Biografie De geliefde natuurschrijver Jac. P. Thijsse was schoolmeester en poëet ineen. Dik van der Meulen treedt in zijn voetsporen in een biografie als reisgids. Die originele insteek is met duidelijk plezier uitgewerkt
Texel, 2025
Dik van der Meulen: Meester in het paradijs. Jac.P. Thijsse en het landschap. Querido, 424 pagina’s, 34,99.
„In mijn prille jeugd waren er maar twee schrijvers. God, die de Bijbel had geschreven en Jac. P. Thijsse, die de Albums van Verkade geschreven had.” Met die uitspraak vatte Jan Wolkers, een van Nederlands beroemdste Thijsse-adepten, het wel zo’n beetje samen. In de decennia voor de Tweede Wereldoorlog spaarde bijna iedereen de natuurplaatjes die bij rollen koek en beschuit werden uitgedeeld – omwille van het plakplezier maar ook vanwege de mooie natuurbeschrijvingen in de albums.
De auteur, Jac. P. Thijsse (1865-1945), was immers dé natuurschrijver van Nederland. Schoolmeester en poëet ineen. Of, zoals Dik van der Meulen hem noemt in de titel van zijn nieuwe boek: Meester in het Paradijs. Een biografie als een reisgids, waarin Van der Meulen Thijsse achterna reist – van Maastricht tot Texel, van Bloemendaal tot het Naardermeer, „per trein, op de fiets en te voet, zoals hijzelf ook door Nederland trok.”
Een originele insteek, en met duidelijk plezier uitgewerkt: het boek staat vol fraaie anekdotes en prachtige kleurenillustraties (onder andere uit de Verkade-albums). Van der Meulen is een gelauwerd schrijver – met zijn biografie van Multatuli won hij in 2003 de AKO Literatuurprijs, zijn biografie van Willem III was goed voor de Libris in 2014 en zijn wolvenboek De kinderen van de nacht, uit 2017, werd bekroond met de Jan Wolkersprijs. Ook in dit boek weet hij de juiste toon te vinden. Luchtig en diepgaand, poëtisch en puntig.
Hij overpeinst, ontrafelt, observeert en brengt Thijsse dankzij raak gekozen citaten tot leven. Zo bleek die onder alle omstandigheden oog te hebben voor natuurschoon – geen dier of plant was hem te min. In een boekje uit 1924, bedoeld ter promotie van malariabestrijding, bezingt hij de lof van de mug:
„Het was een goedige mug en we laten hem dus doorslurpen. Hij heeft in zijn kop een zuigperspomp zitten (…) en daardoor wordt ons bloed nu uit onze haarvaatjes in zijn maag geperst, die donker uitpuilt, zoodat de zijkanten van ’t achterlijf strak uitstaan en het mooie rijtje van de ademhalingsopeningen prachtig zichtbaar wordt. (…) Nu poetst hij zich even en vliegt loom, zacht gonzend weg.”
Waar menig biografie dreigend dik oogt en ver over de 500 pagina’s gaat, heeft Van der Meulen zich met 422 bladzijden nog redelijk ingehouden – zeker als je bedenkt dat het, zoals hij zelf aankondigt in het voorwoord, eigenlijk een dubbelbiografie betreft: van Thijsse en het Nederlandse landschap.
Een grootse opzet, die aan het begin van het boek soms wat erg ambitieus aanvoelt. Zo is het eerste hoofdstuk een prachtige excursie naar de Limburgse Sint-Pietersberg, maar een summiere kennismaking met Jac. P. Thijsse – het lijkt haast alsof Van der Meulen de eerdere Thijsse-biografie, van Sietzo Dijkhuizen uit 2005, al als bekend veronderstelt. Dat wringt, want zo bekend als in Wolkers’ jonge jaren is Thijsse allang niet meer. En dan is een halve pagina over vroege toeristen die stierven in Limburgse mergelgrotten een net iets té uitgebreid zijpad.
Gelukkig weet de biograaf ook na zo’n omweg altijd terug te leiden naar waar het werkelijk om gaat. Hoe verder Meester in het paradijs vordert, des te duidelijker komt naar voren hoe bijzonder Thijsse was: als schrijver, als leraar maar zeker ook als natuurbeschermer.Ongeëvenaard was zijn inzet voor het Naardermeer – „het vaakst bezochte natuurgebied van Nederland”, aldus Van der Meulen. „Niet dat die bezoekers het in de gaten hebben; die hebben zich overgeleverd aan de verpozing die de mobiele telefoon hun pleegt te bieden. Per stoptrein of intercity bewegen ze zich in grote vaart door de plassen en rietvelden.”
Al sinds 1874 liep er een spoorlijn dwars door het gebied – en als het aan de overheid had gelegen was zelfs die hele ‘nutteloze dras’ ingepolderd en omgevormd tot een vuilnisbelt. Maar dat was buiten Thijsse gerekend: die hield in zijn columns voor het Handelsblad een vurig pleidooi voor behoud van het natuurgebied. En uiteindelijk richtte hij, in 1905, samen met medestanders de Nederlandsche Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten op, het huidige Natuurmonumenten. Voor 155.000 gulden kocht de vereniging het Naardermeer aan, waardoor het gebied intact bleef.
Zo blijkt Van der Meulen in feite een driedubbele biografie te hebben geschreven: van Thijsse, het Nederlandse landschap en de Nederlandse natuurbescherming.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC