Home

Kunstmatige intelligentie heeft wel heel veel nevenschade

is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant

Kunstmatige intelligentie maakt de hooggespannen verwachtingen vooralsnog niet waar. De nevenschade is tegelijkertijd enorm. Redenen genoeg om over goede alternatieven na te denken.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Wie alleen naar de beurskoersen kijkt en het afgelopen jaar vergelijkt met het jaar 2000, kan geen andere conclusie trekken dan dat er opnieuw een enorme zeepbel is ontstaan. Toen was het de internetbubbel, nu de AI-bubbel. De Nederlandsche Bank liet onlangs al een serieuze waarschuwing uitgaan: pensioenfondsen lopen grote risico’s. Ze hebben bijna de helft van hun vermogen in techbedrijven gestoken, het barsten van de AI-zeepbel zal hen dus hard raken.

Net als toen is te begrijpen dat de verwachtingen hooggespannen zijn. De prestaties van kunstmatige intelligentie zijn indrukwekkend. AI tovert uit het niets op het eerste gezicht waarheidsgetrouwe teksten en plaatjes naar boven. Wie het gebruikt, kan niet anders dan in de greep raken van een kinderlijke opwinding en fantaseren over een geheel nieuwe wereld.

Tegelijkertijd zijn de beloften nog vaag. Het is daarbij goed om onderscheid te maken tussen kunstmatige intelligentie die onderzoekt, ontleedt en fouten opspoort – die al veel langer bestaat en zich doorontwikkelt – en kunstmatige intelligentie die dingen produceert: teksten, afbeeldingen, muziek, video’s en softwarecode. De opwinding zit vooral bij de laatste categorie, generatieve AI.

Voorlopig maakt AI de hooggespannen verwachtingen niet waar. Uit Amerikaans onderzoek naar AI-toepassingen bij bedrijven bleek dat in 95 procent van de gevallen geen merkbaar financieel voordeel werd behaald. Nederlands onderzoek naar AI-toepassingen in de zorg levert een vergelijkbaar beeld op.

Wantrouwen is sowieso op zijn plaats. De AI-bubbel wordt vooral opgeblazen door mensen met financiële belangen: door de techbro’s die tientallen miljarden investeren in AI, door beleggers met een groot financieel belang, maar ook door managers die uit angst om voor ouderwets te worden versleten elke innovatie omarmen of kansen voor grote kostenbesparingen zien.

Nooit mag worden vergeten dat generatieve AI draait op waarschijnlijkheden. Zekerheden heeft het systeem per definitie niet in de aanbieding. Hoe meer data worden gebruikt en hoe beter de modellen worden getraind, hoe groter die waarschijnlijkheden worden, maar AI kan oplossingen per definitie nooit toetsen aan de realiteit en dus geen zekerheid bereiken. Controle en bijstelling blijven altijd nodig. Hoogleraar informatica en Volkskrant-columnist Felienne Hermans spreekt in dit verband over het ‘ongevirus’.

In welke situaties AI niettemin bruikbaar is, moet nog blijken. Nu al is duidelijk dat AI enorme nevenschade veroorzaakt. Het legt een groot beslag op de schaarse energie. Meta bouwt bijvoorbeeld een serverpark ter grootte van de binnenstad van Amsterdam. Dat vreet stroom. AI is net zo’n energieslurper als de bitcoin, maar dan op een nog veel grotere schaal. AI zet ook de deur open naar een eindeloze stroom van nepbeelden en gevaarlijke nonsense.

Maar het grootste bezwaar is misschien wel dat de macht over AI zich concentreert bij een paar technologische bedrijven die al heel machtig waren. Ze krijgen de ruimte om nog meer aandacht van gebruikers op te eisen, om nog meer data te verzamelen en zo nog meer macht te vergaren.

Europese overheden zullen net als bij sociale media moeten nadenken over eigen alternatieven, en burgers moeten zich serieus afvragen of ze zich ook op dit gebied willen uitleveren aan big tech, de grote techbedrijven die keer op keer laten zien dat ze in hun zucht naar meer winst bereid zijn het welzijn van hun gebruikers en de gezondheid van de democatie op te offeren.

Source: Volkskrant

Previous

Next