Home

Ontwikkelingslanden boos om CO2-taks van EU: 'Protectionisme'

Sinds deze week heft de EU een CO2-taks aan de grens. Die moet de uitstoot verminderen en de Europese industrie beschermen tegen concurrentie uit het buitenland. Daar stuit de groene importheffing juist op felle weerstand.

Wie producten zoals staal, cement of kunstmest naar Europa importeert, moet sinds deze week een stuk meer betalen. Reden is de invoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism: CBAM.

Dat zorgt ervoor dat meer dan 300 producten, waar tijdens de productie veel CO2 bij is uitgestoten, aan de grens worden belast. Bedrijven moesten dit eerder al rapporteren, maar nu is het systeem officieel ingegaan. Er is veel te doen om de maatregel, die wordt gezien als een van de belangrijkste onderdelen van de Green Deal.

Binnen Europa geldt al jaren een soortgelijk systeem. Bedrijven moeten uitstootrechten kopen. Het aantal rechten dat beschikbaar is, wordt elk jaar kleiner. De nieuwe CO2-heffing moet de markt eerlijker maken, door de buitenlandse concurrenten van Europese bedrijven hetzelfde bedrag te laten betalen voor hun uitstoot.

Ook moet het systeem voorkomen dat vervuilende activiteiten worden verplaatst naar landen waar geen of minder strenge klimaat- en milieuwetten gelden. Het klimaat is er niet bij gebaat als uitstoot naar het buitenland verkast. De impact van CBAM is nog klein, omdat het nu om 3 procent van alle import gaat. Maar op termijn kan het volgens OESO wél veel CO2 schelen doordat productie schoner wordt.

De invoering van de Europese importheffing is best een "big deal", denkt CO2-marktspecialist Jos Cozijnsen. Maar hij heeft ook zijn twijfels, omdat vrijhandel wereldwijd onder druk staat. "Met alle handelsbelemmeringen van nu, zoals de importheffingen van Trump, zie je het effect bijna niet meer."

Bovendien moeten bedrijven in de EU ook al meer gaan betalen voor de eigen uitstoot, omdat de gratis uitstootrechten verdwijnen. Het is daarnaast de vraag of CBAM alle problemen van de industrie oplost, zoals de extreem hoge energiekosten en concurrentie uit China.

De invoering wordt daarnaast al snel politiek beladen. Op de klimaattop in Belém vorig jaar was veel te doen over de Europese maatregel. Onder meer Indonesië, Zuid-Afrika en India zijn fel tegen. Zij vinden dat de EU hun economie, die deels op vervuilende olie en kolen draait, dwarszit. BRICS-landen noemden de maatregel "protectionistisch".

Cozijnsen begrijpt dat: "Je legt hiermee vooral een heffing op aan ontwikkelingslanden." In internationaal klimaatbeleid is juist vastgelegd dat deze landen meer tijd hebben om hun klimaatdoelen te halen en de economie te vergroenen. "Het is eigenlijk onrechtvaardig om die landen nu strengere normen op te leggen", zegt hij.

Neem Mozambique, een land dat qua aluminiumexport voor 54 procent afhankelijk is van de EU. CBAM kan voor een daling van bijna 2 procent in het BNP zorgen, schrijven onderzoekers van Clingendael. Volgens ontwikkelingsorganisaties worden Afrikaanse landen het hardst getroffen door de heffing.

Tegelijkertijd zien experts dat de groene importheffing ook andere landen in beweging krijgt. Onder meer Turkije, China, Canada, het Verenigd Koninkrijk en sommige Balkanlanden overwegen nu stappen om CO2-uitstoot duurder te maken.

Landen die zelf zo'n systeem hebben, kunnen een uitzondering krijgen bij de EU, legt Louise van Schaik (Clingendael) uit. Het is voor die landen dus aantrekkelijker om de eigen uitstoot te beprijzen dan meer te betalen aan de Europese grenzen. Dat kan dus uiteindelijk wereldwijde klimaatwinst opleveren.

Van Schaik verwacht dat de EU het beleid doorzet: het zorgt jaarlijks voor ruim een miljard aan inkomsten. Maar het is ook een duidelijk signaal aan de rest van de wereld. "Wij zijn nu nog de enigen met een vervuiler-betaaltbeleid."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next