Cultuurbeleid Steek meer geld in cultuur, schrijven de directeuren van vier grote cultuurfondsen in een brandbrief aan de formerende partijen. Wij vullen slechts aan, wij vervangen geen overheidsgeld, aldus de vier.
Het marmeren beeld Apollo-David van Michelangelo wordt op een sokkel geplaatst tijdens de inrichting van de tentoonstelling ‘De mannen van Michelangelo’ in het Teylers Museum in Haarlem. Veel musea hebben voor tentoonstellingen steun nodig van de grote cultuurfondsen. Maar volgens directeur Cathelijne Broers van het Cultuurfonds zijn “de grenzen bereikt” van wat de private fondsen kunnen bijdragen.
Verhoog het cultuurbudget met 250 miljoen euro per jaar. Houd de gunstige fiscale maatregelen voor private investeerders in stand. Investeer meer in de regio. Tot die maatregelen roepen vier directeuren van grote private cultuurfondsen de formerende partijen in Den Haag deze woensdag op in een brandbrief. „Publiek geld fungeert als hefboom voor privaat geld”, schrijven ze.
De directeuren, Cathelijne Broers (Cultuurfonds), Henk Christophersen (Fonds 21), Ronald Ockhuysen (VandenEnde Foundation) en Bernt Schneiders (VSBFonds), constateren een scheefgroei: terwijl het aandeel van het cultuurbudget in de totale rijksbegroting de afgelopen twintig jaar daalde van 0,47 procent naar 0,35 procent, bleven de private bijdragen nagenoeg gelijk. Dat strookt niet met de rol van de fondsen, die „aanvullend en niet vervangend is”, schrijven ze. Bij elkaar opgeteld staken de vier fondsen in 2024 zo’n 77 miljoen euro in kunst en cultuur. „We worden overvraagd, de grenzen zijn bereikt”, zegt Broers in een reactie tegen NRC.
Broers en de andere directeuren slaan nu alarm, omdat ze zien dat cultuur bij de kabinetsformatie „nauwelijks een rol” speelt. Hoewel het belang van cultuur erkend wordt in de verkiezingsprogramma’s – als aanjager voor innovatie, betere arbeidsvoorwaarden en ondernemerschap – is daar in de rijksbegroting weinig van terug te zien, constateren zij. „Wij zijn er voor de extra’s, de vernieuwing, de projecten – maar het fundament is en blijft een taak van de overheid.”
In hun pleidooi voelen ze zich gesterkt door een recent advies van de Raad voor Cultuur aan Gouke Moes, demissionair BBB-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, om de financiering van de cultuursector duurzamer en stabieler te maken. Als de overheid wil dat private financiers meer bijdragen aan cultuur, stelt de Raad voor Cultuur in zijn advies uit november, zal die eerst zelf het goede voorbeeld moeten geven. Er is een „budgettaire inhaalslag” nodig in de komende kabinetsperiode, met 250 miljoen euro extra per jaar.
De rol van cultuur is in een tijd van „grote maatschappelijke opgaven” belangrijker dan ooit, schrijven de directeuren in hun brief. Cultuur is „een randvoorwaarde voor een vrije, veerkrachtige en democratische samenleving”. Want: „Het is niet voor niets dat autocratische regimes beginnen met het inperken van culturele vrijheid.”
Wetenschappelijk onderzoek wijst bovendien uit dat kunst de mentale en fysieke gezondheid van burgers bevordert. Wereldgezondheidsorganisaties zien kunst al langer als strategie voor ziektepreventie en gezondheidsbevordering. „Voor OCW en SZW is dit een serieuze maatschappelijke opgave: integratie van cultuur binnen gezondheidsbeleid kan bijdragen aan preventie, verlichting bij ziekte en mentale veerkracht.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC