Home

‘Als migrant voel je dankbaarheid. Maar ik ben ook gekleineerd, uitgelachen, uitgescholden’

Oeigoer Ahmedjan Kasim (29) vond ogenschijnlijk moeiteloos zijn weg in Nederland. Hij spreekt de taal vloeiend, werd actief voor de VVD. ‘Maar soms denk ik: waar is al dat integreren goed voor geweest? Ik zal altijd als buitenlander worden gezien.’

is historicus en schrijft over cultuur en maatschappij.

5 juli 2009 was een sleutelmoment in het leven van Ahmedjan Kasim. De toen 13-jarige Kasim was die dag alleen thuis met een vriend in zijn appartement in Ürümqi, de hoofdstad van de Chinese provincie Xinjiang. ‘Oeigoeren noemen het gebied liever Oost-Turkestan, Uyghurstan of Veten’, zegt Kasim vanuit zijn woonkamer van zijn benedenwoning, ergens in Gelderland. Waar hij precies woont, wil hij liever niet zeggen, uit angst voor de lange arm van Beijing.

‘Onze moeders waren naar de binnenstad voor een etentje. Op een gegeven moment hoorden we knallen. Uit het raam zagen we zwarte rook. De tante van mijn vriend belde en zei: ‘Doe alle deuren goed dicht en ga vooral niet naar buiten.’ Toen werden we bang. We probeerden op internet erachter te komen wat er aan de hand was, maar het internet viel uit.’

In de tweewekelijkse serie ‘Eerste generatie’ laat de Volkskrant mensen aan het woord die als eersten van hun familie naar Nederland kwamen. Waarom namen zij afscheid van hun land, welk leven lieten ze achter en hoe bouwden ze een nieuw bestaan op?

Honderden Oeigoeren waren die 5de juli de straat opgegaan om te demonstreren tegen de Chinese overheid. De betogers eisten een onderzoek naar een vechtpartij in een Zuid-Chinese fabrieksstad waarbij twee Oeigoerse arbeiders door Han-Chinezen waren doodgeslagen. ‘Maar het ging niet alleen om die arbeiders’, zegt Kasim. ‘De demonstratie was een optelsom van jarenlange frustratie over de manier waarop Oeigoeren al sinds jaar en dag als tweederangsburgers worden behandeld.’

Het vreedzame protest ontaardde in rellen na hard politieoptreden. Het geweld richtte zich ook tegen Han-Chinezen in de stad, waardoor tientallen doden vielen. Wraakacties volgden, met tientallen Oeigoerse slachtoffers. Daarna arresteerde de overheid honderden Oeigoeren; meer dan twintig kregen de doodstraf.

‘Om half 10 kwamen onze moeders eindelijk thuis. Ze hadden zich te voet – er reed geen auto, bus of taxi meer – vanuit het centrum naar huis gehaast toen de onrust het restaurant had bereikt. Pas jaren later vertelde mijn moeder dat ze over de lijken heen had moeten stappen. Kort nadat mijn moeder thuis was, viel het licht uit in heel Ürümqi.

‘De volgende ochtend was de elektriciteit weer aangesloten en zag ik op tv hoe de Chinese staatsmedia de demonstranten neerzetten als terroristen, aangestuurd door het buitenland, waartegen vanzelfsprekend hard opgetreden moest worden. Er werd een maandenlange lockdown aangekondigd.’

Hoe veranderde je leven na 5 juli?

‘Op straat verschenen militaire konvooien en patrouilles. Het werd stil in de stad, waar het juist altijd heel levendig was. Bijeenkomsten waren verboden. Ik zag nauwelijks nog jonge mannen op straat. Er deden geruchten de ronde dat ze werden opgepakt.

‘De politieke discussies waren als kind altijd langs mij heen gegaan. Ik zat op een Chinese basisschool en sprak goed Mandarijn. Ik had de discriminatie van Oeigoeren wel altijd gezien. Ik kende de affiches van vacatures waarop stond ‘niet voor Oeigoeren’. Ik weet ook nog hoe uit het niets een buspassagier in elkaar werd geslagen bij een wachtpost. Na 5 juli ging ik me voor het eerst afvragen: waarom gebeurt dit allemaal? Wat zegt dit over mij als Oeigoer? En ik realiseerde me: in de ogen van de Chinees ben ik de ander.’

‘Mijn moeder twijfelde al jaren of haar zoon wel een toekomst zou hebben in China. Ze had een baan bij een toerismebureau dat onder toezicht stond van de Chinese overheid en regelde reizen vanuit Ürümqi naar voormalige Sovjet-landen in Centraal-Azië. Een maand na de demonstratie maakte ze een zakenreis naar Istanbul. Daar kreeg ze een telefoontje van een collega die haar waarschuwde niet terug te keren. Mijn moeder was op 5 juli vastgelegd op camerabeelden in de stad, en dat voor de overheid genoeg bewijs om haar als verdachte te bestempelen. Ter plekke moest ze beslissen wat ze zou doen. Ze koos ervoor door te vliegen naar Nederland en heeft daar asiel aangevraagd.’

Wanneer zag je je moeder weer?

‘Na 831 dagen. Ik woonde afwisselend bij mijn oma’s. Mijn ouders waren gescheiden en mijn vader werkte in een andere provincie. De laatste maanden kwam hij terug om voor me te zorgen. Kort na het vertrek van mijn moeder was er een inval in onze woning en namen geheim agenten mijn paspoort in. Ik kon mijn moeder dus niet meteen achterna.

‘Gek genoeg waren het best mooie jaren. Ik was een tiener en vond het eigenlijk wel relaxed dat m’n strenge moeder niet de hele tijd op mij lette. Mijn vrienden werden mijn familie. Met een tiental vrienden speelde ik elke dag. Voetballen, belletje trekken, vuurtje stoken, aardappels poffen in de kolen, vanaf het balkon van de flat in vijf meter diepe sneeuw springen.

‘Na tweeënhalf jaar kreeg ik – via allerlei omwegen en contacten van mijn moeder –mijn paspoort terug. Via de Nederlandse ambassade kreeg ik een visum. Mijn moeder wilde dat ik zo snel mogelijk naar Nederland zou komen. Maar mijn vader wilde liever dat ik bij hem bleef.

‘Ik zat op een dag thuis met mijn vader, ooms en oma toen mijn oma me ineens voor het blok zette: ‘Kom er maar even bij Ahmedjan, wat kies je?’ Het is een moment waaraan ik liever niet terugdenk. Ik heb mijn vader zoiets gezegd als: ‘Ik kom regelmatig terug om jou te bezoeken.’

Waar is je vader nu?

‘Hij is in 2017 opgepakt en tot vijftien jaar ‘heropvoedingskamp’ veroordeeld. Ik heb geen idee waarvoor. Ik krijg ook geen contact met hem. Ik hoop dat hij er levend uitkomt, zijn gezondheid was al niet goed.

‘Mijn vlucht bracht hem onder de aandacht van de Chinese overheid, dat weet ik. Buitenlandse contacten worden als strafbaar beschouwd. In datzelfde jaar werden op grote schaal Oeigoeren opgepakt, als onderdeel van Xi’s militaire operatie ‘Hard optreden tegen gewelddadig terrorisme’.’

Spreek je je jeugdvrienden nog?

‘Nee. Iedereen heeft me stuk voor stuk ontvriend op WeChat, een soort Chinese WhatsApp. ‘Om veiligheidsredenen’, stond er soms bij.’

Kasim geeft een zacht klopje op zijn broekzak.

Wat zit er in je zak?

‘O, ja. Daar zit mijn telefoon. Ik heb de foto’s van mijn vrienden opgeslagen onder de favorieten. Wil je ze zien?’

Hij pakt zijn telefoon en scrolt: ‘Even kijken. Dit is Malik. Hij had de bijnaam giraffe, omdat hij de langste was van iedereen. En Bora, hij was mijn beste vriend. Hij was voor niemand bang en zocht met iedereen ruzie. Echt een straatschoffie. Maar voor zijn vrienden ging hij door het vuur.

‘Ook Zakiyat had me in 2017 zonder aankondiging van WeChat verwijderd. Twee jaar later kreeg ik ineens toch een bericht van hem. ‘Ik heb jou zo lang niet gesproken!’, schreef hij. ‘Ik mis je.’ En bombardeerde me met foto’s en filmpjes van bekende plekken in Ürümqi. Hij had ook een filmpje voor me opgenomen waarop hij op zijn gitaar een Oeigoers liedje speelt. ‘Vede’, heet het, dit betekent ‘belofte’ en gaat over jong zijn, liefde en broederschap. We zongen het altijd samen. ‘Weet je dit nog?’, vroeg Zakiyat aan me. Ik wist het zeker nog.’

Wat stuurde je terug?

‘Vrijwel niets. Ik wilde hem zo veel vertellen, maar hield me in. Ik wilde hem niet verder in gevaar brengen.’ Kasim stopt zijn telefoon terug. ‘Maar goed, dat is ook alweer zes jaar geleden.’

In november 2011 vloog Kasim via Beijing en Moskou naar Amsterdam. Zijn moeder stond na de schuifdeuren op hem te wachten. ‘In de trein naar Ede-Wageningen kon ze alleen maar glimlachend naar me kijken.’ Hij doorliep mavo, mbo en hbo en studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht. Intussen werd zijn moeder voortdurend geïntimideerd door agenten van de Chinese Communistische Partij. In 2020 besloot hij zich actief te gaan verzetten tegen het repressieve beleid van China. Hij sprak in de media over de Oeigoerse strijd en publiceerde in 2022 een boek over zijn ervaringen.

Je schrijft dat je na een paar jaar in Nederland steeds meer van de vrijheid begon te proeven die je nooit eerder had gehad. Je kon je mening uiten op school, Oeigoers spreken als je wilde. ‘Het enige dat je in Nederland moet doen, is hard werken. En dat kan ik wel.’

Kasim zucht. ‘Ik moet eerlijk zeggen dat er veel gebeurd is sinds de publicatie van het boek.

‘Eerste generatie migranten, zoals ik, voelen veel dankbaarheid. En dat is terecht, ik bén hier ook veilig. Ik had geen angst meer dat iemand me na school stond op te wachten. Maar ik ben ook gekleineerd door leraren, uitgelachen door leerlingen, uitgescholden op het voetbalveld, nageroepen op straat en etnisch geprofileerd. De momenten waarop ik gediscrimineerd ben in dit land zijn talrijk. Maar lange tijd zag ik dat niet zo. Ik dacht: alles valt in het niet bij het allesbepalende racisme dat ik uit mijn jeugd kende. Alles wat minder heftig was dan dát, voelde als vrijheid.

‘In 2022 deed ik voor de VVD mee met de gemeenteraadsverkiezingen in Ede, maar kort daarna heb ik mijn lidmaatschap opgezegd: ik kon me niet meer vinden in de koers die ze op asiel namen. Na de val van het vierde kabinet Rutte en de winst van de PVV in 2023, brak er iets bij me. In het hart van onze democratie was daar ineens de politieke legitimatie van al dat sluimerende racisme in de samenleving. Die ‘nareis op nareis’-uitspraak van Yesilgöz ging ook over mij. Het was alsof de partij in mijn gezicht had gezegd: je had eigenlijk niet naar je moeder toe mogen komen.

‘Ik heb de taal geleerd, ik heb gestudeerd, een baan als ambtenaar, een leven opgebouwd. Ik ben niet opgegroeid met de vraag ‘Hé, hoe was je weekend?’, maar prima, als dat de norm is, doe ik mee. Soms denk ik: waar is al dat integreren goed voor geweest? Ik zal altijd als buitenlander worden gezien.’

Hoeveel talen spreek je?

‘Vijf. Oeigoers, Mandarijn, Nederlands, Engels en Turks. Ik ben nu Russisch aan het leren. Ik heb een talenknobbel, daar heb ik geluk mee. Vroeger zag ik het altijd als compliment als mensen zeiden: ‘Wat spreek je goed Nederlands.’’

Is dat dan geen compliment?

‘Het is vaak goed bedoeld, maar soms dient het ook als meetlat waarlangs iemands integratie wordt gelegd. Het is een manier om aan te geven: jij bent de uitzondering. Het doet me denken aan ‘de complimenten’ die ik van Han-Chinezen kreeg over mijn Mandarijn. ‘Jij bent wél een goede Oeigoer’, zeiden ze.

‘Ik ben in therapie gegaan om trauma’s te verwerken. Daar leerde ik over de integratieparadox: hoe hoger opgeleid je bent, hoe homogener de groep, en hoe meer uitsluiting je ervaart. Ik voelde me lange tijd inderdaad eenzaam. Ik miste de veilige haven van vrienden waar ik mezelf kon zijn.

‘Het gaat nu iets beter. Ik heb geleerd minder kritisch naar mezelf te zijn en meer plezier te maken. En de samenhorigheid die ik in Nederland mis, heb ik gevonden onder Oeigoeren in heel Europa.’

Sommige namen en plaatsen zijn om veiligheidsredenen geanonimiseerd.

Oeigoeren vormen een etnische minderheid in China en leven voornamelijk in Xinjiang, een Chinees wingewest sinds 1949. Ze spreken een Turkse taal en zijn grotendeels moslim. De Chinese overheid voert een beleid van sinificatie, gericht op het ‘Chinezer’ maken van economie, cultuur en samenleving, onder meer door vestiging van Han-Chinezen te stimuleren. Sinds 2017 zijn naar schatting een miljoen Oeigoeren en andere islamitische minderheden opgesloten in heropvoedingskampen, waar sprake is van indoctrinatie, dwangarbeid en mishandeling. China rechtvaardigt dit beleid als strijd tegen terrorisme, extremisme en separatisme. Onder meer Nederland en de Verenigde Staten spreken van genocide. Oeigoerse extremisten plegen sinds de eeuwwisseling aanslagen, die steeds professioneler zijn geworden. Naar schatting wonen ruim tweeduizend Oeigoeren in Nederland.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next