Negen jaar lang kon CIA-spion Aldrich Ames Amerikaanse geheimen aan de Russen verkopen voor hij in 1994 tegen de lamp liep. Hij schikte met justitie en werd veroordeeld tot levenslang. Maandag overleed hij in zijn cel.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De alarmbellen gingen al af toen Aldrich Hazen Ames in 1962 in dienst trad bij de Central Intelligence Agency (CIA). Zoals gebruikelijk bij de werving van medewerkers werd Ames onderworpen aan een test met een leugendetector. De twintiger claimde dat hij een misdrijf had begaan: de detector sloeg er niet op aan. Bij doorvragen bleek het grootspraak. De ‘misdaad’ was een kwajongensstreek – een gestolen fiets – die Ames als tiener had begaan.
Als de lat bij Amerika’s belangrijkste spionagedienst toen hoger had gelegen, was Ames nooit door de selectie gekomen. Dan waren er decennia later ook niet Russische informanten van de VS door de Russen terechtgesteld, en was Ames nooit in de gevangenis beland, waar hij maandag op 84-jarige leeftijd overleed.
Want de alarmbellen bleven afgaan, terwijl Ames steeds hogerop klom bij de CIA. Zijn prestaties werden bijna steevast als middelmatig beoordeeld. Drie buitenechtelijke affaires tijdens zijn eerste huwelijk werden ook weggewimpeld als ‘geen veiligheidsrisico’, terwijl de ontrouw Ames kwetsbaar maakte voor chantage.
Een ander bezwaar dat zijn bazen door de vingers zagen, was Ames’ drankzucht. Hij dronk zich vaak op het werk moed in. Ames werd onder invloed achter het stuur aangetroffen en ging na een feest op de ambassade in Rome laveloos onderuit op straat. Beneveld door de alcohol liet Ames een keer in de metro van New York een tas met gevoelige documenten achter. Die stommiteit had een Russische bron van de CIA de kop kunnen kosten, maar leidde slechts tot een tik op de vingers.
Zijn eerste buitenlandse post eind jaren zestig, op het CIA-kantoor in Ankara, was geen succes. Zijn baas daar gaf de leiding het advies om Ames een kantoorbaan te geven, op een plek waar een blind paard geen kwaad kon doen. Maar de CIA-bazen streken met de hand over het hart toen Ames Russisch leerde. Hij kreeg een functie bij de divisie die de Sovjet-Unie in de smiezen hield.
Tussen 1981 en 1983 was Ames korte tijd gestationeerd in Mexico-Stad. Zijn vrouw, met wie hij in 1969 was getrouwd, bleef achter in New York. Op de buitenpost stak Ames’ drankzucht de kop weer op. Tijdens een receptie maakte de spion met een slok te veel op luidruchtig ruzie met een Cubaanse diplomaat. Het incident baarde zijn meerderen zorgen, maar ze grepen niet in.
Daar bleven Ames’ missers niet bij. Hij verzweeg drie affaires, waaronder die met een cultureel attaché die op de Colombiaanse ambassade werkte: Maria del Rosaria Casas Dupuy, tevens informant van de CIA. Zij zou niet veel later de nieuwe mevrouw Ames worden. Een huwelijk met een buitenlander was niet verboden, maar had er wel toe moeten leiden dat de CIA zijn staat van dienst en persoonlijk leven diepgaand had moeten doorlichten. Het toezicht faalde evenwel opnieuw.
Pas toen hij in 1983 terugkeerde naar het hoofdkwartier van de CIA in Langley maakte Ames melding van de amoureuze relatie met Rosario. In dat jaar zou hij scheiden van zijn eerste vrouw, die alimentatie afdwong. Dat zou Ames 46 duizend dollar kosten, bijna anderhalve ton naar het huidige prijspeil. Ames zag zichzelf op een persoonlijk bankroet afstevenen. Ook omdat Rosario, eenmaal getrouwd, een gat in haar hand bleek te hebben. Bovenop haar koopdrift kwamen de belletjes die ze pleegde met haar familie in Colombia.
De financiële nood legde de voedingsbodem voor Ames’ verraad. In april 1985 trok de spion de stoute schoenen aan. Ames leverde bij de Sovjet-ambassade persoonlijk een envelop af met documenten over twee Russische KGB-spionnen die hadden gelekt naar de CIA. Ames vroeg als wederdienst voor de ontmaskering een bedrag van 50 duizend dollar. Dat betaalden de Russen prompt uit.
Het zou het begin zijn van een clandestiene verbintenis waarin Ames het lot bezegelde van zeker tien Russische informanten van de CIA. Ook verried hij meer dan honderd verborgen missies van de geheime dienst. Het leverde Ames zeker 2,7 miljoen dollar aan bloedgeld op. Niemand bij de CIA die aansloeg op zijn plotselinge rijkdom: het half miljoen dollar dat hij in cash neerlegde voor een nieuw huis en de Jaguar die hij elke dag in Langley parkeerde tussen de gezinsauto’s van zijn collega’s.
Toen het Amerikaanse spionnennetwerk in de Sovjet-Unie in de jaren tachtig door zijn hoeven ging, was het de CIA duidelijk dat er een mol in de inlichtingendienst zat. Toch duurde het tot 1993 voor er een formeel onderzoek kwam naar Ames. Een jaar later sloeg de FBI hem in de boeien. ‘Jullie hebben de verkeerde man’, zei Ames bij zijn arrestatie. Dat zou zijn laatste leugen blijken.
3x Aldrich Ames
In 1953 kwam de toen 12-jarige Aldrich erachter dat zijn vader onder een dekmantel werkte voor de CIA, toen het gezin korte tijd naar Myanmar (het toenmalige Birma) was verhuisd. Ook Ames senior had een drankprobleem en flopte als spion. Hij wist geen nieuwe informanten te strikken.
Nadat hij de eerste geheime informatie aan de Russen had verkocht, raakte Ames in paniek, zei hij in een interview met The New York Times in 1994. Hij was bang dat Russische CIA-informanten hem zouden aanwijzen als het lek, en besloot ze daarom allemaal in een keer te verlinken.
In het International Spy Museum in Washington is de blauwe brievenbus te zien die Ames gebruikte om te communiceren met zijn contactpersonen bij de Sovjet-ambassade in de residentie. Ames zette een krijtstreep boven het logo aan de zijkant van de postbus als hij een ontmoeting wilde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant