Opinie Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: de meningen zijn verdeeld over Venezuela.
In mijn ideale wereld nemen mensen eerst aandachtig, maar zonder te oordelen het nieuwskatern van NRC tot zich, om vervolgens naar mijn column te bladeren waar ze lezen wat ze ervan moeten vinden. The Opinions, de opiniepodcast van The New York Times, heeft wat dat betreft een droomslogan: „You’ve heard the news, here’s what to make of it”. Had ik zelf willen bedenken. Helaas blijken mensen ook zonder hulp van opiniemakers allerlei oordelen te vellen. Dat doen ze sinds jaar en dag op basis van relatief weinig informatie.
De Nederlandse headlines over de Amerikaanse aanval op Venezuela leerden ons vooral dat de meningen erover verdeeld zijn. Vreugde en verontwaardiging (NOS), woede en blijdschap (RTL), protest én blijdschap (de Volkskrant), blijdschap én zorgen (het Parool). Er bestaan nuanceverschillen; gezien de accent aigu in ‘én’ lijkt de Volkskrant vooral op te kijken van de blijdschap, waar het Parool zich eerder verwondert over de zorgen. Maar de strekking blijft hetzelfde; sommigen vinden het goed, anderen juist slecht.
Dat zie je vaker bij nieuwsgebeurtenissen, dat verschillende mensen er verschillend over denken. Voor publieke eensgezindheid moet een gigantisch weeshuis afbranden met alle deuren op slot, en zelfs daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Je kunt je bij de ontvoering van Nicolás Maduro dus afvragen hoe nieuwswaardig het is dat de reacties uiteenlopen. Het is wel aanlokkelijk om zo verslag te doen; je hoeft als nieuwsmedium zelf geen standpunt in te nemen, het geeft een gevoel van neutraliteit.
Toch kies je op die manier, bewust of onbewust, wel degelijk partij. Stel je voor dat je wordt betrapt tijdens een inbraak en de volgende dag staat in de krant dat er zowel verontwaardiging als lof voor je actie is. Dan kom je verdomd goed weg, toch? Door de nadruk te leggen op het feit dat er verschillend wordt gedacht over de illegale aanval van de VS, help je Trump.
Datzelfde geldt voor politici die stellen dat het te vroeg is om te oordelen. Ook al hou je de situatie ‘nauwlettend in de gaten’: wie zwijgt, stemt toe. Daar kunnen invoelbare politieke redenen voor zijn, maar dat maakt het niet minder waar.
Een andere manier om zo’n illegale actie goed te praten, is door te beweren dat het nou eenmaal gaat zoals het gaat. Dat het naïef is om te denken dat machtige landen niet gewoon pakken wat ze pakken kunnen. Ik zou die manier van redeneren graag Kinneginnen noemen, naar Andreas Kinneging, de hoogleraar rechtsfilosofie van Universiteit Leiden. Deze week werd hij geïnterviewd in De Telegraaf, waarin hij volgens de koppenmaker gehakt maakt van de ‘hypocriete’ kritiek op Trump. Hij vertelt dat de wereld een „geopolitiek jungle” is – echt, meneer Kinneging? Vertel ons meer! – en dat daarin het recht van de sterkste geldt. We moeten dus „de Amerikanen op onze blote knieën danken dat zij nog naar ons omkijken”, waarvan akte.
Ten slotte waren er deze week veel media die berichtten dat de Amerikaanse aanval indruist tegen internationaal recht maar dat het tegelijkertijd, hoe zal ik het eens zeggen, ook wel vet was. Wat kunnen ze dat toch goed, die Amerikanen! „Een huzarenstukje”, noemde Amerikakenner Raymond Mens het in zijn podcast, dat vinden ze in de VS „van links tot rechts”. Pauw & De Wit opende de extra uitzending met een tirade van Maduro waarin hij nog „hele grote, stoere woorden” gebruikte tegenover Trump. En moet je hem nu zien! En wisten we wel dat de Amerikanen ter voorbereiding helemaal het huis van Maduro hadden nagebouwd?
Misschien willen we gewoon graag horen dat Trump het zo kwaad niet bedoelt. Wie nu pal voor het internationale recht gaat staan, is aan de verliezende hand. In een geopolitieke jungle waarin het recht van de sterkste geldt, is dat het laatste dat je wil.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC