Verslaggeving De Amerikaanse Capitoolbestorming op 6 januari 2021 verraste ook de Nederlandse journalisten die in de menigte stonden. Hoe versla je zo’n historische gebeurtenis als die zich voor je neus voltrekt? Vier correspondenten blikken terug. „Een dag later bestelden we kogelvrije vesten.”
De bestorming op het Capitool op 6 januari 2021 in Washington.
Zachtjes glip ik door de voordeur van mijn internationale studentenhostel. Het is 6 januari 2021 en stervenskoud in Washington D.C. Sinds mijn aankomst een paar dagen eerder zat ik in quarantaine in een kleine kamer met een stalen bed en een bureau van lelijk pershout.
De één-wandeling-per-dag-regel besloot ik ruim te interpreteren zodat ik mijn eerste Trump-manifestatie niet zou missen. Na mijn quarantaine zou mijn stage bij het NOS-bureau in D.C. van start gaan. „Dat is een flinke wandeling”, appt mijn stagebegeleider terug. „Wij gaan er ook heen, ik laat je weten waar we uithangen.”
Onderweg loopt een familie voor me uit. Twee kindjes in het midden die de handen van hun ouders aan weerszijden vasthouden. Het hele gezin is van top tot teen gekleed in Make America Great Again-merchandise. De vader draagt de Amerikaanse vlag. De aanblik heeft iets aandoenlijks. Als ik beter kijk is de vlaggenstok een omgekeerde metalen honkbalknuppel. Weird, denk ik.
Als ik aankom bij de Ellips, het ovalen grasveld voor het Witte Huis, is Trump aan zijn speech begonnen. Duizenden mensen kijken onder wapperende vlaggen naar de platinablonde man achter een kogelvrij scherm in de verte. Zijn stem echoot over de menigte, als een generaal die zijn leger aanmoedigt voor de strijd.
„We zullen keihard vechten. En als je niet keihard vecht, heb je straks geen land meer”, roept Trump. De menigte scandeert: „USA, USA, USA”.
Het team van de NOS kan ik niet vinden en het telefoonnetwerk is uitgevallen. Of uitgeschakeld, als ik de mannen om me heen geloof. Ze dragen capuchons en bivakmutsen, communiceren met walkietalkies, praten in hun oortjes – geweren steken uit hun broekrand. Met mijn brave bruine jas sta ik er verloren tussenin. Gaat het altijd zo? Bij de aanblik van mijn verschrokken ogen boven een mondkampje, schreeuwt iemand naar me: „What are you looking at, bitch?”.
Als Trump zijn laatste woorden uitspreekt, draait het publiek als onder hypnose negentig graden naar het oosten: hun neus wijst niet meer richting het Witte Huis, maar naar het Capitool. Ik keer om. Mijn zwaarbevochten visum wilde ik niet riskeren. In mijn rug duwt een woedende menigte zich door de barricades van het iconische democratische landmark.
Terug in de zielloze quarantainekamer hoor ik helikopters overvliegen. Ik stuur mijn bezorgde moeder een selfie met de deken over mijn hoofd, „mij gaan ze niet vinden”. Op mijn laptop kijk ik urenlang naar de correspondenten die live duiden hoe een woedende menigte zich door het Capitool beweegt.
Maanden later schrijf ik in mijn stagerapport vol lof over hoe kalm en feitelijk ze blijven, terwijl alles om hen heen sensatie schreeuwt. De paar seconden voordat de correspondenten live moesten, bleven mijn favoriete moment: ze verstrakken, keren in zichzelf, met in hun oortje de geluiden van de studio in Hilversum – en leveren schijnbaar moeiteloos zodra het rode cameralampje gloeit.
Hoe doe je live verslag van zo’n historische gebeurtenis als je er middenin staat, en lukt dat wel? En hoe kijken ze er vijf jaar later op terug? Vier VS-correspondenten blikken terug.
Erik Mouthaan, correspondent VS RTL
Erik Mouthaan (52) is de langstzittende VS-correspondent. Al negentien jaar duidt hij het nieuws voor RTL. Voor de verslaggeving van de Capitoolbestorming won zijn team (met redacteur Ruben Leter en cameraman David Elings) de Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek.
„Vanaf 7 uur ’s ochtends waren we al aan het draaien in D.C: we volgden een koppel uit Michigan die waren gekomen om Trump te steunen. We hadden al de hele dag gemonteerd, dus na onze reportage in het halfacht nieuws, voor ons half twee ’s middags, dacht ik: het zit erop, we gaan terug naar New York. Net toen we wegreden, belde mijn chef: „Heb je de beelden gezien?”
De verbinding was slecht, dus ik kreeg ze moeilijk binnen. Maar terwijl we over Independence Avenue richting het Capitool reden, keek ik uit het autoraampje en zag ik iemand het houten podium beklimmen dat was opgebouwd voor de inauguratie van president Biden. Toen zei ik: we moeten stoppen.
We hebben de auto ergens geparkeerd en zijn naar de trappen gelopen. Ik wist niet wat me overkwam. Ik voelde de agressie, en de woede; ik zag mensen duwen en trekken. De angst in de ogen van de politieagenten, is me altijd bijgebleven.
Het drong heel moeilijk tot mij door dat het Capitool werd bestormd. Ik was continu bezig me te verhouden aan een nieuwe realiteit. Democratie is iets dat je als gegeven aanneemt, en opeens zie je hoe kwetsbaar het is. Ik had niet gedacht dit ooit te zien in Amerika.
Bij RTL werd de hele avondprogrammering onderbroken. Elk kwartier ben ik live gegaan, en tussendoor hebben we beelden gemonteerd van korte interviews met mensen daar. Dat vond ik heel belangrijk: we zagen alleen maar anonieme massa’s, maar wie zijn die mensen? Waarom doen ze dit?
Toen het te gevaarlijk werd – en mensen ons gingen uitschelden en bespugen – zijn we iets naar achter gelopen en hebben we de camera verdekt opgesteld, achter een standbeeld in een plantsoen. Op een gegeven moment zagen we hoe mensen euforisch de trappen weer afliepen met hun handen vol spullen uit de kamers van parlementsleden.
Nooit heb ik gedacht: we moeten weg. De geschiedenis wordt geschreven waar je bij staat. Misschien gek om te zeggen over zo’n zwarte dag, maar voor mij was het een van de hoogtepunten van mijn carrière als journalist.
Terug in ons hotel, waar alleen maar Trumpsupporters verbleven, hing een uitgelaten sfeer, joelend. Niemand hield zich aan de coronaregels. Toen voelde ik wel een groot contrast: mensen waren echt feest aan het vieren, terwijl ik nog in shock was.
Destijds twijfelde ik nog over de verlenging van mijn contract. 2020 was een heel zwaar jaar, met George Floyd, covid, die eeuwigdurende verkiezingen – ik strompelde echt naar de inauguratie toe. Maar na 6 januari heb ik meteen mijn hoofdredacteur gebeld: ik wil blijven. Dit is wat ik kan, dacht ik, je moet mij geen documentaires laten maken of jarenlang aan één project laten werken. Geef mij nieuws, en laat me vertellen wat er aan de hand is.”
Michiel Vos in het Witte Huis
Michiel Vos (55) werkt al meer dan twintig jaar als journalist in Amerika. Tijdens de Capitoolbestorming stond hij buiten, terwijl binnen zijn vrouw, zoon en schoonmoeder Nancy Pelosi werden geëvacueerd. Deze maand gaat zijn wekelijkse podcast ‘Dit is Amerika’ met Humberto Tan van start.
„6 januari is door de media en politici uitgegumd tot alleen het beeld is overgebleven van het gevecht met de harde kern. En tuurlijk, dat was het. Het was vechten, rook, spugen, knokken met politie. Maar het was ook zingen, zuipen en gezellig. Die sfeer hing er óók. Een soort barbecue, en dadelijk gaat Dries Roelvink een liedje zingen.
Voor mijn zoon van 14 was het een dagje met oma mee naar het werk. Natuurlijk had ik die ochtend ook met hen naar binnen kunnen gaan. Goede koffie, stukje taart. Maar als journalist had ik wel het instinct om buiten te blijven. Op een gegeven moment appte mijn vrouw: it’s getting weird, we’re being evacuated. Vrij snel verloor ik contact met ze. Mijn schoonmoeder is niet bang, die wordt niet zomaar geëvacueerd. Toen wist ik, oh my god, het is ze gewoon gelukt, ze zijn binnen.
Buiten was de sfeer toen heel nerveus – de politie stond in slagorde opgesteld en waren al bezig met het schoonvegen van het gebouw. Voor hen stonden mensen te gillen en te schreeuwen, echt met schuim op de bek.
Op een gegeven moment zei iemand naast me: „we moeten naar huis, it’s enough.” Als reactie schreeuwde iemand: „je bent een verrader, a traitor!” En iedereen volgde: „Traitor! Traitor! Traitor!” En hup, met geweld werd hij de trap afgegooid.
Daar ontmoette ik de ‘QAnon Shaman’, toen hij net uit het Capitool kwam gelopen. Hij was ook door het dolle heen. In een fractie van een seconde heb ik een selfie met hem gemaakt en die opgestuurd naar de redactie van Jinek, toen ze vroegen of ik live kon gaan. We hadden niet genoeg bandbreedte voor een videoverbinding, dus die foto gebruikten ze in de uitzending.
Michiel Vos doet verslag van Capitoolbestorming, hier samen met ‘QAnon Shaman’ Jacob Chansley.
Die selfie is natuurlijk online gezet. Meteen kwam ik terecht in allemaal complotten. Waarom stond de schoonzoon van Pelosi naast de rebellenleider? Hoe kan dat? Ik besefte zelf later pas hoe vreemd die foto was. Al was het puur toeval.
Als journalist heeft die dag voor mij bevestigd: if you go out, you get. Ik ben ook zeer wantrouwend tegen mensen die het over Trump hebben op de Nederlandse televisie, die niet in Amerika wonen onder Trump. Want dat moet je voelen, je moet erbij zijn.
Die middag zijn mijn schoonmoeder, vrouw en zoon naar een bunker vervoerd, Fort McNair. Binnen hing een portret van de toen zittende president: Donald Trump. Heel bizar, natuurlijk. Mijn zoon heeft die middag tussen Chuck Schumer en Mitch McConnell gezeten, terwijl zij Trump probeerden te bellen.
De zwarte SUV’s waar wij die ochtend in zijn binnengebracht stonden nog aan de zijkant van het Capitool. De banden waren doorgeprikt, en op de auto stond geschreven: Pelosi is Satan.
Eigenlijk was 6 januari embarrassing voor Trump, maar vijf jaar later heeft hij de gebeurtenissen volledig naar zijn hand gedraaid. Als een soort master manipulator, Hans Kazàn keer tien. Hij heeft het zwartste gebruikt om zichzelf als sterkste neer te zetten.”
Marieke de Vries
Marieke de Vries (53) was van 2019 tot 2025 Amerika-correspondent voor NOS. Over haar correspondentschap schreef ze het boek ‘Amerika, Amerika’.
„De dag ervoor kreeg ik al appjes van Trump-stemmers: ‘we gaan het Capitool omsingelen, je bent er wel bij, toch?’
Iedereen die ik daar vroeg: wat komt u doen? Wat wilt u vandaag? Zei opmerkelijk genoeg hetzelfde. Van een man uit Iowa, tot een vrouw uit Pennsylvania met een kindje in haar armen, tot jongens in gevechtstenue met camouflage op hun gezicht. „We zijn hier om te horen wat Trump wil dat we doen.”
Net toen ik was uitgepraat in het achtuurjournaal met het Capitool op de achtergrond, gingen achter mij de eerste hekken om. In mijn oortje hoorde ik: „na het weer komen we bij je terug”. En als je na het weer terugkomt… Dan weet je dat er echt wat aan de hand is.
Op een gegeven moment begon iemand naar me te schreeuwen terwijl ik live was: ‘Fake news‘, ‘America first‘. Dat ben ik toen maar gaan omschrijven. Toen ik beleefd bleef zeggen: thank you sir, droop hij af. Trump-stemmers zijn hele aardige mensen. Vaak komen ze uit de provincie, rural areas, waar beleefdheid een groot goed is. Als je hen een beetje erkenning geeft, haal je de angel eruit. En het is een erecode onder conservatieve mannen hé, vrouwen doen ze minder snel wat.
Echt onveilig heb ik me niet gevoeld; van wapens schrok ik niet zo snel. Wat wel onhandig is, is dat je in het donkere gat van de camera staat te turen. Mijn cameraman en producer waren mijn rugdekking. Ik hoefde alleen maar naar hun gezichten te kijken, om te weten: oppassen.
Pro-Trump-demonstranten bestormen het Capitool.
We hebben geen fouten gemaakt in de eerstelijns berichtgeving, daar ben ik trots op. Er zat geen sensatie in. Wat helpt als je live verslag doet van een slagveld, van voetbalrellen tot de Capitoolbestorming, is dat je in twee werelden tegelijk zit: de wereld waarin het gebeurt, en de wereld van de uitzending. In je oortje hoor je de presentator, de regie, de filmpjes die worden ingestart. Rob Trip is natuurlijk de rust zelve. Die geluiden in je oor helpen om zelf ook rustig te blijven.
Die avond was de hele stad natuurlijk spergebied. Wat ik heb gedaan toen ik eindelijk thuis was, geen idee. Ik weet echt niets meer. De volgende ochtend gingen we gewoon weer live. Van Hilversum moesten we toen kogelvrije vesten bestellen.
Uiteindelijk was die hele maand historisch: de drie woensdagen van januari, elke keer iets met een i. Eerst de insurrection, gevolgd door de woensdag van Trumps tweede impeachment, en daarna de woensdag van de inauguration, in een belegerde stad. Wie maakt dat nou allemaal mee? Het was een gekkenhuis.”
Jan Postma (o.a. BNR Nieuwsradio, AD) in Washington
Jan Postma (42), is acht jaar VS-correspondent voor onder andere BNR Nieuwsradio en AD. Ook is hij co-host van de Amerika Podcast.
„Ik ben helemaal doorgelopen op de marmeren trappen tot het punt waar mensen echt tegen elkaar geperst stonden – dichterbij kon niet. Het was chaotisch, er werd geduwd en gescholden, ook naar de politie terwijl Trumpstemmers normaal gesproken erg pro-politie zijn. Nu werden ze uitgemaakt voor „landverraders”.
Mijn perspas hing om mijn nek, maar ik merkte hoe veel agressie dat opwerkte. Die heb ik toen onder mijn jas gestopt, en mijn grote knalgele microfoon weer in mijn tas gedaan.
Toen ik live ging voor BNR ben ik de trappen afgelopen. Tijdens de reclame zag ik een groepje mensen verderop hun ogen uitspoelen vanwege het traangas. Toen heb ik mijn microfoon weer gepakt, en gevraagd wat ze kwamen doen. Die man zat vol emotie. Hij zei: ik doe dit voor mijn kinderen, anders hebben zij straks geen land meer. In zijn stem hoorde je de frustratie en de wanhoop. In zijn overtuiging komt voor mij heel 6 januari samen.
Donald Trump gaf met zijn speech eigenlijk een lege fles benzine en de lucifers. Alle ingrediënten voor een ontploffing, maar liet anderen het vuurtje aansteken. Zo’n man heeft het dan opgepakt. Met het gevoel: ik kan niet anders, ik moet dit doen voor mijn land. Hartverscheurend.
Als ik eraan terugdenk, krijg ik weer kippenvel. Het is de meest bizarre dag van mijn correspondentschap. Het gevoel van verbazing is er nog steeds. Ik vroeg die dag aan mensen: please explain what you’re doing to the people in the Netherlands – dat was namelijk ook mijn gevoel. Van, je ziet wat er gebeurt en toch geloof je het niet. Hoe leg ik dit uit?
Het beeld dat me het meest bijstaat is hoe tussen de rook en het geschreeuw een man helemaal bebloed naar buiten werd gesleept door zijn vrienden, met van die wapperende Trumpvlaggen op de achtergrond. Als een dramatisch renaissance-schilderij.
In de nasleep van 6 januari ben ik regelmatig naar de gevangenis van Washington gegaan, waar de Capitoolbestormers vastzaten. Aanhangers en familieleden hebben zich daar jarenlang verzameld. Winter, zomer – ze stonden er altijd. Daar heb ik ook de moeder van Ashli Babbitt geïnterviewd, de vrouw die is doodgeschoten. Babbitt is in die kringen een martelaar geworden. Die menigte heeft natuurlijk van Trump gekregen wat ze wilden: bijna 1.600 mensen hebben gratie gekregen.
De ‘J6-ers‘ zijn echt een soort helden geworden, MAGA-helden. Hoe Trump probeert de geschiedenis te herschreven, is fascinerend om te zien. Hij maakt van zichzelf ook een martelaar. In zijn hoofd heeft hij die verkiezingen nooit verloren. Hij blijft 6 januari ombuigen naar zíjn verhaal, en Republikeinse congresleden en Fox News praten hem na. Ik heb die dag meegemaakt, gezien wat er gebeurde. En toch, als ik sommige Amerikanen er nu over hoor praten, wordt er een hele andere betekenis aan gegeven.”
Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s
Source: NRC