Mensen gebruikten 60.000 jaar geleden al vergiftigde pijlen om te jagen op prooidieren. Zweedse en Zuid-Afrikaanse wetenschappers vonden pijlpunten in Zuid-Afrika die sporen bevatten van giftige planten. De ontdekking toont aan dat mensen al heel vroeg geavanceerde hulpmiddelen ontwikkelden om te jagen.
De gevonden pijlpunten werden al in 1985 gevonden in de Zuid-Afrikaanse provincie KwaZoeloe-Natal. Tientallen jaren lagen ze in een museum, totdat een internationaal team van wetenschappers besloot ze te bestuderen.
Het gif dat op de pijlen zit, is er volgens de wetenschappers specifiek opgesmeerd door jagers. Vergiftigde pijlen worden dus al veel langer gebruikt dan gedacht, want door een eerdere vondst werd gedacht dat de pijlen pas zo'n 7.000 jaar geleden in omloop kwamen. Waarschijnlijk gaat het om sporen van de plant Boophone disticha, die veel voorkomt in Afrika en bekend is van het rollende tumbleweed (tuimelkruid).
Het gif op de pijlen was niet sterk genoeg om mensen te doden. De onderzoekers schrijven dat de hoeveelheid gif op één pijlpunt genoeg was om een knaagdier in een half uur te doden. Waarschijnlijk werden de pijlen gebruikt om dieren te vertragen, zodat menselijke jagers ze makkelijker konden volgen.
"Het gebruik van gif op wapens is een ver ontwikkelde techniek voor jager-verzamelaars", schrijven de wetenschappers. "Dit is het oudste bewijs dat vergiftigde pijlen werden gebruikt. Het laat zien hoe onze voorouders zich aanpasten aan hun omgeving."
Source: Nu.nl algemeen