Home

Angstcultuur gaat vooral over gevoelens, en die zijn erg subjectief

is bestuurskundige en filosoof.

Afscheid nemen van de term angstcultuur – dát zou ik een mooi begin van het nieuwe jaar vinden. Want die term is inmiddels veel te populair. Ze speelde onder meer een rol bij het ontslag van Birgit Donker als directeur van het Nederlands Fotomuseum. De term zorgde ervoor dat Matthijs van Nieuwkerk opstapte bij De Wereld Draait Door. En ze maakte dat ons parlement met het vertrek van Khadija Arib een prominent Kamerlid verloor. Dergelijke klachten over leidinggevenden staan niet op zichzelf. Volgens de FNV ervaart bijna 40 procent van alle personeel op de werkvloer een gebrek aan sociale veiligheid.

De gebeurtenissen volgen vaak een vast patroon. Eerst klagen medewerkers over het intimiderende, autoritaire, onvriendelijke, impulsieve, opvliegende, grensoverschrijdende, bruuske of dwingende optreden van hun leidinggevende. Vervolgens stelt een commissie vast dat er inderdaad een angstklimaat bestaat. Die conclusie wordt niet zelden via diverse media gelekt, zodat de buitenwacht alvast een oordeel kan vormen. Ten slotte moet de verdachte het veld ruimen zonder zijn of haar kant van het verhaal te kunnen uitleggen, laat staan dat er sprake is van juridisch deugdelijke werkwijze.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nog los van het feit dat dit laatste in een rechtsstaat onacceptabel is, vind ik angstcultuur een waardeloos begrip. Het zegt dat medewerkers van een organisatie zich gekwetst voelen en dat is uiteraard een betreurenswaardig iets. Maar het gaat vooral over gevoelens en die zijn erg subjectief. Bovendien zijn er zeer diverse gedragingen in het geding, variërend van pesten van tot lichamelijk geweld. Je kunt dat wel over één kam scheren door te spreken over een gebrek aan sociale veiligheid, maar wellicht is juist die generalisatie een deel van het probleem. Ten slotte wordt de vraag naar het eigen aandeel van de klagers nauwelijks gesteld.

Intussen vormt dat toegenomen klagen zelf een intrigerend fenomeen. Wat is er veranderd bij ministeries, ziekenhuizen, omroepen, universiteiten, bedrijven en andere organisaties dat leidinggevenden zo vaak de fout in gaan? De neoliberale verheerlijking van betere prestaties, onderlinge rivaliteit en daadkrachtige managers zal meespelen, maar dat is niet het enige. Ik noem drie ontwikkelingen die er evengoed aan bijdragen dat de term ‘angstcultuur’ zo populair geworden is.

Ten eerste deed zich een streven naar democratisering voor. We gingen vanaf de jaren zestig de menselijke gelijkwaardigheid omarmen en wilden ons niet langer onderwerpen aan machthebbers of gezagsdragers die bepalen hoe wij ons werk moeten doen. Er zijn nog altijd bazen, werkgevers of leidinggevenden, maar die moeten hun ondergeschikten wel met het nodige respect bejegenen. Een boven ons gestelde die eigenzinnig, ongeduldig of veeleisend is, wordt dan al snel te veel.

Ten tweede nam de tendens tot moralisering toe. Daarmee doel ik op de neiging om bij intermenselijke conflicten of spanningen partij te kiezen voor het slachtoffer. Dat geldt het meest duidelijk bij geweldpleging maar evengoed bij minder ernstige zaken als discriminatie, intimidatie of vernedering. Het oude christelijke medeleven met zwakkeren en kansarmen werkt in het geseculariseerde Nederland nog altijd sterk door.

Ten derde trad er een zekere feminisering op en wel in die zin dat de deelname van vrouwen aan het publieke leven duidelijk gestegen is. Hun rol was al groot bij de zorg, het onderwijs, de overheid en andere sectoren waar het om menselijke relaties gaat en waar je een zekere gevoeligheid voor de ervaringen van anderen moet opbrengen. Maar de daarbij vereiste empathie moet nu ook elders worden opgebracht. Dan geeft het meer vierkante gedrag van traditionele mannen al gauw ergernis.

Op zichzelf is er niets verkeerd met de genoemde strevingen. Ze kunnen in beginsel best beschavend werken. Maar je moet wel maathouden en precies daar lijkt er iets mis te gaan. In elk geval hebben we geen waardering meer voor het harde, zakelijke, hiërarchische, rationele en functionele gedrag dat kenmerkend was voor een klassieke mannelijke cultuur. Bijgevolg nam ook ons vermogen tot het incasseren van tegenslagen af. Dat zo’n 40 procent van onze jongeren inmiddels onder stress, prestatiedruk en andere mentale klachten lijdt, zegt genoeg.

We moeten afwachten hoe het verder gaat. Maar de dingen zouden ook verrassend snel kunnen veranderen als we met een oorlogsdreiging in het oosten geconfronteerd worden, als de VS hun economische macht tegen Europa doorzetten, als de Chinezen ons belagen met Artificial Intelligence of als de fysieke infrastructuur bezwijkt door klimaatverandering.

Onze waardering voor de klassiek mannelijke vaardigheid om het hoofd te bieden aan angsten, gevaren en onzekerheid neemt dan ongetwijfeld toe.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next