In de verste uithoek van de havens, te midden van reusachtige opslagtanks voor ruwe olie, windmolens en vuilnisbergen van het Amsterdams afvalverwerkingsbedrijf, ruikt het naar een fris en verkwikkend naaldbos. „Lekker hè”, zegt Mike Vosse (38), wandelend over zijn terrein. „Normaal betaal je duizenden euro’s om zoiets op vakantie in Oostenrijk te ervaren, en nou heb je het gewoon hier.”
Groen ruikt altijd lekker, vindt hij. Zeker coniferen. „Daar zit géúr in.” Maar het spul dat hij dezer dagen binnen krijgt riekt ook niet verkeerd. Kerstbomen, zo’n vijfhonderd per dag. Opgehaald van de straatkant. Elke dag opnieuw. Uit heel Amsterdam. Of, beter gezegd: kerstbóóm. 300 ton kerstboom. Want eenmaal gearriveerd bij Vosse Groen Recycling in het Westelijke Havengebied is vrijwel elk exemplaar gestript van z’n identiteit. Z’n ballen, z’n piek, lampjes. Kerstboom als bulk. Alsof je ’t hebt over graan, zand, hout, ijzererts.
De stapel is jaloersmakend voor wie van traditionele kerstboomverbrandingen houdt. Hup, de fik erin, zou je zeggen. Maar niks ervan. „Tijden veranderen hè”, zegt Vosse op weg naar de imposante shredder waarin een medewerker vanuit een shovel de ene na de andere boom laat verdwijnen. „Het moet gewoon verwerkt worden. Tot eindproduct.”
Het hout gaat naar een biomassacentrale, „voor warme voeten”, de naalden, eenmaal klein genoeg, in de naastgelegen compostberg met ander tuinafval. Bedoeld om over een paar maanden terug te leveren aan het gemeentelijk groen.
Sinds tien jaar doet Mike Vosse – gouden ring in beide oren – de recycling van alle kerstbomen in de gemeente Amsterdam. Samen met vader Kees en broer Rocky, ook bekend als volkszanger van de hit De leeuw die brult weer. Alle drie harde werkers, opgegroeid in Heemskerk, met als lijfspreuk: geen werk, geen vreten. „Aan de gang, zeggen we altijd. Aán de gang.”
Ggggggggggggggggggrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr. Het geluid van de shredder – alsof een enorme watermassa, de Niagara Falls, naast je neerklettert – gaat door merg en been. „Hier staat 900 pk te brullen”, zegt Vosse trots. Uit de stapel uitgespuwde kerstboom pakt hij een takje: „Er moet nog heel wat gebeuren voordat je hiervan stukjes van 10 millimeter overhoudt. En het hele proces zou nog makkelijker zijn” – hij wijst op een stapeltje achtergebleven kerstversiering – „als iedereen z’n boom beter zou aftuigen.”
Kerstverlichting is zó goedkoop geworden, valt hem op, dat niet iedereen de moeite nog neemt om al die lampjes te verwijderen. „Ze denken: volgend jaar weer nieuwe.” En natuurlijk zou het prachtig zijn, zegt Vosse, als consumenten zich bewuster worden van al het afval dat ze produceren, en de moeite die het kost om het te recyclen. En hoopt hij dat mensen ‘duurzamer’ worden. En vindt hij dat dáárop overheidsbeleid gericht moeten zijn: maak wat je écht nodig hebt, „een zak appels”, goedkoper, en al het onnodige duurder.
Maar hij weet ook: wishful thinking. Want bepalend voor elke duurzaamheidsgedachte zijn niet de windmolens die zijn terreintje omringen – die staan zelfs al tijden stil, „geen plek op het elektriciteitsnet” – maar de torenhoge opslagtanks met ruimte voor 1,2 miljard liter ruwe olie. Dát, zegt Vosse, is de wereldhandel, beheerst door Trump, China en de rest van de wereld. Die bepalen de prijs van energie. „En prijs is leidend. Altijd. Dus zolang zij alles goedkoop houden…”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC