Elsje de Wijn (1944-2026), actrice Elsje de Wijn wist al op haar vijfde dat ze actrice wilde worden. Ze wijdde haar leven aan theater, film en tv-series.
Elsje de Wijn in de tv-serie 'Verkeerd verbonden'.
De vader van actrice Elsje de Wijn was een verdienstelijk amateurspeler. Aan hem heeft ze haar liefde voor theater te danken. Ze was vijf toen ze daarvan overtuigd was. Dat ze later per se naar de Amsterdamse Toneelschool wilde en haar middelbare schooltijd aan het Barlaeus Gymnasium niet afmaakte, had met die toneelliefde te maken. Afgelopen maandag is Elsje de Wijn op 82-jarige leeftijd in haar huis in Amsterdam-Noord overleden in het bijzijn van haar familie. Ze leed aan alzheimer en had voor euthanasie gekozen.
Als vijfjarig kind kende ze ook al toneelteksten, zoals haar dochter Sarah Sylbing, regisseur en hoofdredacteur van de VPRO, laat weten: „Elsje speelde de rol van kindeke Jezus. Op een gegeven moment was een van de hoofdrolspelers zijn tekst kwijt en Elsje souffleerde. Vanaf dat moment was ze verknocht aan theater.”
Elsje de Wijn werd in 1944 in Amsterdam geboren en studeerde aan de Theaterschool. Om zich op het toneel voor te bereiden volgde ze lessen van Henny Orri en de balletstudio van Nel Roos. Na haar eindexamen, in 1967, debuteerde ze bij Toneelgroep Centrum in de titelrol van Yvonne van Witold Gombrowicz. Het daaropvolgende seizoen verwierf ze grote bekendheid met haar aandeel in de musical Met man en muis (1969) van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. Ze stond daarin naast coryfeeën als Conny Stuart en Ton Lensink. Het lied ‘Karel’ (‘Nee Karel, nee Karel niet vandaag!’) werd in 1970 een hit, ze zingt het in plat Amsterdams. Het was bedoeld als parodie op een carnavalslied, maar werd juist populair bij carnavalvierders.
Nog in de tijd dat De Wijn bij Centrum speelde, wilde ze „absoluut graag” naar Toneelgroep Baal, dat in 1973 werd opgericht door regisseur Leonard Frank. Gedurende enkele decennia bracht Baal toonaangevend muziektheater van met name Duitse schrijvers als Peter Handke, Botho Strauss en Bertolt Brecht. Zo acteerde ze bij Baal onder meer in De laatsten der onverstandigen van Handke en in Bekende gezichten, gemengde gevoelens van Strauss, destijds een opkomende auteur in het Duitse theater. Het toneelstuk is door Ate de Jong in 1980 als film geproduceerd, met de cast in min of meer dezelfde rollen. Volgens Elsje de Wijn zelf was haar rol van oorlogsmoeder Riet in Leedvermaak (1982) van Judith Herzberg haar het dierbaarst.
En begrijpelijk. Zij speelde de moederrol met glasheldere dictie en expressief, helder spel. Regisseur Frank zegt desgevraagd dat „haar acteerstijl uitmuntte door de precisie”. Ze was wars van elke vorm van „zweverigheid” en ze had een „groot gevoel voor humor, iets wat je ‘guitig’ zou kunnen noemen”. Wat De Wijn goed kon, aldus Frank, is eenzaamheid spelen in gezelschap, bijvoorbeeld in een familie, met de schijn van vrolijkheid. „Ze vertolkte moederrollen, zoals die van Riet, op een manier die burgerlijk is zonder echt burgerlijk te zijn.”
De Wijn heeft haar leven gewijd aan theater, film en tv-series en werd geroemd om haar komisch talent en gevoel voor timing. Ze was verbonden aan gezelschappen als Art & Pro, Het Nationale Toneel, Toneelgroep Amsterdam en Toneelgroep Dorst, een club van bevriende acteurs. Ze speelde in films als Frank en Eva (1973) en Voor een verloren soldaat (1992). Op de tv was ze onder meer te zien in komedies als Citroentje met suiker (1972-1974), Ik ben je moeder niet (1995-1996) en Verkeerd verbonden (2000-2002).
Betrekkelijk recent schitterde ze in het stuk Eindspel van Samuel Beckett als een van de ouders, Nell, die in de vuilnisbak leven (regie: Erik Whien) en als moeder in de kerstvoorstelling Scrooge naar A Christmas Carol van Dickens. Zij was de spil in het huishouden en speelde naast Joost Prinsen. Nog maar enkele weken terug trad ze op met zeven mannen, allen musici en bluesliefhebbers, in een van de voorstellingen door de gelegenheidsgroep Elsje en de Bluesmannen, getiteld Memphis Minnie, haar chauffeur, een fles whisky en andere verhalen uit het blueshotel.
Het was intiem muziektheater waarin interessante maatschappelijke thema’s werden aangehaald. Elsje de Wijn had een vertellende rol als grootmoeder die hoteleigenares was en als witte vrouw in het zuiden van de Verenigde Staten ook zwarte musici verwelkomde. Zij kende de groten van de rhythm-and-blues en De Wijn verhaalde sfeervol over die tijd van de oude blues.
Source: NRC