Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
We reden over de snelweg, naar huis, vakantie zo goed als voorbij. Ter hoogte van Best begon het te sneeuwen. Limburg hadden we doorkruist in het licht van een laagstaande zon, in afwachting van de code oranje die vanaf Brabant op ons zou neerdalen. En plots veranderde alles.
De vlokken vielen met miljoenen tegelijk uit een hemel die zo donker was dat hij blauw leek. Het gesprek viel stil. We reden zestig, de auto voor ons bestond nog slechts uit twee rode lichten in een wolk van wit. De strepen waren niet meer zichtbaar, de linkerbaan bleef leeg. Er klonk alleen nog muziek, en het tevreden gesmak van de peuter die zwijgend rozijntjes at.
‘Ben je bang?’, vroeg ik degene die reed.
Ze keek strak vooruit. ‘Nee, maar het is wel eng.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Twintig jaar geleden was ik voor alles bang. De angst was in de loop der tijd tot in de verste uithoeken van mijn leven doorgedrongen, tot ik praktisch niets meer durfde. Mijn twee voornaamste angsten betroffen andere mensen en alleen-zijn, een onfortuinlijke combinatie. De gekste therapeuten kwamen eraan te pas, en jaren verkruimelden terwijl ik bevroren toekeek.
Een van die therapieën, in een vleugel van het ziekenhuis waar dagelijks enkele mensen samenkwamen die allemaal zo lang zo bang waren geweest dat ze door weinig anders meer gedefinieerd werden, bestond uit ‘exposure’. Binnen anderhalf uur moesten we allemaal iets doen waarvoor we bang waren, en bij terugkeer moesten we beschrijven wat we daarbij hadden gevoeld.
De zin hiervan ontging me volledig, maar om eerlijk te zijn: in die periode ontging de zin van bijna alles me. En het bleek te helpen.
Er is dezer dagen een hoop om met recht en reden bang voor te zijn; lees de krant en stel vast dat alles wat voor iedereen altijd min of meer voorgoed leek vast te staan, slechts met twee pluggen aan de muur blijkt te zitten en ieder moment kan omlazeren. Alles glijdt, deze tijd. Het nieuws is een sneeuwstorm waarin alles donker en vervaarlijk lijkt en waarin je nauwelijks drie meter vooruit kunt kijken.
Dat zijn de omstandigheden. En als de omstandigheden zo zijn, kun je een paar dingen doen: je kunt je overgeven aan de angst, binnenblijven en jezelf voor altijd ijsvrij geven met een nieuw seizoen Winter vol liefde.
Je kunt óók voorzichtig meeglijden op de ijslaag die zich vormt. Dat laatste zag ik VVD-leider Dilan Yesilgöz dit weekend doen, toen ze in een statement over de Amerikaanse aanval op Venezuela schreef: ‘De actie blind afwijzen of blind steunen, is beide te kortzichtig en niet behulpzaam. Hier bestaan meerdere waarheden naast elkaar, zoals meestal in complexe situaties.’
Kijk, daar gleed onze voormalig grootste partij, zo van de waarheid van de internationale rechtsorde de realiteit van de jungle binnen. Dat is het beangstigende aan dat meeglibberen, aan die ‘meerdere waarheden’: dat Yesilgöz niet werkelijk denkt dat het waar is wat ze beweert, maar dat ze denkt dat het werkt. En dat dat misschien nog klopt ook.
Er is nog een derde mogelijkheid.
De angst onder ogen komen. Naar buiten gaan en blijven staan waar je staat. Je verdiepen in wat waar is, je uitspreken over wat ertoe doet, iets doen waarvan je vindt dat het gedaan zou moeten worden. Je ergens bij aansluiten, lid worden, ergens tegen in opstand komen, een krant lezen. Doorrijden – figuurlijk dan. Zie het als ‘exposure’. Het is wel eng, maar je bent niet bang.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant