Home

Hoe overtuigend was Norris' F1-titel in historisch perspectief?

Hoe overtuigend was Lando Norris’ wereldtitel in 2025? Door kampioenen uit de F1-historie te vergelijken op het aantal punten dat zij behaalden ten opzichte van het maximaal haalbare aantal, ontstaat een verrassend beeld.

Is Lando Norris een terechte wereldkampioen of niet? Critici stellen dat Max Verstappen in 2025 de betere coureur was en dat Norris niet het maximale uit zijn McLaren heeft gehaald. Maar wie naar de cijfers kijkt, ziet dat Norris daarin allesbehalve een uitzondering is in de geschiedenis van de sport.

Laten we beginnen met de kale statistiek. Norris sloot het seizoen af met 423 WK-punten, terwijl er in totaal 648 punten te verdienen waren. Dat komt neer op een puntenconversie van 65,28 procent. Wanneer alle 76 tot dusver verreden Formule 1-seizoenen naast elkaar worden gelegd, komt Norris daarmee uit op de 48ste plaats. Opvallend genoeg is dat precies één plek hoger dan Verstappen een jaar eerder: de Nederlander behaalde in 2024 ‘slechts’ 65,03 procent van de beschikbare punten.

Dergelijke cijfers moeten uiteraard met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. In de Formule 1 verschillen auto’s enorm in competitiviteit, terwijl het puntensysteem door de jaren heen meerdere keren is aangepast. Toch bieden deze statistieken wel degelijk context. Op basis hiervan is Norris allesbehalve een zwakke of onverdiende wereldkampioen. Sterker nog: de geschiedenis laat zien dat veel hoog aangeschreven kampioenen verre van perfecte seizoenen kenden.

De vergelijking wordt extra complex door de zogenoemde schrapresultaten, die vóór 1991 gebruikelijk waren. Alleen de beste resultaten telden mee voor het kampioenschap, waardoor coureurs zich fouten konden veroorloven zonder dat dit direct gevolgen had voor hun puntentotaal. Voor onderstaand overzicht is daarom gekozen voor een uniforme maatstaf: hoeveel punten waren er maximaal te behalen en hoeveel daarvan pakte de wereldkampioen daadwerkelijk? Aan de hand van die benadering duikt F1-legende Juan Manuel Fangio meerdere keren hoog in de ranglijst op. Vier van zijn titels eindigen zelfs in de top-dertien qua puntenconversie. Twee coureurs wisten hem echter te overtreffen.

Alberto Ascari en Jim Clark kregen iets voor elkaar wat vrijwel ongeëvenaard is: een seizoen met een perfecte score van 100 procent. Ascari won in 1952 alle races die meetelden en reed telkens de snelste ronde. Clark herhaalde dat kunststukje tweemaal, waaronder in 1965, toen hij de eerste zes races won en het door de schrapresultaten niet meer uitmaakte wat hij in de laatste drie races deed.

Kijken we uitsluitend naar het moderne F1-tijdperk waarin alle races meetellen (vanaf 1991), dan steekt één coureur er met kop en schouders bovenuit: Max Verstappen. De Red Bull-coureur scoorde in 2023 575 van de 620 mogelijke punten – een conversie van 92,74 procent. Dat seizoen was zelfs dominanter dan Michael Schumachers beroemde campagne in 2002, toen de Duitser weliswaar elke race op het podium stond, maar met vijf tweede plaatsen en één derde plek ‘slechts’ 84,71 procent van de punten behaalde.

Aan de onderkant van de lijst vinden we eveneens kampioenen die zelden als ‘zwak’ zijn bestempeld. Sebastian Vettel staat verrassend laag met zijn titel in 2010, maar dat seizoen was zó competitief dat meerdere coureurs tot diep in het jaar kans maakten op de titel. Doordat Fernando Alonso, Mark Webber, Lewis Hamilton en Jenson Button lang in de race bleven voor het kampioenschap, kwam Vettels conversie uit op slechts 53,89 procent.

Nog schrijnender zijn de cijfers van Jochen Rindt, die in 1970 postuum wereldkampioen werd. Hij scoorde slechts 45 van de 99 mogelijke punten, maar dit kwam mede doordat hij na een fatale crash op Monza de laatste vier races van het seizoen niet meer kon rijden. De laagste puntenconversie ooit staat echter op naam van Keke Rosberg in 1982: 44,44 procent. De Fin won dat jaar slechts één race. Door het systeem van schrapresultaten – slechts elf van de zestien races telden mee – viel dat nog relatief gunstig uit. Als alle races hadden meegeteld, was zijn conversie uitgekomen op slechts 30,56 procent.

Wat zeggen deze cijfers nu écht over Lando Norris? Dat zijn wereldtitel in 2025 misschien niet tot de meest dominante uit de Formule 1-historie behoort, maar dat geldt voor een verrassend groot deel van de coureurs die vóór hem kampioen werden. De geschiedenis laat zien dat wereldkampioen worden zelden draait om het scoren van elk beschikbaar punt. Het gaat met name om consistent presteren binnen de context van een seizoen, op de juiste manier omgaan met de concurrentie en leveren op de beslissende momenten. Norris’ titel past daarmee naadloos in het bredere historische beeld.

Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?

- Het Motorsport.com-team

Reacties lezen en plaatsen

Source: Motorsport

Previous

Next