De lezersbrieven! Over de Verenigde Naties, Donald Trump, de EU voor dummies, de populairste meisjes- en jongensnamen, de rechtsstaat, Nederlands spreken, tijd, het belang van huisartsen en zelfkritiek.
Meestal voel ik me thuis in de Volkskrant, maar vrijdag werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt: de doelgroep van de krant is de bovengemiddelde yup. Dat zit zo. Reinout van der Heijden, hoofdredacteur van de Geldgids, legt in zijn column voor de krant de basistip van het Nibud uit, namelijk dat je 50 procent van je inkomen mag besteden aan je vaste lasten inclusief boodschappen. Nu is dat bij mij meer dan 80 procent, dus daar gaat iets niet goed. Vervolgens is 30 procent voor leuke dingen en 20 procent kun je dan opzijzetten voor later.
Ik denk dat een vrij groot deel van Nederland helemaal niet aan die ‘regel’ kan voldoen, of je moet geluk hebben, je compleet uit de naad werken of dan had je maar niet arm moeten zijn, eigen schuld. Mensen die boven die 50 procent vaste lasten uitkomen wonen misschien wel te duur, eten te luxe, stoken hun huis te warm, hebben een krantenabonnement, ga zo maar door.
Dit beschreven model gaat uit van mensen met minimaal anderhalf keer modaal inkomen, als ik uitga van mijn eigen vaste lasten, en dan vallen die nog mee naast die van sommige vrienden. Verder staat in de eerste zin van het artikel: ‘Kom je tekort, zet dan voortaan iedere maand 10 procent van je inkomen op een spaarrekening.’ Dus als je geld tekortkomt moet je meer sparen? Waar komt dat geld dan ineens vandaan?
Rijk zijn is niet voor iedereen weggelegd, veel mensen leven in (relatieve) armoede, hebben moeite de eindjes aan elkaar te knopen of zijn door ziekte niet in staat fulltime te werken. Ook werkt niet heel Nederland op de Zuidas. Zonder laagbetaald werk zou Nederland ook tot stilstand komen, maar dan eens niet door sneeuw. Nee, die theoretische 50/30/20-aanname is voor de een een leidraad, voor de ander een droom.
Hannah Oud-Biemold, Amsterdam
Nu de Verenigde Staten zich grootscheeps terugtrekken uit de Verenigde Naties, lijkt de tijd gekomen voor de omgekeerde beweging: een volledige terugtrekking van de VN uit de VS, meer bepaald uit New York. In het huidige geopolitieke klimaat zullen de VN aan kracht kunnen winnen als zij het hoofdkwartier verplaatst naar een geografisch neutralere plek.
Nico de Milliano, Arnhem
Waar een presentator van een populair Nederlands programma onderuitging door kleinerende uitspraken naar zijn personeel en nu niet meer op televisie verschijnt, is het heel normaal dat een Amerikaanse leider via sociale media laat weten, met naam en toenaam, dat zijn partijgenoten nooit meer herkiesbaar mogen worden. Omdat ze niet in lijn van zijn verwachting hebben gestemd voor een motie over internationaal militair ingrijpen. Kortom, iemand die zijn medewerkers kleineert, schoffeert en intimideert. Dat heet dan een wereldleider.
Marco Roorda, Groningen
Zou de Fifa vóór of na het WK voetbal in Amerika zijn infantielo Vredesprijs durven terugvragen?
Flip Reid, Den Bosch
Veel dank voor het mooie en ook wel nostalgisch stemmende stuk over de boekenreeks Voor dummies. Ik was destijds als uitgever bij Pearson verantwoordelijk voor het eerste deel in de reeks dat niet een vertaling of bewerking was van een oorspronkelijk Amerikaans boek.
Het ging om Europese Unie voor dummies, geschreven door voormalig RTL-nieuwslezer Sander Simons, die verrassend veel van het onderwerp bleek af te weten. Dit was een thema waarvoor we bij de Amerikaanse uitgever van de reeks, Wiley, niet terechtkonden. Ze waren bij Wiley ook niet geïnteresseerd in een Engelstalige editie van ons boek: daar was ‘geen markt voor’. In dat opzicht is er sindsdien weinig veranderd.
Wardy Poelstra, Leiden
Op 1, 2 en 3: Noor, Olivia, Nora, en Noah, Liam, Luca. Op plek 10 staan Sara en Levi. Geen Fatima of Rachida, Ali of Mohamed te bekennen. Het valt nogal tegen met die omvolking als je de lijst met populairste meisjes- en jongensnamen mag geloven.
Gerard Mensink, Zeist
Een jaar of tien geleden vertelde een Russische collega-jurist mij dat het in haar land niet relevant was óf iets verboden was, maar alleen welke straf er op overtreding stond. Ik was daar toen erg geschokt over. Maar ik kan nu alleen maar vaststellen dat in Nederland inmiddels hetzelfde geldt.
Sander Schimmelpenninck slaat de spijker op z’n kop. Nederlanders zijn een asociaal volkje dat zich op de borst klopt als individualistisch en onafhankelijk. Regels naleven is niet vanzelfsprekend: de eigen autonomie moet vooral niet ingeperkt worden.
Een verbod is op zich niet relevant, het hoeft alleen te worden nageleefd als er een voldoende pakkans bestaat en er een flinke straf op overtreding staat.
Het gaat de laatste tijd (terecht) veel over de erosie van de rechtsstaat. Dit normverval, de afnemende gezagsgetrouwheid van Nederlanders, vormt ook een belangrijk onderdeel van deze gevaarlijke ontwikkeling.
Marie-France Admiraal, Vught
In het interview met Ahmedjan Kasim, staat dat hij ondanks een volledige integratie nog steeds te horen krijgt: ‘Wat spreek je goed Nederlands!’ Ook al ben ik vanaf mijn eerste levensjaar in Nederland, ik krijg vaak dezelfde opmerking te horen. Maar ik voel me niet meer beledigd, ik maak een tegencompliment: ‘U spreekt het anders ook best goed!’
Je gaat de mensen niet veranderen. Ik laat me niet bitter maken, ik probeer overal de humor van in te zien. Maar het wordt me niet makkelijk gemaakt.
Juan Solís Reche, Delft
Volgens Jarl van der Ploeg beweren ‘de heren wetenschappers’ dat de tijd ‘op alle plekken ter wereld even snel tikt’. Blijkbaar zijn de dames wetenschappers verstandiger: de tijd tikt zeker niet overal even snel.
Hoe dieper je in een zwaartekrachtveld zit, hoe langzamer de tijd gaat. Een klok boven in de Domtoren in Utrecht loopt een biljoenste procent sneller dan een klok beneden op het Domplein. Dat scheelt dus elke dag ruim een nanoseconde.
Als de nanosecondewijzer nu maar niet ook van de torenklok valt.
Garmt de Vries-Uiterweerd, Zeist
Rinske van de Goor sloeg met haar column de spijker op de kop. De huisarts is van levensbelang. Ik spreek uit ervaring. Twintig jaar geleden heb ik twee keer borstkanker gehad. Gelukkig, ik leef nog, maar heb het vertrouwen in mijn lichaam verloren. Als ik denk dat er iets mis is met mijn lijf, denk ik al snel dat het helemáál mis is. Dan ga ik naar de huisarts en ja, die stelt mij gerust.
De meeste klachten verdwijnen vanzelf, maar een enkele keer is er echt iets aan de hand en volgt een behandeling of word ik doorverwezen. Kortom, ik word serieus genomen door mijn huisarts.
Ik heb ongelooflijk veel respect voor de huisartsen in ons land en zie hun zorg niet als ‘laag complexe’ zorg maar, nogmaals, zorg die van grote waarde is voor alle huisartspatiënten.
Henriëtte Dubois, Houten
Jolande Withuis stelt dat er iets mis lijkt te zijn gegaan in het evenwicht tussen zelfliefde en zelfkritiek. In haar column geeft ze de aandacht voor het slavernijverleden in de hedendaagse sociale- en geschiedwetenschappen fijntjes een sneer. Ik zou zeggen: als er in Nederland wat meer zelfkritiek was geweest de afgelopen, zeg, 350 jaar, zou de aandacht voor dit bewust weggestopte deel van de geschiedenis niet zo nodig zijn voor de mensen voor wie het noodzakelijk is voor hun zelfliefde om over dit deel van hun verleden het hele verhaal te kennen.
Daar kan Withuis denigrerend over schrijven, met wat meer zelfkritiek zou ze kunnen ontdekken dat het ook een deel van haar geschiedenis is. Haar naam is in ieder geval toepasselijk, nu de bewustwording nog. Daar is, tegen haar mening in, helaas nog meer aandacht voor het hele verhaal van het slavernijverleden voor nodig.
Iris Sam-Sin Engelman, Amsterdam
Ik werd heel erg getroffen door het stuk Koester de sleur van Wilma de Rek in de krant van woensdag. Het is zo waar wat zij schrijft. Ooit las ik de volgende uitspraak (volgens mij in een rouwadvertentie): ‘Geniet van de kleine dingen van het leven, want op een dag kijk je terug en besef je dat het grote dingen waren.’ Het is een filosofie die ik al mijn hele 90-jarige leven aanhang.
Lieuwco J. de Jong, Krimpen aan de Lek
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant