Biografie Jarenlang drukte hij zijn stempel op het Amerikaanse buitenlandbeleid: Zbigniew Brzezinski. Samen met de paus hielp hij in 1980 een inval van de Sovjet-Unie in Polen te voorkomen.
Amerikaanse president Jimmy Carter omringd door zijn adviseurs, waaronder minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance (links) en nationaal veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski (rechts) in 1979.
Edward Luce: ZBIG. The life of Zbigniew Brzezinski, America’s Cold War Prophet. Bloomsbury Publishing, 545 blz. € 30,10
In september 1968 was de campus van Columbia University een oorlogszone. Studenten, getooid met motorhelmen, eisten de sluiting van de faculteit voor internationale betrekkingen, in hun ogen een bolwerk van de defensie-industrie. Van de academici durfde bijna niemand het gesprek aan te gaan met de demonstranten. Hoogleraar Zbigniew Brzezinski durfde wél – al nam hij op weg naar buiten nog snel een appeltje mee om zijn zenuwen te verbergen. De sfeer was gespannen, maar de ontmoeting verliep zonder incidenten. Na tien minuten rondde Brzezinski het gesprek af. „Ik moet gaan, ik moet nog een paar genocides voorbereiden.”
Zbigniew Brzezinski, kortweg Zbig, was een man met een fijn gevoel voor humor, die confrontaties zelden uit de weg ging. Financial Times-journalist Edward Luce schreef een vuistdikke en goed leesbare biografie over de Poolse immigrant en kenner van de Sovjet-Unie die bekendheid verwierf als de nationale veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter.
Het presidentschap van Carter van 1976 tot 1980 – ingeklemd tussen Gerald Ford en Ronald Reagan – was een Democratisch intermezzo, maar vier jaar was lang genoeg voor de president en zijn buitenland-adviseur om internationale furore te proeven én om dramatische mislukkingen mee te maken.
Luce neemt de lezer mee naar het Witte Huis als Israël en Egypte vrede sluiten, maar de lezer wordt er ook aan herinnerd dat het Witte Huis op pijnlijke wijze blind was voor het revolutionaire klimaat in Iran. Op Oudjaarsavond 1977 waren Carter en Brzezinski er op staatsbezoek. „Iran is een eiland van stabiliteit in een van de onrustigere delen van de wereld”, zei Carter tijdens het banket. Tien dagen later begonnen demonstraties die leidden tot de val van de Sjah. De gijzeling van 52 Amerikaanse burgers in de Amerikaanse ambassade in Teheran zou als een donkere wolk boven de slotfase van Carters presidentschap hangen. Een militaire reddingsoperatie mislukte en de gijzelaars kwamen pas na 444 dagen vrij, enkele uren nadat Carter geen president meer was.
Carter en Brzezinski hadden een opvallend hechte band. Carter, pindaboer uit Georgia, liet zich door Brzezinski inwijden in de internationale politiek en voer vrijwel blind op hem. Brzezinski was in een permanente guerrilla-oorlog verwikkeld met minister van Buitenlandse Zaken, Cyrus Vance. Waar de hoekige Brzezinski een harde lijn voorstond, zeker als het ging om de Sovjet-Unie, zag Vance meer in de diplomatieke weg. Carter koos bijna altijd de kant van zijn adviseur.Zbig was een havik dankzij zijn komaf.
Brzezinski (1928-2017) werd in Warschau geboren als zoon van een Poolse diplomaat die in de jaren dertig in de Sovjet-Unie en in Duitsland was gestationeerd. In 1938 werd vader Brzezinski als consul naar Montreal gestuurd. Vanuit Canada volgde de tiener Zbig de gebeurtenissen in Europa op de voet: het Molotov-Ribbentrop Pact, de Duitse inval in zijn vaderland, WOII. Europa werd een obsessie voor hem. Voor het jaarboek van zijn middelbare school moesten leerlingen opschrijven op welk terrein hij zichzelf als autoriteit zag. Klasgenoten noemden ‘te laat komen’ of ‘romantiek’. Zbig noemde ‘European Affairs’. Zbig maakte geen grapje, schrijft Luce. Hij hield in die dagen een dagboek bij dat leest als een kroniek van Europese geschiedenis.
De jonge Zbig zag al vroeg in dat Sovjet-leider Stalin niet te vertrouwen was. In 1943 ontmoetten de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill Stalin en eisten dat de Sovjets na de oorlog de oorspronkelijke grenzen van Polen zouden respecteren. Stalin deed vervolgens vage beloften over het Poolse recht op zelfbeschikking. Vader en zoon Brzezinski in Montreal geloofden daar niets van. Zbig, toen 15 jaar, stuurde Churchill voor de zekerheid een kaart van het vooroorlogse Polen. In 1945, toen de Sovjet-Unie Duitsland uit Polen had verjaagd, schreef Brzezinski: „Elke Pool begrijpt dat er geen sprake is van bevrijding, maar van een nieuwe terreur.”
De aversie tegen de Sovjet-Unie werd een levenslange drijfveer. Zbig groeide uit tot Sovjet-kenner en vooraanstaand denker over totalitaire regimes. Zijn afkomst gaf hem een voorsprong op zijn academische concurrenten. Hij was niet alleen vloeiend in Pools en Russisch, hij begreep ook dat de Sovjet-Unie en het Oostblok geen monolieten waren. De volkeren die aan Moskou waren onderworpen, hadden hun hang naar onafhankelijkheid niet verloren. De nationaliteiten-kwestie was de Achilleshiel van de Sovjet Unie, schreef hij in zijn masterscriptie. Als adviseur was hij daarom fel tegenstander van detente. De VS moest juist de aversie tegen Moskou in het Oostblok aanwakkeren om de Sovjet-Unie te verzwakken.
In de Carter-jaren was de Koude Oorlog alomtegenwoordig. Een van de sterkste hoofdstukken in ‘Zbig’ gaat over de bijzondere relatie tussen Brzezinski en Karol Wojtyla, paus Johannes Paulus II. Hun band was zo hecht dat Brzezinski op zijn telefoon in het Witte Huis een sneltoets had met ‘P’ voor paus.
De twee machtige Polen hielpen in 1980 een inval van de Sovjet-Unie in Polen te voorkomen. Moskou had meer dan genoeg van de opstandige Polen met hun vakbond Solidarnosc. De VS hadden een spion in de Poolse legerleiding waardoor Brzezinski wist dat Warschau voorbereidingen trof voor het invoeren van de staat van beleg. Samen met de Paus probeerde hij te voorkomen dat opstandelingen Moskou een excuus zouden bieden om in te grijpen. Tegelijk probeerde hij Moskou duidelijk te maken dat zijn geboorteland te groot was om zomaar even over te nemen.
Zbigs leven als academicus én als politiek adviseur werd gekenmerkt door concurrentie met die andere Europese immigrant met opvattingen over internationale verhoudingen, Henry Kissinger. Zbig, katholiek, arriveerde in 1938 uit Polen in Canada. Kissinger, Joods, arriveerde in 1938 uit Duitsland in de VS. Zbig adviseerde Carter. Kissinger werkte voor de Republikeinen Nixon en Ford. Kissinger was de beschermeling van Nelson Rockefeller. Zijn broer David nam Brzezinski onder zijn vleugels.
Kissinger geloofde dat de VS op hun retour waren en dat het slechts een kwestie van tijd was voordat het door de Sovjet-Unie was ingehaald. Hij was daarom een voorstander van détente en vreedzame co-existentie. Brzezinski dacht juist dat de Sovjet-Unie in verval raakte en dat Washington er alles aan moest doen om dat verval te bespoedigen.Ondanks de rivaliteit hadden de twee geregeld contact, onder andere tijdens etentjes in het dure restaurant Sans Souci in Washington. De relatie bekoelde danig toen Brzezinski de regering-Nixon een magere 6 gaf voor buitenlands beleid in het veelgelezen blad Foreign Policy, waarvan hij mede oprichter was. Kissinger noemde Brzezinski daarop achter gesloten deuren een whore. Toen dat jaren later publiek werd zei Zbig: „Henry is een vriend van me – hij bedoelde: „bore”.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC