een trein naar Amersfoort vertrekt. Sneeuwballengevechten op schoolpleinen en daarbuiten (met helaas een dodelijk slachtoffer). En overal dapper glibberende fietsers die elkaar vriendelijk toeknikken: hou vol, val niet! Er heerste de afgelopen dagen een vriendelijk soort gelatenheid, sfeervol omlijst door de prachtige beelden en de weldadige gedempte stilte  van een dik pak sneeuw.

Tegelijkertijd maakte de winterweek duidelijk dat Nederland niet meer toegerust lijkt te zijn om de boel draaiend te houden als de temperatuur even onder nul zakt en de neerslag blijft vallen. Duizenden geannuleerde vluchten op Schiphol, de hele week nauwelijks treinen of bussen, een (plaatselijk en tijdelijk) tekort aan strooizout en vliegtuigontijzingsvloeistof. Dagen achtereen Code Oranje met het dringende verzoek alleen de weg op te gaan als het echt niet anders kan. Scholen die de lessen van corona ter harte namen en de deuren sloten om op onlinelessen over te gaan, maar universiteiten die ondanks de onbereikbaarheid toch examens door lieten gaan. Supermarkten kampten met lege schappen omdat de distributieketen stokte. En op menig werkplek kwam het trauma van de covid-pandemie weer terug, met eindeloze online vergadersessies in Teams of Zoom. Tel daarbij op een paar ingestorte daken van sporthallen en andere bedrijfspanden en een verveelvoudiging van het aantal schademeldingen op de weg en de chaos is compleet.

Typisch Nederlands: bij zoveel nationaal leed wordt er direct een flinke portie zelfhaat over het land uitgestort. Wat dat betreft is Koning Winter net een Koning Voetbal: zo gauw het Nederlands elftal aftrapt, telt ons land 18 miljoen bondscoaches. En zo gauw de witte vlokken neerdalen over stad en platteland, telt Nederland ineens 18 miljoen weermannen en -vrouwen met evenzoveel meningen. Kijk nou eens naar de spoorwegen in een land als Zwitserland/Noorwegen/Zweden. Waarom rijden de treinen daar dan wel terwijl het daar altijd sneeuwt? Of: hoezo ligt alleen Schiphol plat? In Frankfurt/Parijs/Londen wordt wel gewoon gevlogen?

Die vragen zijn terecht en de klagers hebben een punt. Nederland is de winter domweg ontwend en dat is zorgelijk. De laatste periode van een paar dagen echt serieuze sneeuw dateert alweer van vijf jaar geleden, net als de laatste keer dat er sprake was van strenge vorst in De Bilt. Niet alleen burgers, ook overheden en bedrijven vergeten dan hoe het ook alweer moest, omgaan met ‘het weer’. En het helpt ook niet dat tegenwoordig iedere uitgevallen trein, geannuleerde vlucht of kop-staart-botsing direct online staat: #sneeuw #chaos.

De vraag is wat te doen? Moet Nederland zich na deze week weer serieus voorbereiden op meer  winters als deze en dus fors investeren in het vries- en sneeuwbestendig maken van de belangrijkste infrastructuur? En zo ja: wie gaat er dan opdraaien voor de vele miljarden aan kosten die dat jaarlijks met zich mee zal brengen? De trend in de economie was er de afgelopen decennia juist een van extreme kostenefficiency en just-in-time-management. Bedrijven die daar niet in mee konden gingen op de fles, alleen die de kosten het best in de hand hielden overleefden. Overheden versterkten deze trend door van (regionale) bus- en treinvervoerders tegen extreem lage vergoedingen stiptheidspercentages te eisen die zelfs in gunstige weersomstandigheden al nauwelijks haalbaar bleken. En Schiphol stelde de afgelopen jaren alles in het werk om een echte Europese hub te worden, met miljoenen overstappende passagiers per jaar tegen zo laag mogelijke kosten.

De prijs van die efficiency-slag werd deze week ineens gevoeld. Blijkbaar is het voor die regionale vervoerders nu veiliger én economisch verstandiger de dienstregeling helemaal te schrappen dan een paar bussen op de gok te laten rijden. Reizigers zouden afgelopen week op hun beurt juist geholpen zijn met af en toe een bus in de juiste richting. Datzelfde geldt voor de NS: de pogingen begin van de week te blijven rijden werden al snel gedwarsboomd door bevroren wissels. ProRail, de beheerder van het spoor, besloot juist deze winter om de helft van de in totaal 4.500 wisselverwarmers uit te zetten omdat dat op termijn een besparing van 100 miljoen op zou leveren. Het duurde vervolgens – mede door een paar data-fouten – te lang voordat een winterdienstregeling van kracht werd en er werd slecht over gecommuniceerd. Op Schiphol liepen de overstappers vast in het blokkerende systeem. De vele vliegtuigen die nodig waren om alle overstappers weer weg te laten vliegen, konden niet op tijd ijsvrij gemaakt worden.

Moet de just-in-time-economie dan maar omgebouwd worden naar een just-in-case-variant, een economie die op alles voorbereid is voor het geval dat? Dat zou te ver gaan en ook te veel kosten. De scherpste randjes van de hyperefficiency zouden echter wel ter discussie gesteld mogen worden. Iets meer vet op de botten, iets meer marge voor fouten of onverwachte tegenvallers maakt dat bedrijven andere afwegingen kunnen maken als de nood aan de man is.  Afwegingen die goed zijn voor het doorfunctioneren van de maatschappij en op korte termijn iets minder goed voor de portemonnee van de aandeelhouder.

De belangrijkste les die bedrijfsleven en overheid uit de afgelopen week moeten trekken is echter die van een betere communicatie. Reizigers snappen heus wel dat een dik pak sneeuw treinen en vliegtuigen stillegt, ze willen alleen weten waar ze aan toe zijn. Mensen tevergeefs uren in de rij laten staan op Schiphol zonder zicht op een hotel of een vlucht is dan niet het juiste antwoord. Wat in zo’n situatie helpt zijn heldere boodschappen die de druk van het systeem halen en tijd kopen om te werken aan een echte oplossing.

De overheid heeft de mond vol van de weerbaarheid van Nederland in tijden van geopolitieke onrust. Iets meer collectieve aandacht voor weer-weerbaarheid zou niet misstaan, zowel economisch als mentaal.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next