Het regime in Teheran worstelt met de binnenlandse protesten tegen de economische crisis. Als het die hard neerslaat, kan Washington in actie komen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Het gevaar voor de leiders van het Iraanse regime komt van twee kanten. Burgers gaan massaal de straat op om te protesteren tegen de torenhoge voedselprijzen, maar het is voor Teheran lastig om hard op te treden omdat de Amerikaanse president Donald Trump dreigt in te grijpen als er ‘vreedzame demonstranten’ worden gedood.
Vorige week stelde Trump al op zijn platform Truth Social dat de VS de demonstranten te hulp zullen schieten als zij ‘op gewelddadige wijze worden gedood’. Dat dreigement herhaalde hij afgelopen zondag aan boord van Air Force One – een dag nadat de Venezolaanse president Nicolás Maduro door Amerikaanse troepen was ontvoerd.
Voor het geval de boodschap niet duidelijk genoeg was, publiceerde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verschillende dreigende tweets op haar Perzisch-talige account op X. ‘Trump is een man van actie’, staat er bij een foto van de Amerikaanse president die kijkt hoe de operatie tegen Maduro verloopt. ‘Mocht je het nog niet weten, dan weet je het nu.’
‘Deze dubbele druk beperkt de ruimte waarin Teheran kan manoeuvreren’, zei een Iraanse functionaris tegen persbureau Reuters. ‘Leiders zitten klem tussen de woede van de bevolking en de steeds harder wordende eisen en dreigingen vanuit Washington. Er zijn weinig haalbare opties en grote risico’s op elke mogelijke weg.’
Vooralsnog gaat het regime confrontaties met haar burgers niet volledig uit de weg. Cijfers zijn moeilijk te krijgen, maar volgens mensenrechtenactivisten wordt er soms met scherp geschoten op demonstranten en zijn hierbij al zeker 29 mensen gedood, onder wie vier kinderen. Human Rights Activists Iran, een organisatie die vanuit de VS werkt, meldt dat zeker twaalfhonderd mensen zijn gearresteerd.
Het is vooralsnog onduidelijk of de VS daadwerkelijk zouden ingrijpen of op welke manier zij dat zouden doen. In juni voerde de Amerikaanse luchtmacht samen met Israël aanvallen uit op Iraanse nucleaire installaties en Israël stelt ook nu weer aanvallen te overwegen. Niet vanwege de demonstraties (die door de Israëlische premier Netanyahu worden aangemoedigd), maar omdat Teheran volgens Israëlische inlichtingendiensten haar ballistische raketprogramma fors heeft opgevoerd.
Drie hoge Iraanse functionarissen vertelden The New York Times eerder deze week dat vooraanstaande leden van de leiding van de Islamitische Republiek in besloten gesprekken hebben toegegeven dat het regime in een overlevingsmodus is beland. Ze zouden weinig middelen hebben om de economische situatie of de dreiging van een nieuw conflict met Israël en de Verenigde Staten het hoofd te bieden.
Dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn, heeft de Iraanse president Masoud Pezeshkian de afgelopen weken herhaaldelijk gezegd. Hij verklaarde dat hij ‘geen ideeën’ had voor de vele problemen van Iran, en vroeg het ministerie van Binnenlandse Zaken om mild te blijven. ‘Elk beleid in de samenleving dat onrechtvaardig is, is gedoemd te mislukken’, zei de president vorige week donderdag in een toespraak. ‘Accepteer dat we naar het volk moeten luisteren.’
Wanhoop over de hoge prijzen heeft mensen massaal de straat op gedreven. De Iraanse munt is in zes maanden tijd 40 procent minder waard geworden, en de inflatie in december steeg naar 52 procent. Voedsel is gemiddeld 72 procent duurder geworden en brood kost 113 procent meer dan een half jaar geleden.
De demonstraties zijn ondertussen uitgegroeid tot de grootste protestgolf in Iran van de afgelopen jaren. Het begon vorige week zondag toen winkeliers op de bazaar van Teheran hun deuren sloten en ondertussen wordt er in meer dan honderd plaatsen gedemonstreerd. Maar terwijl de meeste grote protestbewegingen van de afgelopen jaren draaiden om pro-democratische eisen van de stedelijke middenklasse, ligt het zwaartepunt dit keer in de arme wijken, de dorpen en de kleine provinciesteden omdat de financiële pijn hier het meest gevoeld wordt.
Tijdens de protesten worden er slogans tegen het regime geschreeuwd, waaronder ‘dood aan de Islamitische Republiek’ – wat de woede jegens het leiderschap onderstreept. Veel van deze demonstraties lopen uit de hand. Overheidsgebouwen zijn aangevallen, auto’s in brand gezet en er vonden hevige botsingen plaats tussen (veelal) jonge mannen met veiligheidstroepen.
De protesten vormen een enorme uitdaging voor de autoriteiten die proberen om de sfeer van nationale eenheid vast te houden die in juni tijdens de Amerikaans-Israëlische aanvallen ontstond. Hoewel de autoriteiten de economische grieven van de demonstranten wel erkennen, proberen ze de de onrust toe te schrijven aan buitenlandse inmenging. Zo zei de politiechef van het land zondag dat protestleiders die zijn gearresteerd, hebben bekend dat zij dollars hebben ontvangen.
De maatregelen die de regering tot nu toe heeft genomen (zoals het vervangen van de gouverneur van de centrale bank, het uitdelen van voedselbonnen en het aankondigen van wijzigingen in het valutabeleid) zetten echter weinig zoden aan de dijk. Om de economie daadwerkelijk te herstellen, zijn ingrijpende beleidswijzigingen nodig. De Iraanse regering lijkt echter niet bereid om bijvoorbeeld een nucleair akkoord met Washington te sluiten om de sancties op te heffen, of de corruptie harder aan te pakken.
De huidige protesten zijn nog niet zo groot als in 2022, toen mensen na de dood van de 21-jarige Masha Amini massaal de straat op gingen. De jonge vrouw was gearresteerd omdat haar hoofddoek niet goed zat, en kwam vervolgens om op een politiebureau. Ook toen werden de demonstraties met harde hand neergeslagen: volgens mensenrechtenorganisaties zijn toen 551 mensen gedood.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant