In de jeugdsport voltrekt zich een stille revolutie. Meer nadruk op spelplezier, minder op prestatie. Tientallen bonden stellen daartoe nieuwe regels op. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. ‘Vooral ouders vinden het moeilijk als er geen winnaars en verliezers zijn.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Het leek een gespeelde wedstrijd, in het voordeel van de meiden van thuisploeg Impala. Maar na één opslag nipt uit en een smash in het net, met nog krap een minuut te spelen, is de spanning in de tweede set helemaal terug.
Althans: dat gevoel heeft het publiek op de banken langs het met blauwe en gele lijnen afgebakende volleybalveld in de sporthal in het Groningse Leek. Want net als de jonge spelers kunnen zij de tussenstand niet zien.
Het traditionele telbord met omklapbare getallen heeft na tientallen jaren trouwe dienst het veld moeten ruimen. De uitkomst van de wedstrijd ligt nu verscholen in de handen van Ylja en Maaike, die de score bijhouden met roze en gele handtellers.
Nadat de zoemer is afgegaan, melden de meiden zich bij het net voor een beleefd handje met de tegenstanders. Algauw gaan de vragende blikken naar de tellers. Die bevestigen het vermoeden: een thriller was het, eindstand 21-20. ‘We hebben gewonnen, met één punt verschil!’, roept de 11-jarige Elisa verheugd naar haar moeder.
Dat de score bij jeugdvolleybal in de leeftijdscategorieën tot 12 jaar niet meer zichtbaar wordt bijgehouden, is een van de vele aanpassingen die dit seizoen zijn doorgevoerd.
In de oude opzet was volleybal voor veel kinderen een moeilijk en vaak wat statisch spelletje, zegt manager sportontwikkeling Peter van Tarel van volleybalbond Nevobo. De opslag was erg bepalend. ‘Soms duurde het tot halverwege een set voordat er een rally werd gespeeld, terwijl dat toch het echte volleybal is.’
Daarom werd besloten tot modernisering. Volley Stars heet het nieuwe concept. Daarin stapelen technieken – van vangen tot bovenhands opslaan – in ‘levels’, van 1 tot 5. Die bewegen mee met leeftijd en vaardigheid. Ook zijn teams kleiner gemaakt, nethoogtes aangepast en ballen lichter. De scheidsrechter heet tegenwoordig ‘spelbegeleider’.
‘Ik denk dat we het leuker hebben gemaakt’, zegt Van Tarel. ‘De kinderen moeten met de bal bezig zijn, en niet met zwaaien naar opa en oma.’
Die overtuiging raakt ook de puntentelling. ‘De scoreborden leidden veel kinderen en coaches enorm af’, meent Van Tarel. ‘Door ze weg te halen, willen we de focus leggen op spelplezier en ontwikkeling.’
In de Nederlandse jeugdsport voltrekt zich een stille revolutie. Twintig sportbonden pasten de afgelopen jaren spelregels en reglementen aan, blijkt uit een inventarisatie van het Mulier Instituut.
‘Veel sporten zijn er actief mee bezig’, zegt onderzoeker en pedagoog Agnes van Suijlekom. De aanpassingen zijn volgens haar vaak ingegeven door een daling van het aantal jeugdleden. Dat is al jaren gaande, blijkt uit cijfers van sportkoepel NOCNSF: van bijna 1,5 miljoen in 2017 naar 1,3 miljoen in 2024. Met name tieners haken af.
Volgens Van Suijlekom willen sportbonden met nieuwe regels en formats vooral het spelplezier vergroten.
Zo maakten veel sporten de teams en velden kleiner om de spelbetrokkenheid te verhogen. ‘Voor gras plukken of vliegtuig spotten tijdens de wedstrijd is nu geen tijd meer’, zegt de onderzoekster. Om de kans op ‘succeservaringen’ te vergroten kreeg bij de jongste hockeyjeugd elk team drie doelen, ging bij badminton het net omlaag, en worden bij atletiek worden meerdere finales gehouden.
Tegelijkertijd proberen bonden een te sterke focus op presteren af te zwakken, met name bij de jongste leeftijdscategorieën – iets wat in Scandinavische landen al jaren gaande is. In Nederland wordt dat op verschillende manieren gedaan. Zo wordt bij de jongste voetbaljeugd geen competitiestand meer bijgehouden, krijgt bij atletiek iedereen een medaille, en bij de jongste judoka’s juist niemand meer. In het turnen – een sport die traditioneel worstelt met prestatiedruk – zijn wedstrijden voor kinderen tot 9 jaar afgeschaft, en vinden ze daarna plaats in teamverband.
‘Vooral trainers en ouders vinden het moeilijk als er geen winnaars en verliezers zijn’, zegt Van Suijlekom. Maar vanuit pedagogisch oogpunt is er volgens haar veel voor te zeggen. Kinderen kunnen veel meer last hebben van prestatiedruk dan volwassenen denken. ‘Dat kan leiden tot stress, faalangst en uiteindelijk uitval.’
Zeker jongere kinderen beleven sport op een heel andere manier dan hun ouders en coaches, blijkt uit onderzoek. ‘Het gaat hen vooral om een goede sfeer, een mooie actie en complimenten. Vergelijken met anderen komt later wel.’
Wie in de app van de volleybalbond de ranglijst zoekt, krijgt een lege pagina. Tot level 5 (de basisschoolleeftijd) wordt geen competitiestand meer bijgehouden. ‘Ik hou de uitslagen zelf nog wel bij’, bekent Esmaralda Carels, jeugdtrainer, coach van Impala L5-2 en moeder van Elisa. Het helpt haar om te bepalen of teams op een passend niveau spelen. Bovendien, zegt ze: een kampioenschap zonder titel is niets. ‘Misschien gaan we, nu de bond geen kampioenen meer uitroept, als vereniging zelf iets met medailles doen.’
Carels is positief over de levels en het toegenomen aantal balcontacten. Maar wat haar betreft mag vanaf een jaar of tien prestatie best een rol spelen, mét zichtbare puntentelling. ‘Kinderen moeten ook leren verliezen.’
De meningen van de meiden van Impala L5-2 zijn verdeeld. ‘Je wordt minder zenuwachtig van het scorebord’, vindt Floortje (11). Maar, meent Elena (10): ‘Nu weet je niet wanneer je echt even moet knallen.’
De aanpassingen in het jeugdvolleybal verliepen tamelijk soepel. Dat veranderingen ook anders kunnen uitpakken, ondervond de KNZB. De zwembond heeft al jaren last van een teruglopend aantal leden. Naar aanleiding van de nieuwe Jeugdsportvisie voor de zwemsport paste de bond dit seizoen regels en wedstrijdformats aan, vooral voor de jongere jeugd.
Plezier en ontwikkeling moeten centraal komen te staan. Strikte regels voor diskwalificatie (bijvoorbeeld na gewiebel op het startblok of een verkeerde slag) worden afgeschaft. Uitslagen worden voortaan niet van snel naar langzaam, maar alfabetisch geordend. Medailles worden niet meer uitgereikt. Ook kunnen er geen records meer worden gezwommen en is er voor kinderen onder de 12 geen kampioenschap meer.
Uit onderzoek bleek dat bij jeugdzwemmen 7 procent van de kinderen altijd een medaille wint, 12 procent soms en ruim 80 procent nooit. Dat is voor veel kinderen demotiverend, zegt sportcoördinator wedstrijdzwemmen Paul Koster. ‘Het oude beleid was erg gericht op die 20 procent, het nieuwe op die 80.’
Koster kent de vaste repliek: het is toch wedstrijdzwemmen? ‘Maar dat hangt volgens ons niet samen met een medaille. Er is nog steeds iemand die als eerste aantikt.’
Toch viel het nieuwe reglement niet goed: tientallen mails ontving de zwembond van ontstemde verenigingen, trainers en ouders. Koster: ‘We werden er echt door overrompeld.’
Snel werd besloten de aanpassing alleen in te voeren voor de categorie onder de 10 jaar, niet ook al voor onder de 12. Maar dat bracht de geest niet terug in de fles. In november riepen kritische verenigingen zelfs een extra algemene ledenvergadering uit, een zeldzaamheid sinds de oprichting van de zwembond in 1888.
Ruim tachtig verenigingen wilden dat sommige reglementswijzigingen direct werden teruggedraaid. Anders moest het bestuur maar opstappen. ‘Er brak bijna een revolutie uit’, zegt Paul Koster.
Eén van de initiatiefnemers van het tegengeluid is Tom Rikhof. Hij is hoofdtrainer van ZPC Amersfoort, met zeshonderd leden een van de grootste zwemverenigingen in het land. Het ging al mis in het proces, zegt hij. ‘Veel verenigingen voelden zich nauwelijks gehoord.’
De zwembond heeft de uitgangspunten ‘plezier en ontwikkeling’ te eenzijdig vertaald naar: het moet minder competitief vindt Rikhof. Wedstrijdzwemmen is een eerlijke sport, zegt hij. ‘Jouw lijf tegen de klok, geen jury. Door minder nadruk te leggen op tijd, haal je de essentie uit de sport.’ Het ontneemt trainers bovendien een manier om talent te herkennen en te stimuleren.
Rikhof pleit vooral voor het maken van onderscheid: voor een deel van de kinderen is het competitieve element geen bedreiging, maar juist onderdeel van het plezier. ‘Die liggen doordeweeks om 6 uur ’s ochtends in het koude water en willen ook ervaren waar ze het voor doen.’
De hulp van erevoorzitter Erik van Heijningen was uiteindelijk nodig om de gemoederen tot bedaren te brengen. ‘Never waste a good crisis’, zei hij tijdens de extra alv in november. Regels terugdraaien tijdens een seizoen is onmogelijk, maar er zal in werkgroepen verder worden gepraat. Bijvoorbeeld over het maken van onderscheid tussen jonge zwemmers die meer of minder competitief zijn.
Die koers wordt tijdens de reguliere alv in december bekrachtigd. Bij competiewedstrijden mogen nu al extra onderdelen worden toegevoegd voor kinderen onder 12 en 10 jaar. Ook wordt een reglementswijziging voorbereid zodat de jongsten weer clubrecords kunnen zwemmen. De eendracht lijkt hersteld. ‘Zoveel verandert er nu ook weer niet, dachten we’, zegt Koster. ‘Dat bleek een verkeerde inschatting.’
‘Sorry, meid...’, zegt moeder Marijke schuldbewust. Ze had haar dochter Elena natuurlijk niet moeten aanmoedigen net voor een opslag: de bal vliegt pardoes in het net. Voor het publiek is de onzichtbare tussenstand een gemis, vindt ze. ‘Maar het gaat om hun plezier.’ Opa Tonny is meer uitgesproken. ‘Ik zit hier natuurlijk voor mijn kleindochter. Maar ik ben genoeg sportman om te willen weten: hebben ze gewonnen of niet?’
Ook voor de spelers zelf is het nog wennen. Af en toe schiet er nog een blik naar de plek waar voorheen het scorebord stond. En regelmatig vragen kinderen nu aan de spelbegeleiders: ‘Hoeveel staat het?’
Coach en moeder Carels is er dan ook niet van overtuigd dat kinderen weinig geven om competitie. ‘Ze rennen na afloop niet voor niets meteen naar de tellers. Ook mijn zoontje van 6 jaar. Gewonnen? Dan is hij door het dolle heen.’
De volleybalbond evalueert momenteel de nieuwe opzet. Van Tarel vertelt alvast zijn eerste indrukken: ‘Volwassenen missen dat scorebord meer dan de kinderen.’ Al zou ook een meerderheid van de jeugdspelers vanaf level 4 (8-9 jaar) het klassieke telraam terug willen. Tegelijkertijd heeft de onzichtbare tussenstand een andere prettige bijkomstigheid: ‘We hebben een stuk minder last van ouders die zich met de puntentelling bemoeien.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant