Home

Het probleem op het spoor? Hier valt geen poederig laagje, maar juist oer-Nederlandse plaksneeuw

Veel treinen reden woensdag niet vanwege het winterweer.

Ook de vrouw van natuurkundige en wetenschapsschrijver Diederik Jekel heeft zich, uitgeput door zijn sneeuw-gerelateerde natuurkundige weetjes, afgevraagd waarom haar man eigenlijk niet met de trein weg kan. Of in elk geval, dat is wat Jekel zelf als aanleiding geeft voor zijn uitlegfilmpje op sociale media. Er zijn een paar belangrijke redenen, zegt hij. „En één daarvan is heel erg vet, dat is natuurkundig en heeft met de quasi-liquid layer te maken.”

Maar allereerst, zegt hij, is het treinnetwerk van Nederland zo ongeveer het meest ingewikkelde van Europa. „We hebben zo’n 7.000 wissels.” Veel meer dan bijvoorbeeld Noorwegen of Zwitserland. Als er vervolgens iets misgaat met een wissel, dan „valt het stil”. En juist die wissels zijn met dit weer het probleem. Omdat als het sneeuwt in Nederland, het niet tien of zelfs twintig graden onder nul is, „maar rond de nul graden” blijft hangen. Het gevolg: oer-Nederlandse plaksneeuw, in plaats van de poederige sneeuw die ze in écht koude landen hebben.

In ijs houden „watermoleculen elkaar stevig vast”, zegt Jekel. „In een kristalrooster.” De moleculen aan de randen van sneeuw, die hebben aan de buitenkant „geen vriendjes om aan vast te houden” en gaan ze dus maar gewoon een beetje hun eigen weg. Dat maakt dat de sneeuw in Nederland uiterst geschikt is voor het maken van sneeuwpoppen en sneeuwballen – maar het plakt dus óók heel lekker aan de wissels van treinsporen.

Meteoroloog en glacioloog Peter Kuipers Munneke bekeek het filmpje van Jekel. „Hij heeft gelijk, sterker nog, we hebben best vaak sneeuw die valt terwijl de temperatuur onderin de atmosfeer helemaal niet onder nul is. Dan heb je niet alleen de dangling bonds waar Jekel het over heeft, maar zelfs een vloeibare fractie ín de sneeuw.” Hij heeft het, zegt hij, vanochtend zelfs „proefondervindelijk vastgesteld” toen hij zijn stoepje ging sneeuwscheppen. „Dan voel je hoe het vastgeplakt zit aan de stenen.”

Kunnen we het oplossen? ‘Absoluut’

Heel anders dus dan de „poederige sneeuw die wegstuift als er een trein aankomt” in koudere landen, zegt Jekel in het filmpje. „Is het te voorkomen?”, vraagt Jekel in de camera. „Absoluut. Dakje erboven bouwen. Permanent verwarming aanbrengen. Prima. Kost gewoon, weet ik veel? Een paar miljard. Maar willen we dat er echt aan uitgeven? Voor die paar dagen in het jaar dat het sneeuwt?”

Dit weer is inderdaad ondertussen heel zeldzaam, zegt Kuipers Munneke. „De laatste keer was 2021, bijna vijf jaar geleden. Ik denk dat we gewoon moeten accepteren dat we het dus ééns in de vijf jaar even zo moeten doen.” Een paar dagen mopperen op het spoor, in plaats van gigantische uitgaven aan het spoor die vervolgens elders bezuinigd moeten worden – of worden doorgevoerd in de prijs van een treinreis. „Dit lijkt me een rationele kosten-batenanalyse, die hier aan ten grondslag ligt.”

Van Jekel hoeft het persoonlijk ook niet, verwarmde wissels of afdakjes. „Zijn ze gek bij de NS? Nou.. weet ik niet. Maar ze zijn in elk geval niet dom, ze weten hoe hun treinzaken werken.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next