Het Nederlandse tennistalent Mees Röttgering gaat collegetennis in de Verenigde Staten spelen. De voormalige nummer één van de wereld bij de junioren wil via het universiteitscircuit de stap naar de mondiale tennistop maken. "Aan mijn ambities is niks veranderd."
Ongeveer een jaar geleden bracht toernooidirecteur Richard Krajicek het nieuws naar buiten dat Röttgering een wildcard had gekregen voor het ABN AMRO Open, Nederlands grootste tennistoernooi. Als zeventienjarige mocht de jonge Limburger half februari op het centercourt van Ahoy ruiken aan het grote werk. Een stunt zat er niet in, maar de potentie was duidelijk zichtbaar bij de finalist van het juniorentoernooi van Wimbledon in 2024.
Maar een goede juniorentijd biedt geen garantie voor een snelle doorbraak bij de senioren, zo is de afgelopen decennia vaker gebleken. De linkshandige Röttgering - samen met de één jaar jongere Thijs Boogaard beschouwd als de Nederlandse hoop voor de toekomst - maakte afgelopen jaar weliswaar stappen, maar de weg naar de top is nog lang. De nummer 623 van de wereld heeft nu weloverwogen gekozen voor de route via het collegetennis.
"Paul Haarhuis, die in het verleden zelf ook collegetennis heeft gespeeld, heeft me in contact gebracht met de Wake Forest University", zegt Röttgering vanuit de VS tegen NU.nl. "Dat is de regerend kampioen van de Verenigde Staten. Eind vorig jaar ben ik hier al geweest en ik had direct een goede band met de spelers en coaches. Komend weekend begint het nieuwe seizoen."
Röttgering zegt "lang te hebben nagedacht" over de belangrijke stap in zijn prille loopbaan. "Maar omdat ik in het zuiden van Nederland woonde, was het ontzettend lastig trainen in Nederland. Dan zit ik gewoon twintig uur per week in de auto", vertelt het talent. Het Nationaal Tennis Centrum is in Amstelveen gevestigd. "En hier in Amerika kreeg ik een goed programma aangeboden. En ik krijg er natuurlijk ook goed voor betaald, maar dat is zeker niet de voornaamste reden."
De laatste jaren is de populariteit van de collegetennisroute op weg naar de top toegenomen. Zo'n twintig jaar geleden slaagde onder anderen John Isner erin via het universiteitstennis door te breken, maar heel gangbaar was het niet. John McEnroe en Jimmy Connors bewandelden het pad in het verleden ook, maar voor hen was de keuze als Amerikanen eenvoudiger.
Tegenwoordig is het collegetennis een beproefd recept en staan er liefst zestien spelers met een collegeverleden in de mondiale top honderd. Nummer acht van de wereld Ben Shelton is de bekendste. Röttgering wil zijn voorbeeld maar al te graag volgen.
"De top bereiken blijft 100 procent mijn doel. Ik ga niet naar Amerika omdat ik wil studeren en tennissen zo leuk vind. Zo sta ik er totaal niet in", benadrukt Röttgering, die slechts een beperkt aantal vakken volgt. "Het niveau van collegetennis is de afgelopen tien jaar enorm gestegen. Er spelen ook gewoon jongens die in de top driehonderd van de ATP staan."
Röttgering zegt van zijn universiteit de vrijheid te krijgen ook punten voor de wereldranglijst te verzamelen. "Ze zijn heel flexibel. De coaches verlangen in bepaalde weken dat ik erbij ben, maar in sommige weken krijg ik ook vrijaf, bijvoorbeeld als we tegen een wat minder team spelen. Ik zal heel veel toernooien in de Verenigde Staten afgaan. Voorlopig zal ik dus wel wat minder op gravel spelen."
Röttgering draaide vorig jaar voor het eerst een heel seizoen mee op de seniorentour. De voormalige lijstaanvoerder bij de junioren begon 2025 als nummer 868 en steeg een plek of 250. Een proftitel ontbreekt nog op zijn erelijst en hij leed meer nederlagen dan hij als jeugdspeler was gewend.
"Het was eigenlijk een matig of slecht jaar, maar qua resultaten viel het nog wel mee. Ik moet gewoon constanter worden. Maar het reizen bij de senioren is me goed bevallen. Meer dan bij de junioren heb je soms het gevoel: waar ben ik nu weer beland?"
Deze week heeft Röttgering dat gevoel niet, want hij speelt een zogenoemd Future-toernooi (de laagste categorie van het proftennis) in Winston-Salem. Het complex ligt op steenworp afstand van zijn universiteit. Daar is hij vlak voor zijn start van het nieuwe seizoen nog bezig met de weg vinden op de campus. "Ik zie wel hoelang ik hier blijf. Dat kan vijf maanden zijn, maar ook zomaar vier jaar."
Source: Nu.nl sport