Krantenbezorger Jamal Alfaki laat zich niet tegenhouden door het barre winterweer, net als veel van zijn collega’s. Tot grote vreugde van veel lezers. Vrijdagochtend lijkt het ergste achter de rug. Tot hij Harmelen inrijdt.
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
Het is 3.06 uur als Jamal Alfaki (55) zijn grijze Opel Vivaro een smal dijkweggetje opstuurt. In de besneeuwde berm valt het licht van zijn koplampen op een grote tractorband. ‘Trots op de Boer’ staat er in witte letters. Bij het melkveebedrijf van de familie Klomp bezorgt hij zijn eerste krant van de ochtend: AD-Utrechts Nieuwsblad.
Het bezorgen van deze krant, iets buiten het Utrechtse dorp Kockengen, was de afgelopen dagen spannend, vertelt Alfaki met een sonore stem in het Engels (het Nederlands is hij nog niet machtig). Vanaf de dijk daalt de oprit stijl omlaag de polder in. ‘Woensdag kon dit niet, ik gleed weg en moest doorrijden naar de boerderij waar ik met moeite kon omkeren.’ Donderdag heeft hij dit adres voor de zekerheid gemeden. ‘De enige krant die ik gemist heb.’
Lezers van de Volkskrant toonden zich de afgelopen dagen in briefjes naar de krant trots op hun bezorgers. Ondanks het barre winterweer en code oranje vonden de meeste abonnees gewoon hun dagblad op de deurmat. ‘Ik heb bewondering voor hen’, schreef een lezer uit Almere. ‘Het zou goed zijn eens aandacht te besteden aan al die mensen die nog door weer en wind elke dag de krant bezorgen.’
Alfaki is een Soedanees die opgroeide in Saoedi-Arabië. Voordat hij in 2018 naar Nederland kwam, leefde hij elf jaar in Zweden. Hij zal nooit vergeten hoe hij daar in 2007 voor het eerst sneeuw zag. ‘Alles wit: zo mooi. Het gaf me een heel bijzonder gevoel. Iets van vrede. Dat heb ik nog steeds.’
Voor krantenbezorgers is de schoonheid verraderlijk, vertelt manager operations Albert Nagtegaal van uitgeverij DPG. Dat bedrijf geeft onder meer de Volkskrant uit en regelt de krantenbezorging in een groot deel van het land. ‘Het is mooi dat er aandacht en waardering is voor de prestaties van bezorgers, maar we moeten de situatie niet te veel romantiseren’, vindt Nagtetaal. ‘Want ik heb ook al de nodige berichten gekregen van botbreuken. En van auto’s die van de weg zijn geraakt.’
DPG heeft bezorgers op het hart gedrukt geen grote risico’s te nemen. Tegelijkertijd betaalt de uitgeverij in principe niet uit als er niet wordt bezorgd. Alfaki en al zijn collega’s, vaak immigranten of ouderen die de bescheiden inkomsten hard nodig hebben, moeten dus zelf het risico bepalen.
‘Ik heb niet heel erg getwijfeld’, zegt Alfaki. ‘Ik ga gewoon en kijk hoe de weg erbij ligt. Zolang ik het verantwoord vind, blijf ik bezorgen. Niet echt om het geld, ik wil gewoon graag dat iedereen zijn krant krijgt.’
Voor Alfaki lijkt het ergste risico vrijdagmorgen aanvankelijk geweken. De thermometer wijst 2 graden aan. De provinciale weg, waarover hij eerder in de week niet veel harder dan 20 kilometer per uur durfde te rijden, is goed geveegd. Het asfalt vliegt op de maximumsnelheid onder hem door. Grote plassen smelwater weet hij grotendeels te vermijden, al klinkt toch regelmatig het razende geluid van opspattend water.
Alles lijkt onder controle, al blijft het onzeker hoe de papsneeuw in de straten Harmelen er aan het einde van de route bij zullen liggen.
In het noorden van het land is intussen code oranje van kracht, het sneeuwt en waait. Maar in de bezorgbus van Alfaki komt dat nieuws niet door. Daar klinkt de BBC World Service en gaat het over grotere zaken, zoals het strategisch belang van Groenland en de vrouw die in de VS door een ICE-agent werd doodgeschoten. Op zijn telefoon staat geluidloos ook een livestream van nieuwszender AlArabya aan. Met beelden van de genocidale oorlog in Soedan.
Dit is al acht jaar lang de nachtelijke bubbel van Alfaki. Een soort rijdende tabakszaak vol stapeltjes van alle mogelijke kranten, de nieuwsradio en de zoete geur van de Sumatrasigaren waarbij hij zweert.
Hij hoeft niet op een briefje te kijken om te weten waar hij moet zijn. Hij kent de stops waar Nederland zich akelig voorspelbaar toont. AD-Utrechts Nieuwsblad bij de meeste boerderijen, de Volkskrant bij bescheiden vrijstaande woningen, een Nederlands Dagblad bij een huis met keurig geveegd paadje en De Telegraaf voor een rietgedekte villa met een wit hek en een waarschuwingbordje: bewakingscamera’s.
Zelf woont Alfaki in aan de oostkant van Utrecht, dicht bij het voetbalstadion. Zijn dagelijkse routine: rond 20 uur naar bed, om 1 uur opstaan, rond 2 uur aankomen bij het sorteercentrum in Breukelen en daarna kranten bezorgen tot ongeveer 7 uur: dan is de bus doorgaans leeg. Hij komt op tijd thuis om te ontbijten met zijn twee kinderen en ze naar school te brengen. Daarna slaapt hij vaak nog een paar uur.
Onderdeel van de routine is dat hij even pauzeert op de weg door de Gerverscoppolder. Onder de bewolkte lucht steekt hij de brand in een sigaar en kijkt zwijgend voor zich uit over de witte weilanden. Dan wijst hij op de populier naast hem. ‘Mijn toilet’, zegt hij lachend. ‘Straks rij ik Harmelen binnen, daar kan ik nergens plassen.’
Hij houdt van zijn werk, zegt Alfaki. ‘Ik voel me fit en fris als ik het doe. Zeker in de zomer als het licht wordt.’ Het betaalt ‘ok’, beter dan pakketjes bezorgen. Hij krijgt waardering van de lezers als hij ze tegenkomt. ‘Dat is vooral op zaterdag, want dan ben ik langer bezig.’ Nieuwjaarskaartjes rondbrengen voor een fooitje doet hij niet. ‘Ik voel me dan een beetje beschaamd.’ Maar het komt wel voor dat er een envelopje voor hem aan de brievenbus hangt. ‘Dat is heel leuk.’
Dan blijkt het toch nog een lastige dag te worden. In Harmelen zijn de woonwijken niet geveegd. De bus glibbert op een slakkengang door de sporen in de dikke sneeuwpap. Bij een lichte helling slippen de banden en besluit Alfaki een paar adressen te voet te doen. Hij trekt de capuchon over zijn muts en stapt de bus uit.
Enkele straten verder gaat het helemaal mis. Zoals bij zoveel bezorgers komt ook de bus van Alfaki vast te zitten in sneeuw en modder. Hij kan niet meer voor- of achteruit. Dankzij de hulp van enkele buurtbewoners komt de wagen weer los, maar hij besluit de witte vlag te hijsen. Hij keert met flink wat kranten in zijn bus huiswaarts. ‘Ik hoop dat het weer snel verbetert.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant