Home

Omarm de sneeuw, wees er juist blij mee, knerp tot je een ons weegt, vonden de buurman en ik

is columnist voor de Volkskrant

Deze dagen realiseer ik me meer dan ooit: ik vind bijna niets leuker dan me heel goed aankleden voor de sneeuw. Dit uit zich in het volgende uniform: legging, kniehoge merinowollen sokken erover, broek eroverheen, shirt, twee truien, twee jassen, een sjaal (een kleine! Een grote vangt te veel sneeuw), grote rode puntmuts, die Blundstone-laarzen die iedereen in Amsterdam al vijf jaar aanheeft, en over dit alles De Grote Regenjas.

En dan lekker stappen door de straten, zeker dat geen enkele vorm van koude of nattigheid tot de tent, nee, de warme yurt die jouw kleding vormt, zal doordringen.

Intens content met mezelf stapte ik zo met mijn oud papier en glaswerk naar de bakken toe, en kwam een buurman tegen. ‘Ga je nou net met déze sneeuw dít klusje doen?’, vroeg hij me, waarop ik met mijn luide, opgetogen sneeuwstem riep dat ik dat JUIST FIJN vond.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Hij herkende in mij een sneeuwoptimist, en eensgezind klaagden we over andere mensen die klagen over dit soort weer. Wees er juist blij mee, omarm de sneeuw, zie de schoonheid, knerp tot je een ons weegt, dat vonden die buurman en ik. Al moest ik er voor alle mensen die niet bij dit gesprek waren eerlijkheidshalve wel aan toevoegen dat het handig was dat ik zelf niet afhankelijk was van een trein, auto of vliegtuig en alles knerpend kon doen, deze dagen. Ik gebruikte mijn fiets niet eens meer, het was of lopen of met de tram, slow travelling op z’n best.

De buurman merkte op dat deze sneeuwdagen hem deden denken aan de coronatijd, zo stil en rustig, nergens verkeer of geluid, niemand een kant op, iedereen kalmpjes thuis achter z’n Zoom-scherm, sloom werkend met eventueel een leuke serie op de achtergrond.

Dat valt me vaker op over de coronatijd, dat mensen er achteraf zo ongelofelijk rooskleurig op terugblikken – de tijd van de kalmte, de rust, het milieu werd (even) niet (zo heel erg) vervuild, je had eindeloos de tijd om je tafel schoon te maken, we bakten brood, we keken naar binnen want we zaten de hele tijd binnen.

Ik zeg in die coronostalgische conversaties ook nooit eens dat ik in die tijd gek werd van het oplappen van kruimels, regelmatig mijn huis uitvluchtte en een keer een beetje een deftige tandenborstel ben gaan kopen in het kader van ‘lekker funshoppen’.

Corona, je bevallingen, je kutjeugd: je vervormt en reduceert het uiteindelijk allemaal tot een prachtige, sepiagekleurde herinnering die veel mooier is dan de realiteit ooit was.

En dat is het bijzondere aan sneeuw: dat is op het moment zelf al mooi. DUS GENIET ER NOU EENS VAN, MENSEN.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next